Myanmar heeft pas een echte luchthaven! Het moment dat we landen ben ik als eerste op de tarmac en laat de camera op volle toeren draaien. Zelfs de terminals zijn in de locale stijl opgetrokken, wat wil zeggen dat ge die slanke bouwstijl met typische goudkleurige pinnen op het dak hier al terugvindt. Dit is blijkbaar niet met de zin van de security die graag mijn filmpje heeft. Daar dit met de digitale kamera niet echt tot de mogelijkheden behoort, geef ik hun een snelkursus hoe je met zoiets foto's delete. Wat ik in die twee minuten vergeet te vertellen is hoe ge de foto's verstopt zodat ze niet in de lijst komen. Benieuwd voor hoeveel ik deze foto's kan verkopen aan een terroristische organisatie.. en welke dan nog?
In de terminals worden we verplicht om 400 dollar te wisselen naar FEC's. Dat is 200 dollar de man. Geen uitzonderingen meer voor koppels. De FEC is de truk van de overheid om vreemde deviezen in de kas te krijgen voor de bevolking het doet. Zij krijgen de dollars, gij het monopoly-geld dat de localen dan kunnen inwisselen tegen de locale munt, de Kyat. Het eerste dat gevraagd wordt is of we geen 'geschenkje' willen geven, zodat het bedrag dat gewisseld moet worden gehalveerd wordt. We vinden het wel raar dat in een militarisisch dictatoriaal regime zo open en bloot over het in zak zetten van de eigen regering wordt gepraat. En dat direct bij aankomst nog wel! Het aanbod om 10 dollar te betalen onder de toonbank en slechts 200 te wisselen slaan we goedgemutst af. Had de LP immers niet gezegd dat ge die dingen toch sowieso nodig hebt en ge de zelfde wisselkoers krijgt voor dollars en FEC's. NIETS IS MINDER WAAR!! Er is al veel geschreven over het al dan niet aannemen van die omkoperij (die onderhand meer een standaard procedure is geworden dan een uitzondering.), maar ons advies is: als ge op budget reist doet ge mee aan de omkoperij en als ge met wat meer luxe gaat rondtoeren voor een week of twee zijn 200 FEC's de man niet teveel. Op de zwarte markt krijgt ge tegenwoordig 700 voor de FEC en 800 voor de dollar. Dit wil zeggen dat ge ongeveer 15 dollar laat vallen op 100 dollar. En daar de locale bevolking toch raar opkijkt als je een FEC onder hun neus steekt en dan zal beginnen lachen, zult ge als backpacker meer Kyats dan FEC's nodig hebben. Het is natuurlijk zo dat uw inkomprijzen, treinen, luxebussen, accomodatie en eventuele verdere visa's (een geweldige FEC-killer) in FEC's betaald moeten worden, maar daar hebt ge met een 200 FEC voldoende aan. Dit gezegd zijnde, Myanmar is zeker geen goedkoop land en ge zult toch wat moeten laten vallen om hier op een 30 dollar per dag budget te reizen (2 personen). Maar daarover later meer.
Als we onze zakken van de band halen kijken we eens snel wat de tol was van de vlucht op de bagage. Mijn rugzak is er goed doorgekomen, maar die van Cindy mist de vlaggetjes van Iran en Tsjechië. De bagagedragers zullen ze wel mooi hebben gevonden zeker??
Op het vliegtuig ontmoeten we twee hollandse vriendinnen. Hun ervaring met Bangladesh is zeer gelijklopend met de onze. Veel moeite doen om ergens te geraken om uiteindelijk toch tegen een muur op te lopen. We zijn het erover eens dat Bangladesh alleen een bestemming is voor reizigers met veel energie en een masochistische karaktertrek.
We nemen direct een taxi en de chauffeur stelt natuurlijk een ander guesthouse voor als datgene waar we initieel heen wilden. kamer met airco, zicht op het Kandawgyi meer, lage prijs. Dit lijkt een goede suggestie. De Hollandse trienen blijken iets meer dan vriendinnen te zijn (lees tapijteneters) want ze staan erop dat de enige kamer die een dubbel bed heeft aan hun wordt toegewezen.
