|
|
 |
 |
 |
Voor de busrit van de grens naar Jessore worden we vriendelijk verzocht 400 Taka te betalen. Daar dit ongeveer 8 Euro is om vijftig kilometer te bollen gaan we toch eens te rade bij de andere passagiers. 55 p.p. zal volstaan. Het ventje dat instaat voor het geld begint echter driftig naar de rugzakken te wijzen en laat de prijs zakken naar 200 Taka. Weerom roepen we de hulp in van de mensen achter ons. Een hele discussie waar op het einde heel de bus zijn zegje in wil hebben en hup, de prijs gaat naar 140 Taka. Ondertussen heeft Cindy 110 Taka gereed, maar de conducteur wil het bedrag niet aannemen. Een medepassagier grist het geld uit Cindy haar hand en propt het in de handen van de conducteur. Dat is ook weer opgelost. Raar genoeg zal de conducteur ons nadien naar de bus brengen richting Khulna terwijl hij ons op het hart drukt niet meer dan 50 Taka te betalen. De mannen op die bus zijn oplichters en durven wel eens meer te vragen aan toeristen.(??)
Als we om half zeven aankomen in Khulna vrezen we dat we al te laat zijn om die dag nog mee te kunnen met de radarboot richting Dhaka. Maar we besluiten toch even te gaan kijken naar de aanlegkade. Als we uiteindelijk 1 rikshawrijder van de groep van twintig die zich rond ons verzameld heeft toch duidelijk kunnen maken waar we heen willen (door het roepen van rocket, rocket en het maken van roeibewegingen, hilariteit met de zotte buitenlanders alom) worden we afgezet aan het treinstation. Dat gelukkig nog geen driehonderd meter van onze bestemming lag. We lijken geluk te hebben. De boot is nog niet binnen en er is nog plaats in eerste klas voor de afvaart deze avond. We springen een gat in de lucht.
| It is not the goal but the way there that matters and the harder the way the more worthwile the journey. | | Arabian Sands - Wilfred Thesiger |
|
We hebben ons nog niet goed en wel neergezet in een restaurantje tegenover het haventje of de electriciteit valt uit over de stad. Op dat moment hoort Cindy het zakje chips knisperen in haar zak en als ze kijkt ziet ze juist een jonge opkuiser zijn hand wegtrekken en schuldig kijken. Bangladesi zijn de vriendelijkste mensen maar ze zijn ook snel om van een geboden gelegenheid gebruik te maken. Wat nogmaals wordt bewezen als we een serieus geinflateerde rekening krijgen. Ach, het is een kleine prijs om te betalen voor de herhalingsles. Voortaan zullen we wel weeral op voorhand vragen wat alles kost.
Terwijl Cindy in de wachtkamer een dutje doet op de zakken ga ik op zoek naar wat medicijn om haar keelpijn te minderen. Onbegonnen werk. Twee keer vertrek ik en twee keer wordt ik op sleeptouw genomen door een Bangladees en elke keer als ik vermeld dat ik met de rocket vertrek brengt hij mij terug naar de haven. Hij is immers blij mij te kunnen helpen.
De eerstklas afdeling ademt nog volop de oude Raj sfeer uit. De oude eetzaal is ongelooflijk.
De dorpjes waar we aanleggen liggen echt op de rand van de beschaving, of staan zelfs op het punt om eraf te vallen. De problemen waar Bangla Desh mee worstelt zijn overbevolking (het dichtsbevolkste land ter wereld: 12 maal de hoeveelheid inwoners van België op drie maal de oppervlakte), overstromingen (bijna elk jaar staat 70% van het land blank voor een maand of drie) en een landbouweconomie (95% van het land is in handen van 5% van de bevolking, 95% van de bevolking leeft op de armoedegrens.). Dit lijkt inderdaad een doodlopend straatje.
Het luxeleven wat wij hebben aan boord staat in scherp contrast met de omstandigheden waarmee de rest van de passagiers de overtocht maakt. De tweedeklas kabines zijn houten britsen zonder matras. Heb je een derdeklasticket dan zoek je een plaats op de vloer en spreid je deken uit. De ferries zijn echter de meest gebruikte vorm van transport om op het platteland te geraken om de eenvoudige reden dat alleen deze het hele jaar door betrouwbaar zijn. Als een van de passagiers mij ziet haalt hij trots zijn 'schat' tevoorschijn uit zijn hemd. Een poster met het operagebouw in Sidney onder een stralende blauwe hemel. Ook al versta ik de taal niet, het is niet moeilijk om te begrijpen dat zijn grootste hoop in zijn leven is om daar ooit te staan. Wie ben ik om zijn dromen te ontnemen.
