Gelukkig Cambodjaans Niewjaar! Deze feestdag begint een dag later in Cambodja dan in Thailand en dit is technisch dus al ons derde nieuwjaar op de trip.. Het waterfestival in Cambodja valt normaal in november wat de mensen in het grensstadje Poi Pet toch niet tegenhoudt om de waterslangen boven te halen en alles in het zicht te doordrenken. Als we de de grenspost verlaten, moeten we ons in de bus haasten om te vermijden dat ons paspoort niet doordrenkt geraakt wanneer de feestvierders ons zien lopen en de waterslang in onze richting mikken.
De reisgids vermeldde dat men aan de weg tussen Poi Pet en Siem Reap aan het werken was en dat we hierdoor waarschijnlijk hier en daar wel wat oponthoud konden verwachten. Nu, de werken aan de nieuwe weg vanuit het grensdorpje waren al na ongeveer driehonderd meter gedaan, dus daar hoefde we ons geen zorgen meer over te maken... de versleten macadam waar we over rijden degenereert na dertig kilometer al snel naar een rode verharde zandweg. Jaja, dit gaat veeeeel sneller dan dat ze aan de weg aan het werken zouden zijn geweest !! haha ...Dit blijkt echter toch een hele vooruitgang te zijn wordt mij verteld door een Zweeds koppel. Drie jaar geleden kon je enkel met een pick-up de weg afleggen. In plaats van elf uur gaan we nu slechts zeven uur op de bus zitten om de 152 kilometer naar Angkor Wat af te leggen. Dit is honderd keer beter. Met een topsnelheid van ongeveer dertig kilometer per uur hobbelen we naar Siem Reap. Halverwege geeft echter een stuk ophanging er de brui aan en moeten we ongeveer elke tien kilometer stoppen om deze er terug in te kloppen. We doen er uiteindelijk langer dan 11 uur over voor we op onze bestemming zullen arriveren.. Misschien hadden we toch maar beter de pickup genomen. Toch is het grootste deel van de bus daar niet rouwig om. Naarmate het later wordt stijgt de temperatuur in de bus. A/C wordt hier altijd beloofd als ze het ticket verkopen, maar nooit opgeleverd. De kleine blazertjes brengen amper soulaas, dus elke keer als de bus naar de kant zwenkt haast iedereen zich naar de uitgang om de ontsnappen aan de metalen bakoven.
A border is always a temptation
- Larry McMurtry
Het uitzicht vanuit de bus is neerslachtig te noemen. De paalwoningen die we langs de weg zien staan erbij of ze er elk moment het bijltje erbij neer gaan gooien, de velden staan braak of slecht ingezaaid en het is verbazend hoeveel invaliden langs de weg zitten bedelen. Een medereizigster, een dertigjarige Khmer vrouw, verklaart: Wist je dat Amerika over Cambodja, tijdens de oorlog met Viet Nam, 50% meer bommen heeft laten vallen dan over Japan tijdens de tweede wereldoorlog, alhoewel ze blijven beweren dat ze nooit een voet in het land gezet hebben. De niet ontplofte explosieven maken nog dagelijks slachtoffers. Als ik erop wijs hoe verlaten het land erbij ligt antwoordt ze: 'everyone is dead from Pol Pot', ook 10 van haar 12 broers en zussen hebben de zwarte jaren in de werkkampen niet overleefd. De conversatie valt stil. Ik herinner mij wat een andere reiziger mij ooit gezegd had: 'Vanuit het vliegtuig kan je duidelijk de grens tussen Thailand en Cambodja zien. Aan de Thaïse kant zijn alle velden groen, terwijl het enige wat je ziet in Cambodja bruine vlaktes zijn. Je kunt de problemen van Cambodja letterlijk geschreven zien in de grond.'
Na een tijdje rijden we langs een steenbakkerij. Ik vermoed dat deze mannen hier niet al te veel klanten zullen vinden. Het bouwmateriaal voor de hutten bestaat uit palen, gevlochten riet en stro. De enige gebouwen die zelfs maar een golfplaten dak hebben zijn de revalidatiecentra en de kantoren van de CPP (Cambodian Party of the People) die ge om de haverklap tegenkomt.