Op de trap van het hotel vinden we Ed. Een toffe Amerikaan die nu al zes jaar door zuid-oost Azie trekt en dit financieert door af en aan Engels te geven in Japan. Hij is een goudmijn aan informatie aangaande Myanmar daar hij juist terug is van een toer van twee weken in het noorden. Ons groepje van vijf kruipt samen in de taxi en bolt naar het centrum van Yangoon.
De eerste indruk die we krijgen van Myanmar is overweldigend. Na het lawaai en de vervuiling in Bangladesh lijkt deze stad wel een paradijs. Als we in de taxi over de brede boulevards naar het centrum bollen kunnen we onze ogen niet geloven. Altijd zien we wel een goudkleurige stupa of boeddha tempel boven het vele groen van de stad uitsteken. In de straat zien we de vrouwen en kinderen ingewreven met een geel poeder als bescherming tegen de zon, zodat de kleintjes lijken op Afrikaanse shamans
Travel is fatal to prejudice, bigotry and narrow-mindedness, and many of our people need it sorely on these accounts. Broad, wholesome charitable views of men and things cannot be acquired by vegetating in one little corner of the earth all one's lifetime.
- Mark Twain
In de straten vind ge overal tafeltjes waar mensen aan het eten zijn. Het lijkt wel of de hele familie de tafel heeft buiten gezet en gezellig aan het picknikken is. Dit zijn echter mini-restaurantjes waar ze de heerlijkste gerechten klaar maken en voor een appel en een ei moogt ge aanschuiven en mee eten. Ge moet alleen wat oppassen voor de kraampjes waar ze roadkill in stukken aan het snijden zijn voor de soep. Dat is misschien niet zo lekker.
We wisselen al snel de trendy expat pub (1 USD = 1 bier) voor een locale bar (1 USD = bier voor 7 man). Ed vertrouwt me die avond zijn moreel dilemma toe. Tijdens zijn reizen heeft hij kennis gemaakt met een boeddhistische familie die hij al een aantal keren uit de nood heeft geholpen met wat geld. Nu staat de vader er echter op dat hij trouwt met de jongste dochter zodat hij eindelijk zijn 'schulden' kan afbetalen. Ed weet niet goed wat hij daar mee moet aanvangen.
Toen we gisteren naar de stad reden zagen we een indrukwekkend reusachtig gouden drijvend paleis in de verte. Op het hotel hadden ze ons echter gezegd dat dit een restaurant was dat je eventueel wel kon bezoeken. Wat ons opvalt als we onze weg zoeken door het park is dat de inwoners van dit 'land dat door een dictator zonder scrupules wordt geleid', het bij lange zo slecht nog niet hebben. Dit soort parken vind ge alleen terug in de chiquere buurten van de Westerse grootsteden, de mensen liggen met de hele familie in het gras van een mooie dag te genieten, de gebouwen zijn afgewerkt (geen halfafgewerkte betonnen skeletten meer in het stadsbeeld), militairen zijn (bijna) niet aanwezig. Ik kan het niet laten om te bedenken wat een Burmees zou kiezen als ge hem de keuze zou aanbieden tussen het vrije Indië of zijn thuisland.
We wandelen de rest van de namiddag door het park dat bestaat uit eilandjes die met kabelbaantjes en bruggetjes met elkaar verbonden zijn.
De Shwedagon Paya, de heiligste Boeddha stupa van Myanmar, ziet eruit zoals een bel van mijnheer pastoor, maar dan 10.000 keer groter. De straat die naar de ingang leidt staat vol verkopers van Boeddha's en wierrook. Niet zo verschillend van Lourdes dus.
