|
|
 |
 |
 |
Tien minuten terug in Indië en we maken al ambras met de ganse tuk-tuk populatie rond de luchthaven als blijkt dat alle meters 'kapot' zijn. Onder het uitroepen van 'Cheating man' en 'you crazy' bollen we het af naar het strand. Oh, ik hou van dit land!
De vissers zijn hun netten aan het binnenhalen en omdat ik toch altijd zo een grote fan ben geweest van touwtrekken kan ik het niet laten om mee te helpen.
De netten liggen een vijfhonderd meter in zee en met tien man aan elke kant doen we er een goed uur over voor we ze terug kunnen binnenhalen terwijl we mekaar 'pidi, pidi' (trek, trek?) toeroepen en het ganse strand afwandelen. Voor het zweet dat ik laat en de blaren die ik oploop is er weinig resultaat. Buiten wat stekelvissen zit er niets in het net. Het waren wel toffe mannen, maar van vissen kennen ze precies niet zoveel.
Terwijl Cindy zich nog een fluitje laat aansmeren door locale kwajongens vind ik een zeldzaamheid in deze streken: een eerlijke rickshawchauffeur en ik kan hem overtuigen ons de rest van de voormiddag rond te voeren. Eerst gaan we naar Veli Park. Als Meli Park voor de kinderen is dan kunnen de papa's en mama's naar Veli Park komen. Hier zijn erotische sculpturen het onderwerp. De meeste van die moderne toestanden verstaan we niet, maar we weten al snel dat ge er niet moogt opkruipen om er fotootjes van te nemen! Toch geen echt Meli Park dus.
We hebben nog een uurtje of drie voor onze trein naar de meest zuidelijke tip van Indië. Dit geeft ons nog genoeg tijd om een hapje te eten in het Indian Coffee house. Dit is een verbazingwekkend lekker restaurant dat gebouwd is zoals een kinkhoorn. Ge blijft uw weg omhoog zoeken langs een licht hellend pad tot ge een tafel tegenkomt waar niemand zit. De enige die niet gelukkig waren met deze constructie waren de obers, die dikkere kuiten hadden dan een duitse wandelgek.
Als we in Kanyakumari aankomen gebeurt er iets dat we nooit dachten mee te maken: een absoluut lege wagon.. Geen enkele Indiër is te zien. Dit mag misschien niet klinken als iets speciaals in België, waar ge u meestal als een VIP voelt omdat ge de hele wagon voor uzelf hebt, maar laat me u vertellen: in Indië is dit een unicum. Het heeft twee en een half maanden geduurd en we zijn helemaal tot het einde van het land moeten reizen. maar in de laatste paar stations is er niemand die bedelt, ons aanstaart, een praatje wil maken, iets verkopen, snurkt, ... We worden zelfs zenuwachtig van de stilte..
Zoals veel van die Hindu goden hier heeft Indië ook honderden verschillende gezichten en vandaag ontdekken we weeral een nieuw aangezicht. Dit is de eerste keer dat we niet op onze hoede moeten zijn voor oplichters, touts en 'gidsen'. Iedereen hier is uitermate vriendelijk en uitgelaten.
Ook de gewoonlijke drukte die rond de Indiërs hangt valt hier precies van hen af. Aan de kuststrook heerst een echte kermissfeer met tientallen kraampjes die zich voornamelijk lijken te specialiseren in schelpen.
We genieten van de zonsondergang vanaf de Ghandi memorial, iets wat er van ver uitziet als een gestrande roze onderzeëer, maar als je binnen rondloopt krijg je toch kriebels als ge de foto's van de eerste leider van het moderne Indië ziet. Als de groten der aarde maar een beetje meer zoals hem zouden kunnen zijn.
| In England you marry the woman you love. In India we love the woman we marry. You fall out of love after marriage. We fall in love after marriage. | | No full stops in India - Mark Tully |
|
Ik en een duizendtal Indiërs wachten die morgen slaapdronken op de zonsopgang Het is moeilijk om niet onder de indruk te gerakan van de golven die schuimend breken op de rotsen, de wind die je iets probeert in te fluisteren en de langzaam oplichtende hemel. Als de rode schijf zich eerst snel, dan langzamer tussen de twee eilanden omhoog hijst gaat er een rilling door de menigte. Ik begin te begrijpen waarom de mensen hier zo eerlijk zijn, God is hier iets meer aan het opletten dan elders.