De toekomst van Cambodja ziet er niet te rooskleurig uit. Internationale waarnemers kunnen geen scenario bedenken waarin het land binnen 50 jaar nog zal bestaan.
Eén van de grootste problemen van het land is de corruptie. De politieke partijen zullen in ruil voor steun van Thailand of Viet Nam graag concessies toestaan wanneer ze aan de macht komen. De corrupte politici delen het uit aan wie er voor wil betalen. Het helpt natuurlijk ook niet dat de overheid Angkor Wat heeft verkocht aan een olieconsortium en dat deze niets van de hoge inkomprijzen gebruiken om de site op te kalefateren of zelfs maar in stand te houden.
Op één van de stops vonden we een persoon met een alleraardigst monopoly. Hij had namelijk de enige squat in honderd kilometer omtrek. De vrouwen stonden trappelend aan te schuiven.. Hier kon dan ook geld voor gevraagd worden. Ik zoek mij een stevige mangoboom uit.
Het is al na negen uur als we eindelijk stoppen voor een guesthouse waar men direkt goedgemutst de rugzakken in kamers begint te laden. De vraagprijs is echter redelijk dus besluiten we hier toch een nachtje te blijven. We hebben elk twintig minuten in de douche nodig voordat het water dat wegspoelt niet meer rood ziet van de aangekoekte laag stof. Blijkbaar is zelfs dit nog niet genoeg want als we ons afdrogen eindigen we allebei met een rode handdoek.
Als we uit de kamer komen worden we direkt meegenomen naar het terras waar men de feestmaaltijd opdient: rijst met ochtenddauw (trekt en smaakt nog het meest naar zeewier), gebraden ansjovisjes en eendensoep, alles overgoten met liters bier. Lekker.
De avond verloopt snel als we kennis maken met David en Jessica, een Amerikaans koppel van Raleigh (go Bulls!), die zes maand reizen door Oceanië en Zuid-Oost Azië op weg naar een nieuwe job in Zwitserland. Al snel blijkt dat we veel gelijklopende interesses hebben en we discuteren tot een stuk in de nacht terwijl we ons verstaanbaar proberen te maken over de zatte Cambodjanen die meekelen met de laatste karaoke-hit.
Rond middernacht zit ik nog met een Australische strandstoefer en een Brit grrrl te drinken en samen besluiten we nog iets te zoeken om te gaan dansen. Vier personen van de hotelstaf zien dat ook wel zitten. Ze halen vier motorrijders aan en met drie man per moter rijden we naar de andere kant van de stad. Terwijl we bollen vraagt de ober of ik die avond een Cambodjaanse zal nodig hebben. "Nee, dank u" laat ik hem beleefd weten, waarop hij mij een samenzwerige glimlach geeft en laat weten dat hij ook een man van de wereld is en vertelt 'ah, you want Thai woman, also no problem, good boom boom. Bit more expensive'. Het duurt even voor hij doorheeft dat ik echt alleen maar wil gaan dansen, hij was er immers van overtuigd dat dat gewoon een excuus was voor mijn vrouw.
In de disco worden we direkt aangeklampt door een drietal meisjes die allemaal 'Pick me, Pick me' roepen. Even vrees ik dat we in het verkeerde etablissement zitten maar al gauw blijkt dat deze vrouwtjes biergirls zijn. Elk merk van bier heeft zijn eigen meisje in de clubs en bars om hun bier te promoten. Deze miekes zorgen ervoor dat ge nooit zonder ijs of bier valt in uw pint en zullen u zoveel mogelijk proberen te animeren. Een soort Cambodjaanse geisha als het ware. Natuurlijk wordt meestal niet gekozen welk bier te drinken op basis van het biermerk maar eerder op basis van het gezichtje. Nu lijkt 'een gratis glas als ge zes Hoegaardes drinkt' wel wat tam.