In de namiddag hang ik de rijke Pasha uit en zit op het voordek, gereserveerd voor eerste klas. Terwijl een tropisch landschap voorbijglijdt sip ik van mijn een limoen juice en terwijl ik deze lijnen intyp en luister ik Oldfield. Dit is het leven. Zalig!
Cindy gaat het die dag een beetje minder af. Het snelle reizen van de afgelopen weken (we hebben de afgelopen vijf dagen bijvoorbeeld één keer in een hotel geslapen) begint zijn tol te eisen en ze heeft koorts, hoofd- en keelpijn. We zijn blij als 's avonds, na een dagje bedrust, de symptomen wat lijken te minderen wat erop wijst dat het gewoon vermoeidheid was en niet een of andere tropische toestand waar ge in deze contreien toch altijd een beetje voor vreest. De pillen die ik die dag ervoor nog snel van een apotheker had opgepikt voor 12 Taka lijken buiten misselijkheid op te wekken niet echt te werken.
Die avond, terwijl ik ronddwaal over het benedendek en honderden keren antwoord op de vraag 'your country?' en 'your name?', word ik uitgenodigd voor een spelletje schoppenjagen. De mannen zijn niet zo bedreven in het tellen wat ervoor zorgt dat ik redelijk snel uitloopt, dit is blijkbaar niet echt met de goesting van mijn medespelers die nogal veel beginnen te zuchten als ik weer de helft van de slagen binnenrijf. Ik betrap ze daarna een paar keren op vals spelen en pas als ik terug wordt geroepen door Cindy wordt het duidelijk. Ze beginnen allemaal geld op tafel te leggen en af te rekenen. Als ik hun uitleg dat ik hun centen niet wil krijg ik zo een grote glimlachen dat ik vrees dat hun gezicht in twee zal splijten.
Om vijf uur in de ochtend wordt er op de deur gebonkt. We zijn gearriveerd in Dhaka. Het kost me een kwartiertje en wat baksheesh om toestemming te krijgen om nog te blijven liggen tot een menselijker uur. Nu echter blijkt dat de vreemdeling geld uitdeelt, worden we elke tien minuten gestoord door iemand van de staf om ons iets aan te bieden wat we niet nodig hebben en ondertussen zijn duim over zijn wijsvinger te laten glijden.
Vandaag ondervinden we weeral dat tijd een zeer relatief begrip is in Bangla Desh. Het is negen uur als we de spullen in de hotelkamer gooien en vertrekken naar de ambassade van Myanmar. Dan volgt een combinatie van bus-bus-wandelen-cycleriksha-wandelen-wanhoop-autorikshaw voor we het ambassadegebouw vinden.
Het is nu één uur. De les die we hier op de harde manier uit leren is dat Bangladesi ongelooflijk overtuigende lichaamstaal hebben. We vragen wel drie keer de weg. Dit wil concreet zeggen dat we de naam van de bestemming een keer of drie herhalen, telkens met stijgend volume. Het is een elementaire fout om ondertussen een richting aan te duiden, in Indië hadden we geleerd dat ze dan steevast knikten en blij waren dat ze u hebben kunnen helpen... ook al hadden ze niets van de zin verstaan. In Bangla Desh wordt het terug wat moeilijker als ze elke keer vol overtuiging in de richting wijzen waarin we aan het lopen zijn, ook al verstaan ze de zin niet!
Vijf paspoortfoto's en vier formulieren waarin ze alles willen weten van de grootte van uwe kleine teen tot de kleur van uw onderbroek. Nieuwschierige gasten. Het feit dat we over drie dagen uit het land vliegen is volgens de persoon aan het loket geen probleem. Alles morgen binnenbrengen en het komt wel in orde.
Nu we gerustgesteld zijn dat we naar onze volgende bestemming geraken nemen we het er eens van en gaan eens goed eten en zetten ons kamp op in de internet voor een uurtje of drie. Het is pas tegen vijf uur dat we eraan denken dat we ook onze vliegtuigticketten nog moeten bestellen. Hoe vergeet ge nu zoiets? We nemen in zeven haasten een taxi naar het gebouw van Biman Air en hollen om vijf voor zes binnen. De opluchting dat het kantoor open blijft tot 8 uur verdwijnt al snel als blijkt dat de ticketten hier 70 dollar duurder zijn dan in Calcutta, alhoewel men ons daar had verzekerd dat er geen verschil zou zijn. We hopen dat de dame aan de toog van Biman Air in Calcutta haar volgend leven doorbrengt als mestkever. Na een tijdje wordt het duidelijk dat we misschien nog een deel van de kosten kunnen laten vallen als we indirect via een reisbureau gaan (???). Als deze mannen onze vlucht van Yangoon naar Bangkok dan nog wijzigen van Biman naar Myanmar Air blijkt het verlies al meer leefbaar te zijn en boeken onze ticketten in het kantoor. Aan de glimlach te zien is dit een klassieke fout die door reizigers wordt gemaakt.