Na een uur over het water te hebben uitgekeken dat zich 270 graden voor mij uitstrekte geef ik het op om de gps meting te maken. Deze plaats laat zich precies niet vastpinnen op een wereldkaart. Op het hotel waag ik nog een poging om de meting te maken, maar na twee uur moet ik toegeven dat dit plaatsje nergens op deze planeet terug te vinden is.. allez.. volgens mijn gps kaartje dan toch.
We merken op dat we weeral kilo's aan het aankweken zijn. Tijd om opnieuw op dieet te gaan: geen eten tussen 8 uur 's avonds en 12 uur 's middags en we gaan hoofdzakelijk terug overschakelen op fruit. Via die methode ben ik toch dertig en Cindy vijftien kilogram. kwijtgespeeld bij de voorbereiding voor de trip. Het zal zeker niet makkelijk zijn nu we eindelijk de smaak te pakken hebben van die Indische schotels.
Er vertrekt maar één trein per dag uit het stadje naar Madurai dus nemen we een bus naar een junction station waar om 7:20 en 8:40 een trein zou vertrekken. We komen er wel pas aan rond 12 uur, maar als grote fan van wiskundige rijen en reeksen had ik geconcludeerd dat er waarschijnlijk wel elk anderhalf uur een trein zou vertrekken. Dit bewijst weeral dat ge met logica niet veel kunt aanvangen in Indië. De volgende trein is om 4:30, dezelfde die vertrekt uit Kanyakumari. Verdikke.. we zitten hier vast in de gat waar niets in de omtrek te zien is buiten kokosnootverkopers en ... een BAR???..
Zwaar zat van de KF strong moeten we ons nog haasten om op tijd op de trein te zitten. Het enige wat we die dag gegeten hebben zijn nootjes en gebraden bloemkool bij het bier. Een goed begin van het dieet!
Op de trein wordt Cindy haar boek dat ze aan het lezen is al snel geconfisceerd door de persoon die tegenover ons zit. Gedurende een half uur bladert hij heen en weer, bromt af en toe iets, beweegt zijn hoofd alsof hij aan het lezen is en geeft het boekje uiteindelijk terug. Als we hem echter een vraag in het engels stellen krijgen we een niet begrijpende blik. Rare jongens die Indiërs.
Er is echter wel één persoon die engels spreekt, een Sadhu (heilige man) die op bedevaart is naar Madurai. De rest van de trip delen we zijn 'good smoke' en mijn scotch terwijl we doorbomen over de verschillen en gelijkenissen tussen onze kulturen.en religies. Eén van zijn visies op Europa is dat de mensen daar half menselijk, half mechanisch zijn. Het duurt even voor ik doorheb wat hij bedoelt met 'mechanisch', ik begon al te denken dat hij ons zag als Borgs of zoiets. Waar hij echter uiteindelijk over praat is het feit dat we in Europa meer en meer automatisch zijn gaan leven. We doen dingen zonder er nog bij na te denken, het systeem heeft immers de meest opportune koers reeds uitgestippeld, er is nog weinig eigen initiatief nodig, het leven is één grote luchthaven aan het worden.
Onwillekeurig moet ik terugdenken aan die tekst die ik twee maand geleden op een steen in McLeod Ganj had gevonden: 'Vivre est ce qu'y a de plus rare au monde. La plupart de gens existent, c'est tout'.
Een hoteltout pikt ons op nadat we 'gemaakt boos' een duur hotel uitstappen en adverteert zijn hotel met 'cheapest and best' en 'three star accomodation at no star price'. Dat is spek voor onze bek en we boeken een goedkoop nachtje. Terwijl we naar boven lopen benadrukt de eigenaar dat het een veilig hotel is.. dat maakt ons meer bezorgd dan ervoor.. waarvoor moeten we dan wel oppassen?
De KF strong is blijkbaar geen cru migraine want die morgen heb ik slechts een lichte hoofdpijn, Dan voel ik even medelijden met de mensen die niet drinken: ze worden wakker in de morgen en dat is het best dat ze zich die dag zullen voelen.
Die morgen weten we ook waarvoor we moesten oppassen: de mieren. We kunnen heel onze voedselvoorraad, die geinfesteerd is met mini-mieren, in de vuilbak kieperen. Peu importe.. we zijn toch op dieet hé..