Die morgen is het eerste wat ik te horen krijg van de staf van het hotel 'you had good pussy last night?'. Ik laat hem weten dat ik geen kat gezien heb.
Om negen uur is de temperatuur al over de dertig graden gestegen en is de kamer een echte sauna geworden. Dan maar terug herloceren naar een slaapplaats met airco.
Het valt wel op dat de franse kolonisten geen zichtbare tekenen van hun aanwezigheid in dit land hebben achtergelaten.. Als ge de stokbroden die overal worden verkocht niet meetelt natuurlijk. Het is echt heerlijk om nog eens een krokante petit pain met smeerkaas te kunnen eten.
Als we later op de avond door het stadje kuieren schuiven we uit goede gewoonte aan bij een tafeltje langs de straat en bestellen wat juices. Ik twijfel niet om een schaaltje eitjes te bestellen, het is immers al zo lang geleden dat we een goed gekookt eitje hebben gegeten. Als ik er echter ééntje openbreek blijkt er een soort mengelmoes van vlees en groenten en veertjes (???) in te zitten. Eens controleren bij de geburen. Die eten smakelijk van een gelijkaardig ei dus het onze zal ook wel in orde zijn. Ik heb mijn twijfels maar Cindy slaat het zonder scrupules in haar kas. Later zullen we leren dat bevruchte eendeeieren met bijna volgroeide embryo's hier een delicatesse zijn.
We zijn bijna terug bij het hotel als we Carl en Emma tegen het lijf lopen. Deze Canadees-Koreaanse combinatie brengt een onuitputtelijk repertoire wereldvreemdheid ten berde. Ze zijn als de dood voor giftige slangen die volgens de LP in Angkor Wat zouden zitten, ze zijn onder de indruk dat in de kraampjes op straat eten gelijk staat met een acute voedselvergiftiging en krijgen een drietal paniekaanvallen als ze zich door de grensformaliteiten werken. Ook Europeanen hebben volgens hen nog maar een paar jaar het wiel uitgevonden, Als Emma een tissue aan Cindy geeft vraagt ze bezorgd "you know how to use it??". Het is ons een raadsel hoe ze ooit zo ver zijn geraakt.


De stad krioelt van de mottorijders die hun moterfiets hebben voorzien van een karretje. We nemen mijnheer Cheam en zijn vehicel onder de arm en bollen naar de site. Even 20 dollar per persoon afschuiven en de volgende stop is de Bayon.
Wat te zeggen over de befaamde monumenten? Vooraleer we vertrokken hadden we van zoveel reizigers gehoord dat deze plaats een hoogtepunt was van hun reis en we hadden dan ook besloten dat we dit niet konden missen. Nu we er echter rondlopen valt het echter op in welke erbarmelijke staat de monumenten zijn. Wat de Rode Khmer in de jaren '70 niet kapotgeslagen en vernietigd hadden wordt nu in snel tempo door de zure regen (vermoeden we) afgewerkt. Nadat men tientallen jaren bezig is geweest om de site terug een vleugje van zijn oude glorie terug te geven wordt nu in snel tempo teniet gedaan door de vervuiling. Foto's die we gezien hadden van de Angkor Wat zo'n twintig jaar terug zijn nu bijna niet meer te herkennen. Het is om te huilen.
Terwijl we door het park rijden zien we een nieuw fenomeen: drive-thru donaties. Langs de kant van de weg zitten monniken met speakers gebeden te dreunen en de mensen die in de laadbak van de vrachtwagens staan of met een motto voorbijrijden gooien wat briefjes in het voorbijgaan. Een helper spoedt zich dan op straat om deze op te pikken. Als Boeddhist is het altijd wel een goed moment om 'merit' te verwerven.
Voor de Fransen de Khmer en Sanscriet inscripties op de muren van Angkor Wat hadden ontleed om de juiste chronologie van de Cambodjaanse koningen te vinden dachten de Cambodjanen voor enkele eeuwen dat de site gebouwd was door de goden. Elke link met hun glorieus verleden was vergeten.