Het is een mooie avond en we nemen dan ook een cycleriksha terug naar het hotel. Dhakka komt pas echt tot leven als de avond valt, wat wil zeggen dat ge met een vierwieler meer stilstaat dan bolt. Die rickshaws zijn echter zeer bedreven in het slingeren van hun voertuig door het drukke verkeer, dat er hier en daar een schram wordt achtergelaten wordt door beide partijen blijkbaar niet als iets ergs beschouwd. De meeste wagens hebben trouwens ook een veiligheidsbaar rond hun auto laten construeren, wat blijkbaar toch geen garantie is dat ge de deuken vermijdt.
slecht nieuws als we op het hotel arriveren. Als we vragen hoe we de volgende dag best naar de ambassade terugrijden is het grote paniek. De volgende dag staakt immers de hele stad en worden er opstootjes verwacht. Het is zeker geen slim idee om als vreemdeling buiten te gaan rondlopen. Volgens de hotelbaas kunnen we stenen en luchtpistoolkogeltjes verwachten op zijn minst en zelfs een paar ledematen verliezen als het echt zuur wordt. We zijn redelijk zeker dat het wel weer overdreven is maar besluiten toch dat het beter is dat ik de volgende dag alleen ga.
Alhoewel er een paar bussen staan die langzaam gevuld geraken heb ik gisteren mijn les wel geleerd en spreek een cyclerikshaw aan. Normaal zouden die mannen er niet aan denken om zo ver van huis te rijden, maar hij weet blijkbaar ook dat het vandaag nogal een rare dag is en na wat onderhandelen vind ik hem bereid om naar de andere kant van de stad te rijden.
De groote van Dhaka is moeilijk over te brengen. In een land waar 130 miljoen mensen wonen en wat een bevolkingsdichtheid heeft die 12 maal België is en waarbij de overgrote meerderheid in en rond de hoofdstad woont die de plattelandsvlucht niet kan slikken krijg je een idee wat de situatie ongeveer is. Dit maakt de afstanden om af te leggen inderdaad groot en de tijd om het te doen lang.
Het feit dat er die dag een staking was blijkt achteraf bekeken nog een geluk bij een ongeluk te zijn. Als het eerste half uur de beloofde stenen en de luchtpistoolkogeltjes uitblijven word ik wat rustiger en kan samen met de fietser ervan genieten als we over de lege boulevards racen. De politie is overal aanwezig en is goed uitgerust met knuppels, traangas en barricades. Even rijden we langs een wijk waar wat meer rumoer is maar het politieblauw is in overvloed aanwezig en heeft er blijkbaar goesting is. Als we een vleug traangas binnenkrijgen besluit mijn driver maar rond de blok te rijden terwijl de tranen uit mijn ogen spuiten. Hij rekent achteraf zelfs niets extra aan.. bien.
Een ander voorbeeld van de grootte van Dhaka wordt gegeven door mijn rickshawchauffeur. Alhoewel hij al heel zijn leven in de stad woont is hij nog nooit in 'Kashan 2' geweest. De wijk waar alle ambassades zijn gevestigd kent hij alleen van horen zeggen en we moeten dan ook af en toe stoppen om de weg te vragen. Uiteindelijk zie ik toch een bekend gebouw in de verte en stuur hem daarheen. Tien minuutjes later stoppen we voor het ambassadegebouw.
Als ik dan zeg dat we over twee dagen het land uitvliegen volgen er veel zuchten en gevloek uit het venstertje van de ambassade. Of ik twee minuten wil wachten. Na twintig minuten (ik was voorbereid en had een boek bij, ge moet ze mij niet meer laten kennen) laten ze me weten dat ik de volgende dag het visum kan afhalen.
Een persoon die we gisteren hebben tegengekomen op straat en waar we een paar woorden mee hebben gewisseld staat die avond aan onze deur. Hij heeft duidelijk zijn beste kleren aangetrokken en naar de kapper gegaan vooraleer ons te bezoeken. Hij heeft een plastieken zakje bij zich waar hij een aantal certificaten uithaalt van vorige werkgevers. Nu begint het ons te dagen. De jongen wil een solicitatiegesprek zodat hij in België kan komen werken. Dit is typisch voor ons verblijf in Bangla Desh.