Madurai is vooral gekend voor zijn Sri Meenaksh tempel en met reden. Dit is tot nu, hands down, de koolste Hindu tempel die we gezien hebben op onze trip (van tempels in het algemeen vinden we nog altijd de gouden tempel in Amritsar de top). Op het 6 hectare tempelcomplex, waar de bhangi (= vegerkaste, laagste kaste in Indië) zijn werk heeft om de gronden kiezelvrij te houden, vind ge veertien kleurige toeters waarvan sommige hoger dan 60 meter!! De tempels met beelden uit de mystieke Ramanayan en lolbroeken met meer gezichten en armen dan fatsoenlijk is uit het hindische pantheon maken van deze plaats een wonderbaarlijk zicht. Voor een keer zien ze er niet zo verbleekt uit zoals we gewend zijn, een brahmin (priesterkaste) die even meeloopt legt uit dat ze elke 12 jaar een nieuw laagje verf krijgen..
Eén van de vormen van aanbidding is blijkbaar het gooien van boterbollekes op de beeldenissen van de goden. Ge kunt u de ranzige, zure geur van drie decennia boterbollekes niet voorstellen. Zo gaat het door het hele tempelcomplex, enorme hoeveelheden voedsel liggen aan de voeten van de goden te rotten, die zich er blijkbaar ook niet aan wagen met zulks een niveau van bederf.
Eén van de populairdere bewoners van het complex is de heilige olifant. Na het toesteken van wat pindanoten worden de gelovigen gezegend, wat er in de praktijk op neerkomt dat de olifant een kwak slurfspeeksel over uwe kop smeert. Ge kunt er maar goed mee zijn.
Cindy laat eens piepen naar haar toekomst door een handlezer. Allez, het ziet er goed uit.. de komende drie jaar veel geluk, de afgelopen zevenentwintig was het volgens de wichelaar nog gene vette geweest, waardoor ik mij toch lichtelijk beledigd voelde. Ze wordt een vlotte 72 en zal niet teveel last van ziektes hebben. Het punt waar ik mij toch zorgen begon te maken was toen hij haar één man en twee kinderen in haar leven beloofde.. Ergens zit daar een contradictie in volgens mij!
Als we terug naar het hotel lopen zien we pijlen naar een internetcafé, maar het pleintje dat we oplopen blijkt de lokale lagere school te zijn. Cindy wordt overspoeld door de kleuters en ze wordt pas 'vrijgelaten' nadat ik een paar foto's heb gemaakt van de joelende bende.
Na drie uurtjes treinen arriveren we in Trichy. Hier vinden we al snel een bus naar de Sri Rangam tempel. Deze Vishnu tempel is zo mogelijk nog groter en mooier dan deze in Madurai. Hij heeft zeven ommuringen met gebeeldhouwde en geschilderde torens over elke ingang. Als niet-Hindu geraakt ge tot de zesde ommuring voor ge door een halfnaakte Bhramin de toegang wordt geweigerd. Geen probleem, meer dan genoeg toeters om een compactflash kaartje te vullen.
Trichy wordt gedomineerd door een rots waarop men natuurlijk een Shiva tempel heeft neergepoot. Dat moeten we van dichtbij gaan bekijken. Shiva is echter zo een beetje de God met het slechte karakter volgens de hindu's en dat merken we aan der lijve als we onze sandalen beneden moeten afgeven voor we de vierhonderd trappen omhoog mogen klimmen. Niet echt iets waar onze zachte westerse voetjes voor geschikt zijn. Zoals gewoonlijk krijg je boven meer het gevoel dat je op een kermis rondloopt dan dat ge op heilige (pijnlijke) grond loopt. Kinderen zijn aan het spelen, koppeltjes zitten te knuffelen en de apen zijn de offergaven aan het stelen. Religie is hier duidelijk meer een levenswijze dan een must.
Terug 400 trappen omlaag, voetjes masseren en dan lopen om de bus naar het station niet te missen. We hadden immers vanavond graag nog wat kilometers afgelegd. Nooit uitstellen tot morgen wat ge vandaag kunt doen! Op de bus tonen we ons slecht karakter door de conducteur die ons briefje van tien roupie niet wil aannemen (zorg er steeds voor dat men u geen briefje met een scheurtje toeschuift want ge geraakt er daarna niet meer vanaf!) dan maar een briefje van vijfhonderd te geven. Hij is niet geamuseerd en we moeten van de bus.