Als we in België eens gaan picknicken in de Nekker of Hofstade dan nemen we wel eens wat dingen mee die achteraf bekeken redelijk gek zijn, maar ik durf te wedden dat niemand meeneemt wat sommige cambodjanen in hun pick-up laden als ze een dagje op het gras gaan zitten in Ankor Wat. Iemand had effectief vier 500 Watt, anderhalf meter hoge boxen meegesleurd samen met een VCD installatie, compleet met 34 inch flatscreen zodat hij kon karaoke-en in de bossen. Als we door het park rijden denken we dat er een Eddy Wally festival aan de gang is. Zo vals zong hij. 't Is een hobby zeker.
In de tempel van Angkor Wat horen we sinds lange tijd nog eens plat vlums spreken dus we gaan snel een klappeke doen met de landgenoten die deel uitmaken van een toergroep door Zuid-Oost Azië. We leren dat de schrik voor SARS er in België blijkbaar goed inzit; de groep van Best Tours is richting Vietnam vertrokken met een derde van de originele inschrijvingen. De rest had wat last van zijn maag of een familieprobleem.
Deze dag wordt gespendeerd om in Phnom Penh te geraken. Wij staan op het afgesproken uur op de afgesproken plaats op het appel. Spijtig genoeg zijn we de eersten op de bus en daar de belangrijkste wet van transportatie in deze streken is 'ge vertrekt niet wanneer het tijd is, maar wanneer de wagen helemaal vol zit' zal het nog anderhalf uur duren voor we Siam Reap achter ons laten. Ondertussen racen we rond in het stadje terwijl een persoon met walkie talkie constant aanwijzingen geeft. Blijkbaar is er een soort netwerk waarmee nieuwe mogelijke klanten snel worden gelocaliseerd waarop alle busjes in de stad om ter eerst bij die persoon proberen te geraken om een passagier meer te veroveren.
Eén ding dat ge zeker moet onthouden over de wegen in Cambodja is dat ge blij moet zijn met wat ge hebt. Het kan en zal ALTIJD nog erger worden. De asfaltweg wordt al snel vervangen door een macadam met meer putten dan wegbedekking en na een twintig kilometer is ook deze luxe verdwenen en zoeken we onze weg over een rode stoffige zandweg. De meeste bruggen die we onderweg tegenkomen zijn ondersteund met zandzakjes wat de gemiddelde levensduur van die dingen een tweetal jaar maakt. Dit probeert men te verlengen door in het droge seizoen de bussen via de rivierbedding te laten rijden. Paris-Dakar toestanden verzekerd... Plezant!!
Er is dan wel geen film in het kleine minibusje maar vermaak wordt verzorgd door de honderden kleine muggen die op één of andere manier aan boord zijn geraakt. Heel de bus is de eerste twee uur actief in de handen aan het klappen en voltrekt een muggenmassamoord.
Een andere vorm van vermaak is enkel voor mannen. Een nogal struis gebouwde Duitse is blijkbaar van mening dat XS T-Shirtjes haar maat zijn wat ertoe leidde dat haar boezem leek op twee zeppelins op weg naar een fotofinish en het opschrift 'THE SISTERS OF MERCY' eruit zag als


Combineer dit met de hotsende en botsende bus en ge kunt al denken waar alle aandacht naartoe ging.
Vandaag moeten we of Cindy eens laten onderzoeken op slaapziekte of ze de gouden medaille geven in de discipline 'knorren voor gevorderden.' Terwijl alle anderen twee handen nodig hebben om in hun stoel te blijven zitten, kijk ik met verbazing hoe mijn vrouwtje in slaap valt gedurende de busrit-door-de-hel. Dat ze twee keer met haar hoofd tegen de zetel knalt lijkt ze niet te voelen.
Ik vermoed dat zodra we aankomen ze de bus met een engelse sleutel zullen aanvallen om een uur of twee alle vijzen die loszitten terug vast te draaien en eventuele missende moeren te vervangen.