De toeristen worden hier gezien als een soort filmsterren die dromen kunnen doen waarmaken. Ook de bediende die het verdiep waarop wij verblijven onderhoudt, komt naar ons toe met een briefje met een paar zinnen engels en kijkt ons hoopvol aan. Wanneer gaat zijn vlucht? Het echt spijtige is dat hun engels (of ons Bengali, het is hoe je het bekijkt) te slecht is om hun de situatie uit te leggen en wat meer realiteit in hun kop te krijgen.
Ze zouden GSM ontwerpers die denken dat meer dan vijf beltonen in een telefoon steken een fantastisch idee is de electrische stoel moeten geven. Of hen die nacht bij ons in het hotel leggen. Een of andere besluitloze Bangladees is heel de nacht bezig met het kiezen uit de meer dan honderd beltonen in zijn toestel dat over een serieus wattage en subwoofers blijkt te beschikken. Het is pas om vier uur in de morgen dat zijn keuze gemaakt is, het wordt de 'herfst' van Vivaldi.
| Travel teaches toleration. | | Benjamin Disraeli (1804- 1881) |
|
Een druk reisschema en Bangla Desh is iets wat niet samengaat. Dit ondervinden we weeral die morgen als we proberen Sonargaon, de oude hoofdstad, te bezoeken. We zijn vroeg genoeg op en nemen een cycleriksha naar het busstation, daar is het dan nog een kwartiertje zoeken tot we een busmannetje vinden dat heftig knikt als we 'Sonargaon' roepen. We bollen een kwartiertje en worden dan uit de bus gezet... ongeveer drie meter van het Sonargaon hotel. Het duurt dan nog een halfuurtje om te weten te komen dat we totaal uit de richting zitten en er zit niets anders op dan een bus terug te vinden. Drie uur na we vertrokken zijn staan we terug aan ons vertrekpunt met weeral een wijze les geleerd. Clifton Fadiman had groot gelijk toen hij zei: 'denk eraan dat een land niet gemaakt is om het de reiziger comfortabel te maken, maar om zijn inwoners comfortabel te maken'.
Weerom worden we beschouwd als melkkoeien. Terwijl we in de kamer zitten wordt er ongeveer elke tien minuten op de deur geklopt door iemand van het hotel, die we meestal nog nooit hadden gezien, die zijn deel van de bakshees komt vragen. Het maakt niet uit waar ge hier rondloopt, de Bangladesi geloven echt dat uw voornaamste bezigheid het uitdelen is van geld. Verschillende malen zullen ze zomaar op ons toestappen en geld vragen.
We zitten al twee uur in de taxi richting Myanmar ambassade (gisteren heb ik de trip in één uur gemaakt met de cyclerickshaw) die naar ons gevoel van opstopping naar opstopping aan het rijden is, voor we het beu zijn en uit de wagen stappen. De resterende zes kilometer wandelen we onder groot jolijt van de Bengladesen die ons voorbijrijden richting Kulshan 2. Het zijn wij echter die het laatste kunnen lachen als we hen voorbijsteken terwijl ze vast zitten in de zoveelste file. Als ze ons een lift aanbieden, slagen we altijd af. Wij hebben haast.
Slechts een paar schoonheidsfoutjes in de visa waar we ons wel kunnen uitpraten. Niet slecht. We gaan voor de rest van de avond terug naar de internet om cd's te branden en nog wat mails te antwoorden. Dan wandelen we richting Banani waar we al snel een hotelletje vinden niet te ver van de luchthaven.
We vinden het al niet erg meer als we voor vier personen moeten betalen voor de busrit naar de luchthaven. We hebben immers twee rugzakken bij en een Bangladees is zeer snel om zulke dingen op te merken en deze ook te beschouwen als passagiers. De energie om te protesteren is op. Bangla Desh heeft ons volledig uitgeput.
Even lijkt het of we worden uitgenodigd om nog wat langer te blijven in het land te logeren. De immigratieambtenaar had immers gemerkt dat we via het land zijn binnengekomen en via de lucht zijn grondgebied verlaten. Dit kan echter niet zonder stempel van het een of ander ministerie. We wachten rustig af en zien het probleem in de bureaucratie escaleren tot iemand met genoeg strepen zegt dat ze voor die domme toeristen wel een uitzondering zullen maken. De ambtenaar komt terug en laat ons weten dat we veel geluk hebben.
Als we ons klaar zetten voor een rustige vlucht laat de hostes over de intercom nog even weten dat we naar Yangoon gaan.. 'als Allah het wil tenminste' voegt ze eraan toe.. Dat heb ik echt nodig als ik mijn portie WC niet heb gehad voor de take-off.
|
|
 |
|
|