Wij gaan op onze achterste poten staan en gedragen ons als twee koppige ezels. Heel de bus doet mee aan de discussie en uiteindelijk neemt een Indier ons briefje van tien en wisselt het met een briefje dat hij op zak heeft. We schamen ons dood.
De baas van het hotel in Thanjavur weet te vertellen dat er vandaag een festival met Bharata Natyam dansers aan de gang is in de Brihadishwara tempel. Dit laten we niet aan onze neus voorbij gaan en samen met een hele hoop Indiërs gapen we die avond naar iets wat best beschreven kan worden als een dansende monoloog. De danser(es) in felkleurige sari beeld tot vier verschillende personen uit in een stuk en verandert elke second van gelaatsuitdrukking, terwijl op de achtergrond wordt gezongen en op allerlei blikken dingen geklopt. Geen enkele keer kunnen we raden waar het nu in godsnaam over gaat.
De wekker gaat weer veel te vroeg af..met slechts 6 uurtjes slaap beginnen we de dag en gaan terug naar de Brihadishwara tempel en bekijken hem eens in het daglicht. Al de verlichting is verdwenen, maar deze keer vinden we een olifant terug op het voorpleintje. Mensen offeren bananen en worden gezegend. We vinden het zo amusant dat we het straks ook nog eens zullen proberen. We geven onze schoenen af aan de schoenenbewaker en gaan het binnenplein op. Helaas weten onze voeten nog hoe zij gisteren hebben afgezien na onze vele tempelbezoeken en zij lijken precies te weigeren om nog een stap verder te zetten, waardoor we ook in een half uurtje rond zijn met het 'bewonderen' van de tempels. Nadat we Laxmi (elke olifant wordt nu door Cindy "Laxmi" genoemd omdat zij er ooit ene heeft gezien met deze naam op zijn lijf) terugzien en de bananenman 5 rupee hebben gegeven voor een hele tros bananen, kan mijn beesbees ook haar zegening gaan halen.
We hadden enkele foto's zien hangen van het paleis van Thanjavur en besloten om daar ook eens binnen te piepen. Wat een teleurstelling! De Durbar hall waren niet meer dan een paar ruines met nog maar héén redelijk bewaard gebleven kamer. Vanuit de bell tower kon je een redelijk zicht krijgen over de stad. Maar ook dit bezoekje was snel afgerond. Aangezien we nu nog redelijk wat tijd over hebben vooraleer onze trein vertrekt, besluiten we een internet te zoeken..
Het café dat we binnenstappen blijken prutsers te zijn, als blijkt dat onze laptop niet aan te sluiten is op het netwerk (de internetprovider checkt volgens mij het fysische adres van de NIC, als iemand hier een hack voor heeft mag hij het laten weten) laten ze me weten dat het eigenlijk verboden is om uw eigen computer aan het netwerk te hangen. Vijgen na pasen ja. Na een juice vinden we een andere internet en versturen onze mails zonder problemen.
Dan is het tijd om terug te gaan naar het station en de trein terug naar Trichy te nemen. In Trichy hebben we nog een half uurtje om onze nieuwe ticketten te kopen naar Chengalpattu waar we normaal rond acht uur moeten aankomen. Cindy loopt nog snel om een portie butterchicken. De nieuwe regeling voor ons dieet om na 20.00 uur niks meer te eten maakt het soms wel moeilijk. Alles is aangekocht en daar de trein weeral overvol zit, maken we ons een gezellig plaatsje in de gangweg van een sleeperklas compartiment en eten hongerig.
Zittend in de deurpost kijk ik naar een landschap dat me direkt terugbrengt naar de Vlaamse polders. Als Stijn Conickx dit zou zien zou hij hier direkt zijn 'Boerenpsalm, the sequel' opnemen. Na bijna 4 uur worden onze ticketten gecontroleerd en worden we verzocht om in de gang van het tweedeklascompartiment te gaan zitten aangezien we maar een "ordinary ticket" hebben.
Lievemoederen en argumenten zoals 'maar we gebruiken niet eens een plaats om te zitten' helpen er niet aan. De mannen die samen met ons in de gang stonden, staan nu buiten wat naar hun tenen te zien. Ook zij hebben immers maar 'ordinary' ticketten. Weeral een les geleerd.