Onderweg leer ik ook waarom de 'chicken' op het menu hier altijd iets duurder is dan de 'beef' of 'pork' variëteiten. Die schrale wezens zijn echte racekiekens (Survival of the fittest op zijn mooist). Als ge zoiets te pakken wil krijgen moet ge moeite doen.
We arriveren in Phnom Penh, vinden een hotel, droppen de zakken, pikken drie halve liters bier op en begeven ons naar de dijk. De blikjes zijn al soldaat vooraleer ze hun doel kunnen vervullen (... bij het genieten van de zonsondergang). Geen probleem, zijn toch te laat voor het evenement. Dan ons maar neergezet in één van de restaurantjes die uitkijken over de Mekong en waar voornamelijk gerechten met het voorvoegsel 'happy' op de menu prijken. We kiezen voor een grote Hawaï pizza. Direct volgt de vraag: 'How happy sir?' We opteren voor 'medium'. Na een heerlijke maaltijd wandelen we nog wat langs de dijk en ontwijk ik succesvol alle talkpoeder aanvallen terwijl Cindy jammerlijke faalt en van onder tot boven onder het goedje komt te hangen.
The pain of man's inhumanity to men is unbearable.
carved in a wall in S-21
Niet getreurd, ze koopt zich ook een paar potjes en viert enthousiast mee. We hebben die avond meer last van het bier dan van de ganja in de pizza... denken we... Het is pas 's nachts als ik wakker word en ik zeker weet dat er iemand in de kamer staat waarop ik van angst mijzelf zo klein mogelijk maak en bijna niet meer in slaap geraak. 's Morgens snap ik waar mijn paranoia vandaan kwam. Het moet dan toch wel potente wiet zijn die ze hier in het eten draaien.
Met tegenzin werken we ons uit bed, we hebben gisteren onze heilige regel 'nooit meer dan een uur op voorhand plannen' gebroken en ons ingeschreven voor een stadstoer. Vandaag moeten we dan maar de gevolgen dragen. De toer wordt ook genomen door Sean, Eric en John. Drie UK pubers die les geven in Hong Kong maar die nu door de schuld van SARS technisch werkloos zijn en besloten hebben om hun heil dan maar te zoeken in Zuid-Oost Azië.
De eerste stop is het nationaal museum met een mooie collectie beeldhouwwerken en vleermuizen (in het dakgebinte) dat gehuisvest is in een terracotta gebouw van traditioneel ontwerp. De bewakers proberen een centje bij te verdienen door de bezoekers bloemen (die later natuurlijk gerecycleerd worden voor het volgende slachtoffer) te laten offeren voor de verschillende beelden van Bouddha, Shiva en Ganesh. Nee dank u.
Terug de bus op, handrem lossen, dertig meter heuvelafwaarts bollen en we staan voor het koninklijk paleis. Deze plaats vind ge terug op al de Cambodjaanse postkaarten. Het domein is zeer goed onderhouden en je vindt er de ballethal, verschillende tempels en paleisgebouwen. Een kubusvormige bungalow is een gift van de Fransen. Via een smal straatje kom je bij de zilveren pagoda. Deze tempel heeft zijn naam niet gestolen. De vloer is betegeld met 5000 tegels van 1 kg. puur zilver. Het is blijkbaar niet alleen de katholieke kerk die graag met z'n rijkdom pronkt.
Na een half uurtje zijn we op de volgende stop: de befaamde 'killing fields'. Dit is één van de plaatsen waar het Pol Pot regime zijn gruweldaden beging. Als je hier rondloopt is het niet moeilijk om u in te beelden hoe de veroordeelden, die meestal geen idee hadden wat ze verkeerd hadden gedaan, verschillende dagen zonder eten of drinken werden vastgeketend in de 'wachtkamer', wachtend op hun 'beurt'. Onder het afdak konden deze hopeloze zielen zien hoe de jonge beulen de baby's doodsloegen tegen een boom of de mannen de schedel insloegen met een hamer, ze dan in een massagraf dumpten waar ze nog naschokten. In het midden van het veld staat een monument waar de schedels van de meer dan 10.000 geëxecuteerden, die gevonden zijn op het terrein, terug staren naar de geschokte toeristen met holle oogkassen. Het enige wat na een tijdje nog door uw hoofd gaat terwijl ge verdwaasd van de ene getuigenis van onmenselijkheid naar de andere strompelt is 'waarom?'
Na een lunch, die iedereen in stilte binnenwerkt, is de volgende stop S-21. Dit is de beruchte Tuol sleng gevangenis waar in de loop van het 4 jaar durende schrikbewind de zogenaamde subversieve elementen werden gefolterd. Meer dan tienduizend mensen zijn de poorten binnengegaan om nooit meer buiten te komen. De tentoongestelde objecten zijn minimalistisch: het frame van een bed, een donkere vlek op de vloer, gemetselde cellen van 1 op anderhalve meter... maar niemand die erdoor loopt kan ontsnappen aan de horror die nog reeds ronddwaalt. Wel eigenaardig dat het meestal Engelse en Amerikaanse toeristen zijn die geschokt in het opmerkingenboek schrijven 'no more war', 'never again' en 'why can't people live together peacefully'.
Dan gaan we winkelen op de Russische markt. Niet zo verschillend van het Sint-Jans plein in Antwerpen kan je hier ook alles vinden wat illegaal (als zoiets al bestaat in Cambodja) en/of copy is. Als we de Topjes van GAP voor een dollar vinden, een kilo hash voor twintig en de laatste DVD's voor drie,weten we dat we hier nog eens zullen moeten terug komen en wat meer tijd investeren.
Na een korte stop bij het vrijheidsmonument is het verder naar de Wat Phnom. In deze tempel vind ge vier boeddha's terug die in de veertiende eeuw gevonden werden door een vrouw die Penh noemde. Deze heuvel (Phnom in het Cambojaans) is verantwoordelijk voor de naam van de stad. Hierrond heerst een echte vakantiesfeer. Rond de bloemenklok vind je verkopers met fruit, broodjes of geroosterde ingewanden, op kleine tafeltjes zitten oude mannetjes koffie en thee te slurpen en overal zie je jonge koppeltjes knuffelen, terwijl de jeugd hopscotch speelt. Ons zal deze heuvel waarschijnlijk wel best in het geheugen blijven onder zijn pseudoniem: de besmodderpagoda. Alhoewel het Cambodjaans nieuwjaar in theorie afgelopen is, kan de jeugd het toch niet laten om hun overschot aan talkpoeder genereus over Cindy te strooien.
Wanneer we terug naar het hotel wandelen zien we de drie UK-ers waggelen terwijl ze met een motorrijder discussiëren. Ze komen juist terug van Happy Herb's Pizza en hebben een pizza 'extra happy' binnengespeeld. Het is duidelijk dat het kruid zijn werk al begonnen is als ik Sean de driver voor de derde keer hoor vragen met ongeloof in zijn stem 'waart gij dat die ons naar hier heeft gebracht?'. Dit zorgt er natuurlijk voor dat de chauffeur ze kan uitmelken dat het niet meer proper is. We jagen hem snel weg en wijzen de mannen de weg naar hun kamer die ze vergeten zijn.
Als wereldtripper blijft er toch nog verbazend weinig echt te exploreren op deze aardkloot. Met de meeste zaken is men ons al lang voor.. Om Amerika, Angkor Wat of Ajanta te ontdekken hadden we een paar eeuwen eerder moeten opstaan. Vandaag vind ik toch nog een redelijk onontgonnen terrein: de Cambodjaanse whiskies. 55 Eurocent voor een flesje van een halve liter met als naam op het vettige etiket 'Royal Wihsky'. Als ge het flesje opendraait moet ge uw neus dichtknijpen. In plaats van het overheerlijke boeket komt een combinatie van toiletverfrisser en zwarte drop uw neusgaten binnendringen. Visueel is het al niet veel beter.. er zitten precies olievlekken op mijn WC. (het spul blijkt later ook nog redelijke corrosieve effecten te hebben als ik roestplekken ontdek in mijn roestvrij stalen drinkfles) Wat zeker als positief punt kan genoteerd worden is dat het de eerste keer is dat de cola duurder is dan de wiksy. We hebben echter onze voorzorgen genomen en reeds twee liter Angkor beer tot ons genomen in ons favoriete restaurantje om de hoek en zijn klaar om dit onontdekte terrein verder te exploreren. Woohoo.