In tweede klas is het zoals gewoonlijk nog erger, en moeten we de rest van de rit rechtopstaand uitrijden. Daar zien we ook een jongetje, hij noemt Bagwan. Hij zit in een hoekje in het donker tussen 2 compartimenten in. Hij draagt slechts een versleten shortje en gebaart ons of wij niets te eten hebben voor hem. We bedenken dat we niet veel voedzaams in onze zakken hebben en geven hem de enkele nootjes die nog overschieten. Hij eet zijn nootjes op..hij staart..zijn armpjes en beentjes dicht tegen zijn lichaam gedrukt...dit straatjongentje brengt waarschijnlijk zijn hele leven door van de ene trein op de andere, bedelend naar voedsel..
Van een gelukkige lach die we normaal bij die andere bedelaartjes hebben gezien is hier geen sprake. Als we besluiten om toch voor één keer een uitzondering te maken op de regel dat we bedelende kinderen geen geld geven, zien we hem, als de trein stopt, snel om zich heen kijken, onder de arm van een grijpende conducteur glippen en verdwijnen uit de deur. De rest van de avond blijven we met de gedachte aan Bagwan in ons hoofd zitten. Wij zullen in een bed slapen vannacht, maar waar slaapt hij?
We moeten nog een uurtje bussen om in Mamallapuram te geraken. Daar zoeken we een hotelletje, bedingen honderd roupie korting op de prijs, en genieten van ons zachte bed en vallen snel in slaap.
Ohmygawd (Indische versie van 'oh, mijn god, wat is dit?'), Mamallapuram is een dikke teleurstelling. Vanaf Chandigarh hadden we ons al voorgenomen dat, wat er ook gebeurt, we dit stadje, voornamelijk gekend voor zijn sculpturen, zeker niet mochten missen.
Hier blijken we duidelijk in een goed georganiseerde toeristenval te zijn gelopen. De mooie toeristenfoto's zijn allemaal genomen van een site met een oppervlakte van ongeveer 300 vierkante meter, de rest is de moeite van het bezoeken amper waard. Misschien wel iets om 'wow' tegen te zeggen als als ge juist in Indië geland zijt, maar als ge al zovele wonderen hebt gezien hebt in dit land is Mamallapuram moeilijk speciaal te noemen. We zijn al snel terug op de kamer om nog wat gemiste slaap van de afgelopen dagen terug te winnen.
Het moment dat we die morgen Chennai binnenrijden weten we het al: zo snel mogelijk wegwezen. Geen enkele stad die we gezien hebben in Indië is zo vervuild als deze. Van het begin tot het einde lopen we rond met een lichte hoofdpijn en kuchen de longen uit het lijf. Ik schat dat de gemiddelde leeftijd hier wel lager zal liggen dan in de rest van het land. Ook de geur is niet te harden. Ik had altijd gedacht dat de jaren gebruik maken van de oude latrines in het Sint-Rombouts College en het vakantiewerken in Marie Thumas mij wel ongevoelig hadden gemaakt voor welke stank dan ook. Nu wordt bewezen dat ik fout was, de Adyar, de rivier die door de stad loopt is een grote open riool en stinkt uren in de wind. Zulk een onhebbelijke, grauwe stad hadden we zeker niet verwacht.
De Indische post krijgt tot nu toe nog niet veel goeie punten van ons (de exprespost heeft immers al de cd's met fotootjes afgeleverd vol krassen en de grote paketten zijn al twee maand onderweg.. we weten niet of deze ooit gaan aankomen) en nu blijkt ook nog dat de nieuwe kredietkaarten die vanuit België aangetekend zijn opgestuurd niet zijn aangekomen. Na een voormiddag smeken en geld beloven zijn we redelijk zeker dat het geen fout is van de bank en zit er niets anders op dan de kaarten te laten blokkeren en nieuwe te bestellen en hopen dat we deze hebben voor onze laatste kaart vervalt in april.