Die avond gaan we een stapje in de wereld zetten en we zoeken de 'Heart of Darkness' op. Deze disco met een cliënteel van hoofdzakelijk backpackers en piepjonge Vietnamese meisjes zou zijn deuren geen week openhouden in België. De sexescapades in de Zillion lijken tamme boecht vergeleken met de toestanden in deze keet. In de Zillion mocht ge niet binnen als ge jonger waart dan 18, hier moet ge jonger zijn dan 18 als ge op het podium wilt. Tijdens een bezoekje aan het toilet word ik een paar keer aangeklampt door vrouwvolk dat boven het lawaai 'come with me, good boom boom' in mijn oor roept. Als antwoord laat ik elke keer mijn trouwring zien terwijl ik spijtig mijn hoofd schud. Er is er echter eentje die zich niet van de wijs laat brengen en ze zegt.. 'good, she come too. no extra charge'. Dat is een voorstel dat ik eens moet doorspelen.. Sodom en Gommora kunnen nog iets leren van Phnom Phen.
Cambodja, en zeker Phnom Penh, is één van die weinige plaatsen op aarde die nog niet klaar zijn voor een Neckermann invasie. Het reizen is hier nog altijd een beetje meer avontuur en de aangeboden vormen van ontspanning (voornamelijk drugs, sex en wapens) vind ge normaal niet terug in de reisbrochures.
Later die avond, in een korte flash van briljant inzicht, wat overinname van alcoholische dranken soms met zich meebrengt, vind ik de definieerbare eigenschap van Cambodja: er is een ongelooflijke korte afstand tussen een fantasie en deze fantasie realiteit maken. Elke wettelijke, sociale of morale obstakels die u zouden tegenhouden in landen zoals België of Frankrijk zijn compleet irrelevant hier. Om dit verder te demonstreren zijn hier nog een paar verhaaltjes die ik in de literatuur (Vooral Off the rails in Phnom Penh van Amit Gilboa is een aanrader) heb gevonden of gehoord van andere mensen:

     Khmer en wapens. Een expat leraar vertelt dat hij ooit twee Khmers in de klas had die tijdens een donderstorm recht stonden en een paar schoten losten uit hun revolvers toen het donderde. Dit is een oude Khmer traditie om de goden te laten weten dat zij hier beneden zijn zodat ze niet neergebliksemd worden. Maar hij was van mening dat een Khmer elk excuus om zijn wapen te laten afgaan zal aangrijpen
     Een oud dametje, die haar tuin wilde beschermen, kocht op de markt een tweedehands landmijn. Lang heeft ze niet mogen genieten van haar aankoop want terwijl ze naar huis reed werden zij en haar motorrijder opgeblazen.
     Ik wist niet dat deze Darwin Award in Cambodja was verdiend, maar blijkbaar vonden een paar Khmers het plezant om russische roulette te spelen met een oude mijn. De verliezer van een dronkenmans spelletje moest elke keer op een mijn gaan stampen. Dit zorgde ervoor dat de bar met cliënteel van de aardbodem werd geblazen.

Het laatste verhaal is onszelf die avond overkomen in 'Heart of Darkness': in plaats van stoelen zijn er matjes en kussentjes neergelegd rond de dansvloer waarop een aantal westerlingen liggen die met een dwaze blik onmogelijk grote 100% wiet joints aan het roken zijn. De muziek is redelijk en we amuseren ons goed. De biertjes zijn echter nogal prijzig en al snel nemen de Leuvense reflexen het over en beginnen we bier te 'lenen' uit de flesjes die onbewaakt achterblijven. We leren die avond dat dat niet het beste is wat ge kunt doen in een stad waar ge ritilin, rohypnol en andere zware pillen zonder voorschrift en voor geen geld op elke straathoek kunt kopen. Eén van de flesjes moet redelijk 'gespiked' geweest zijn want ergens rond drie uur vallen we in een diepe slaap en worden pas wakker als bij het eerste ochtendgloren men de zaal begint op de kuisen. Dan herinnert Cindy zich dat op één van de matjes een Japanner uitgeteld lag. Toen deze bijkwam bleek al zijn geld te zijn verdwenen en hij is toen vloekend naar buiten gestrompeld. Blijkbaar had men iets in zijn bier laten vallen en hebben wij dommerikken ook een veeg uit de pan gehad. Gelukkig hebben we al ons geld nog.
Het is pas vier uur in de namiddag voor de pillen en alcohol in die mate zijn uitgewerkt dat we een broodje met omelet kunnen binnenspelen waarna we weeral in bed kruipen.
Als het al goed donker is en we nog een luchtje gaan scheppen, merken we dat via het internet bellen hier bijna niets kost. We maken van de gelegenheid dankbaar gebruik om de familie nog eens te horen en hen te laten weten dat we ons (terug) goed voelen. Dan is de energie op en gaan maar weer in dromenland vertoeven.
Vandaag ontdekken we de stad te voet. Het duurt niet lang of we verlaten de geasfalteerde hoofdbanen en wandelen door wijken die doorkruist worden door aarden wegen. De enige manier om u hier te verplaatsen is een motorfiets en op elke straathoek wordt wel aangeboden om ons te voeren.
Als we een klein kappersalonnetje vinden dat schijnbaar uitgebaat wordt door een tiener, maakt Cindy er gebruik van om haar nog eens te laten kortwieken.
Na een tijdje vinden we de russische markt terug en doen inkopen: DVD's, toppekes, broodmes, koptelefoon, juices, rugzak (voor de veel te enthousiaste aankoop van de DVD's). Uiteindelijk laden we alles op een motorfiets en keren terug naar het hotel waar we niet meer buiten komen behalve om nog een hapje te gaan eten in ons favoriete restaurantje om de hoek (de biergirl is wel niet om aan te zien maar de beef salad is hemels) en te internetten..
Hoewel de banen van Cambodja niet veel mogelijkheid bieden tot fahrvergnügen hebben we deze morgen toch genoeg ruimte om onze benen te strekken. De bus richting Viet Nam heeft maar een zestal passagiers aan boord. Dat is nog eens geluk hebben.
Als we stoppen om een hapje te eten wordt mijn ontbijt, noedelsoep met beef, al snel gereduceerd naar gewoon noedelsoep. Mijn choeke heeft een paar poesjes ontdekt die (volgens haar dan toch) veel meer nood hebben aan proteïnen dan ik. En ik voelde mij al wat zwakjes.. kuch, kuch..
We zijn nog niet halverwege of de bus geeft er met een luid gekraak de brui aan. Als we uit de achterruit kijken zien we wat er fout is. De benzinetank is gelost en ligt een tiental meter achter de bus. Geen paniek. Eerst wordt de tank terug gesleurd, nadat blijkt dat ze hem met speeksel alleen niet onder de bus zullen kunnen kleven en laden ze de tank in de bus. Dan snappen we waarom men hier met half lege bussen rijdt: redundantie. De andere bus, die vijf minuten voor ons was vertrokken, wordt gebeld, maakt rechtsomkeer, laadt ons op en trekt de defecte bus tot de volgende reparatieplaats.
De nu propvolle bus brengt ons zonder problemen tot aan de grensovergang, die bestaat uit een zevental hutjes. We zoeken het juiste hutje (exit) uit en krijgen onze stempels. We verlaten met tegenzin het Wilde Oosten.

[when talking about Cambodian people]
I am overwhelmed by a sense of humanity here, as if all of us rushing around in modern cities like New York or Bangkok are automatons who have given up some important piece of ourselves to join the modern world.
Off the rails in Phnom Penh - Amit Gilboa