| Competition was brisk; a survival of the weakest. | | John Krich, on beggars in India |
|
Dan maar naar het centraal station en proberen een ticketje richting Calcutta te bemachtigen. Ook dit is een goede test van verdraagzaamheid. De dame achter het loket is vandaag echt met het verkeerde been uit bed gestapt.. Ze kreunt, ze zucht, ze draait de ogen en ze geeft een toetsenbord precies alle schuld. Als ze eindlijk de man voor ons heeft geholpen, besluit ze dat het hoog tijd is om te gaan eten en klopt het bordje 'closed' neer terwijl ze uitroept 'lunch!!, back in fifteen minutes'. Lievemoederen helpt er niet aan en dus besluiten we haar voorbeeld maar op te volgen en steken een goeie boef, geserveerd op een palmblad, in een lokaal restaurantje in de buurt. Als we na een uurtje terug zijn, zijn er al terug twee wachtenden voor ons en geen spoor van de dame. Na tien minuten zien we haar voorbij gaan en als ze ons terug ziet zitten zucht ze nog dieper. Dan kijkt ze eens naar de klok en verdwijnt weer.
Nog een twintig minuten verder snappen we waarom. Om twee uur begint er immers een nieuwe shift en kan ze naar huis. De nieuwe dame heeft gelukkig energie voor tien, en een halfuurtje later hebben we onze reservaties in een tweede klas sleeper: een 32 uur durende treinrit naar Calcutta voor nog geen 10 Euro de man. Wat weeral de belangrijkste wet die we al geleerd hebben in Indië demonstreert : ge hebt hier niet veel geld nodig, gewoon veel tijd.
Dan is het nog even naar een reisbureau om nog wat informatie te pakken te krijgen aangaande de vluchten van Biman Air, we zullen immers Myanmar alleen binnengeraken via de luchthaven in Yangoon.
Voor een keer was het niet moeilijk om rond te geraken en al deze plaatsen te bezoeken daar we een rickshawdriver hadden gevonden die ons voor een habbekrats rondvoerde. Toen we echter begonnen te geloven dat we de enige eerlijke chauffeur in Indië hadden gevonden kwam de aap uit de mouw.
Hij had graag gehad dat we met hem een drietal emporiums bezochten. Dit zou er voor zorgen dat hij een cadeautje kreeg voor zijn dochtertje en het zou ons slechts een half uurtje tijd in beslag nemen. We weten echter hoe een plakkers die mensen van die emporiums zijn, dus waren we maar al te blij toen hij loog over de waarde van het 'cadeautje' zodat we zonder gezichtsverlies dat bedrag rechtstreeks konden uitbetalen zonder de rest van de dag vast te zitten in souveniershops.
Na nog wat winkelen en internetten is het al snel tijd om onze coupé in de trein op te zoeken en onze weg naar onze laatste stop in Indië te zoeken. We zijn er bijna, we zijn er bijna...
Hoe meer we naar het noorden reizen, hoe meer verkopers we weer op de trein zien. We proppen ons vol met samosa's, groentenomeletten, fruit en chais tot we ons misselijk voelen. We eten wel niets tussen 8 uur 's avonds en 12 uur 's middags, maar het enthousiasme waarmee we fretten tijdens de overige acht uur onderscheidt ons niet veel van een Moslim tijdens Ramadan...
Tijdens de rit heb ik een goed gesprek met een ambtenaar van openbare gezondheid die mij op een paar onverwachte aspecten van de Hindu godsdienst wijst. Veel van de rituelen hebben volgens hem een holistische invloed. Een mooi voorbeeld is het feit dat ge rond de tempels moet lopen. Voor veel van de vrouwen die een ganse dag thuis zitten is dit de enige lichaamsbeweging die ze krijgen. Ook de communie, een gele vloeistof, zou niet alleen werken als zegening van de 330 miljoen groten, maar zou ook werken als een soort 'rennie'.
De grootte van Indië is de achilleshiel van het land volgens mijn medereiziger. Een socialistische dictatuur zou beter zijn om alle grote problemen op te lossen, dan kunt ge een democratie starten om de kruimelproblemen die van tafel zijn gevallen nog op te lossen.. vier jaar cycli in een democratie is te kort om een land zo groot als Indië op een goede koers te krijgen. Dit idee wordt precies door veel andere inwoners ook gedeeld. De provincies van Bengalen en Kerala hebben een communistische meerderheid aan het bewind. En als ge inderdaad hoort hoe een farce de nationale politiek is, kan ik het toch niet laten om te bedenken dat het misschien toch tijd wordt om eens iets anders te proberen. Indië is tenslotte toch altijd een buitenbeentje geweest.
Onderwijl kan ik mij amuseren met No full stops in India van Mark Tully uit te lezen (een echte aanrader als ge van plan zou zijn een paar weken in dit land door te brengen. In een tiental kortverhalen biedt deze BBC correspondent een dieper inzicht in het fenomeen Indië), Kim van Rudyard Kipling (een klassieker en zeer plezierig om te lezen, alhoewel het verhaal zich afspeelt tegen het begin van de 20ste eeuw zijn er toch veel zaken die nog bekend voorkomen na een drie maanden door het land te reizen) en In Code (een schaamteloos (en slecht) plagiaat van The Code Book van Simon Singh.. als ge iets meer van cryptografie wilt weten kunt ge beter dit boek morgen oppikken in de FNAC)
Het is ook altijd hetzelfde. De treinen zullen nooit op tijd zijn behalve als de verwachte aankomsttijd 6 uur 's morgens bedraagt, dan zijn ze te vroeg.. Het is een samenzwering zeg ik u!
Gapend en vloekend werken we ons door de hordes taxichauffeurs. Als die echter maar blijven opdagen kijken we eens goed om ons heen en zien we dat wel duizend van die gele ambassadors (de meest voorkomende Indische wagen, gebaseerd op de engelse ...) rond ons wachten om een klant te vinden. Lang zijn we echter niet verloren. In de verte zien we de Howrah brug opdagen uit de ochtendmist (smog?) en we wandelen resoluut over de Hooghly rivier richting hotel.
In Calcutta vind ge al het ergste en beste terug dat Indië te bieden heeft. Het is de perfecte laatste stop in dit land. Tegen de oud coloniale gebouwen staan nog steeds de schots en scheve krotten gemaakt uit plastiek, karton en platen, maar de gevreesde beelden van hongerende kinderen en absolute armoede zien we niet. Integendeel, veel van de Indiërs lopen een eindje mee om een gesprekje te voeren en te vragen van waar we komen, waarna ze weer terug lopen om verder te werken.
De hoge logeerprijzen in de stad doen ons besluiten om de volgende dag al te vertrekken naar Bangladesh en we lopen de rest van de dag de voeten onder ons lijf om alle nodige informatie en papierwerk te bekomen om onze plannen voor de komende drie weken waar te maken. Om een voorbeeld te geven hoe slecht voorbereid ge op een wereldreis kunt vertrekken is hier een overzicht van onze namiddag:
- We weten dat ge alleen met het vliegtuig in en uit Myanmar kunt geraken dus stappen we eerst een reisbureau binnen om informatie naar vluchten te vragen. Vanuit Calcutta komt dit voor Calcutta->Yangoon->Bangkok op een 500 Euro
- Via de gecachte thorntree op de laptop leren we dat het goedkoper is vanuit Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, te vertrekken, dus bellen we eens naar Biman Air (tel uit LP) en krijgen een prijs van 250 euro voor Dhaka->Yangoon->Bangkok.
- We lopen de ambassade van Bangladesh binnen en horen dat we voor 40 euro een visa voor dat land kunnen krijgen en dat het in de namiddag klaar zal zijn. We besluiten het visum te nemen
- In het reisbureau horen we dat een enkele vlucht Dhaka kan voor 60 Euro. Dat zou natuurlijk het makkelijkste zijn. Maar kan het niet goedkoper (en boeiender) overland?
- Na de LP van Indië en Bangladesh er eens goed op nageslagen te hebben blijkt dat er een rechtstreekse bus is van Calcutta naar Dhaka die er 24 uur over doet. Niet slecht... maar 24 uur bus??
- Op de kaart zien we dat de route naar Dhaka over Khulna gaat. Khula is de eindstop van de befaamde 'Rocket' boottrip vanuit Dhaka. Nu i.p.v. eerst naar Dhaka te gaan, dan naar Khulna te varen en dan terug te rijden naar Dhaka, zou het misschien handiger zijn dat we de boot in de andere richting nemen. Cindy is niet zo zeker want volgens haar worden de boten in Dhaka gebouwd en in Khulna terug afgebroken..maar dat zullen we maar afdoen als domme vrouwenlogica zeker?
- Over de Khulna->Dhaka trip kan de LP ons echter weinig zeggen dus gaan we het Net op. Hier vinden we een paar verwijzingen die een indicatie geven dat er de volgende avond een boot zou vertrekken.. echter geen uur en geen prijs. mmhh..
- Van een klein bureautje komen we al snel te weten dat er dagelijks verschillende treinen zijn in de richting van de grens. Geen probleem daar
- Dan wandelen we terug naar de ambassade om de visa's op te pikken.
- De laatste stop die avond is het treinstation om de uren van de trein nog even te bevestigen
| Too many birthdays are bad for your health |
|
Dit alles heeft ons misschien wel een halve dag gekost, maar zoals ge ziet, zonder al te veel moeite vind ge toch een goedkopere en effeciëntere route. Dit doet ons besluiten dat als langdurig reiziger ge het meeste behoefte hebt aan flexibiliteit. Als ge daarvan genoeg in uw rugzak hebt steken komt ge overal.
Die morgen missen we bijna de trein omdat we te voet van het hotel naar het station wandelden. Voor één keer niet om geld uit te sparen maar om nog een laatste keer die Indische sfeer op te snuiven. Roepende en trekkende fruitverkopers, rickshawmannen die u bijna omverrijden en mensen die zich onder een gesprongen waterbuis aan het wassen zijn, voor een laatste keer nemen we alle beelden op waarmee we zo vertrouwd zijn geworden. Beelden die ons eerst schokten, dan kwaad maakten en uiteindelijk het woord 'verdraagzaamheid' beter deden begrijpen.
Op de trein richting grens voelen we ons nog twee uurtjes in Indië daar de wagon weeral over de limiet was volgepropt met mensen en we de rugzakken uit het oog verloren. Hier raak ik in gesprek met een douanebeambte van de grenspost waar we heengaan en we leren weeral dat de enige goeie mensen in Indië wonen. Voor we naar Nepal en Sri Lanka gingen werden we ook elke keer gewaarschuwd wat voor een 'cheating men' de inwoners van die andere buurlanden wel waren.
Het landschap waar we doorrijden is overdekt met kleine vijvertjes waar overal één of twee bootjes in liggen die even groot zijn als de vijver zelf. Als ik mijn nieuwe vriend daar op wijs legt hij uit dat tijdens de monsoon alles hier zal onderlopen en dat die bootjes dan de tijdelijke huisjes zullen worden van de locals.. een beetje als de bungalow van Tante Maria in Blankenberge besluit ik.
Vanaf het station klimmen we met de zakken op een bakfiets en vervoegen de sliert verkeer richting grens. We hebben een sterke trapper die de acht kilometer in een halfuurtje aflegt. Capelli, doe dat maar eens na terwijl ge 150 kg. moet trekken. Terwijl we onderweg zijn zien we nog straffere stoten. Deze mannen vervoeren in deze streek blijkbaar alles, van hordes schoolkinderen tot hooibalen en volwassen bomen die we over de 300 kg. schatten.
Het afscheid van Indië is niet zo vlot als we zouden willen. Alle Indiërs krijgen direkt hun stempels en gaan richting douane. Ik en Cindy en zeven Srilankese moslims laten ze een uurtje stomen voor ze het proberen. De man die de stempels zet komt eerst eens horen of we enige 'countrycoins' bijhebben. Als dit niet het geval is lijkt hij niet zo tevreden en zegt dan dat het boek dat ik aan het lezen ben (mijn verjaardagscadeau!!) wel graag zou hebben. Als blijkt dat hij hiernaar zal kunnen fluiten gaat hij grommend terug naar zijn bureau. Pas als Cindy met hem een klapke gaat doen, wat fotootjes maakt en belooft die op te sturen als we terug thuis zijn krijgen we wat medewerking en een halfuurtje later lopen we de douane binnen.
Als ze daar zien dat we van België zijn vragen ze of we iemand van het kantoor kennen. We vermoeden dat dit slaat op de persoon die we op de trein ontmoet hebben, dus zeggen we maar 'ja'. Hierop wandelt de officier weg met onze paspoorten en komt terug met de man van de trein. Deze persoon heeft het hier blijkbaar voor het zeggen want iedereen probeert het nu zoveel mogelijk naar onze zin te maken. Als hij vraagt waarom het zolang duurde en wij toegeven dat zijn collega's van immigratie niet al te veel medewerking gaven zegt hij dat we hadden moeten laten weten dat we volk van de douane kenden, dat had alles wel versneld...
|
|
 |
|
|