We proberen die dag nog vruchteloos een goede wisselkoers voor onze FEC's te krijgen maar slagen er niet in om FEC's voor hetzelfde bedrag als de dollar te wisselen. We moeten ongeveer 15% van de waarde van onze dure dollars laten vallen. Een wisselaar legt uit dat de wisselkoers zelfs kunstmatig wordt gemanipuleerd. In het toeristisch laagseizoen zal een FEC u makkelijk 900 Kyat kopen, maar in het hoogseizoen zakt dit al snel naar 600 Kyat. De toerist wordt gepluimd.
We dineren nog maar eens buiten aan het tafeltje. Ik kan het niet laten en lees de laatste bladzijden van het boek Area 7 van Matthew Reilly. Dit is gewoon een poging om een nieuw script voor Under Siege te schrijven, maar faalt miserabel als boek. Het is eigelijk niets meer dan een action thriller geschreven als doktersroman. Er gebeurt meer dan genoeg in het boek en het is moeilijk om het neer te leggen, maar toch laat het de lezer geen voldoening na als hij de laatste pagina omslaat.
Yangoon is echt een moderne stad met een geweldige sfeer. In een bar luisteren we naar piepjonge zangeresjes met veel ambitie maar spijtig genoeg weinig zangtalent, die Burmese covers van Westerse hits ten berde brengen. In Myanmar is het immers verboden om zelf muziek te schrijven. Dit wordt opgelost door Engelse nummers te nemen met daarop een songtekst in het Burmees (herken je het liedje?). Het is vreemd om I will go on en Always in die harmonieuze taal te horen. Een paar liters Myanmar bier verricht echter wonderen en maakt ons al snel de luidruchtigste fans.
We nemen de bus naar het hotel maar kunnen het niet laten om een paar kilometer vroeger uit te stappen en nog maar eens de Shwedagon stupa te bezoeken. Normaal vraagt men 5 USD inkom maar Cindy heeft de inkom-sticker van Ed kunnen afluizen. Ik heb niets maar ben telkens zwaar geabsorbeerd door een boeddha als zij wordt gecontroleerd.
Nadat die ochtend de twee Hollandse bitches ons voor de laatste maal gefrustreerd hebben, verlaten we het hotel en nemen een taxi naar het centrum. Hier nemen we bus 43 die ons terugrijdt tot op 200 meter van het hotel. Dat had de manager wel even kunnen vermelden. Deze keer betalen we een fractie van wat we de avond ervoor betaalden en rijden ongeveer een uur langer. Het zal nog even duren voor we doorhebben wat er aan de hand is.
Aan de busstop nemen we de bus naar Bago voor een bedrag dat absoluut niet proportioneel is met wat we juist hadden betaald. We blijven ons afvragen wat we over het hoofd zien.
Als we bij aankomst eindelijk afgeraken van onze wannabe gidsen, rikshawrijders en hotelleurders kunnen we genieten van de Shwemawdaw Paya. Deze stupa is de grootste die ge terugvindt in Myanmar, nog een volle 7 meter hoger dan deze in Yangoon, maar voor de rest weinig verschillend.
Dan wandelen we via een overdekte doorgang naar de zwaantempel. Nu snappen we het nut beter van die teensleffers die IEDEREEN hier draagt. Onderweg moet ge door een vijftal shrines waar ge elke keer uw schoeisel moet uit- en aandoen. Ik bedenk mezelf dat het trouwens een goed idee was van ons vader om de schoenwinkel in Katelijne open te doen. In Myanmar wordt er blijkbaar niets anders gekocht dan teensleffers. En ik dacht ons moe ooit te hebben horen zeggen dat daar geen geld in zat.
In de Zwaantempel loopt een monnik mee die zijn engels wat wil oefenen terwijl hij ons onbegrijpend aankijkt als we vragen waar al die zwanen, waarmee de tempel volgens de LP gevuld is, wel staan. Misschien bedoelen we wel de Karaweik vogels.. mmhh.. nuja.. met wat verbeelding.
Een verdieping lager is er één of andere ceremonie aan de gang. In onze ogen heeft het meer weg van een 60-plussers drankgelag. Onder een absoluut disharmonieus getoeter en gebonk draaien ze rond en bewegen als zwaar onder invloed en elke twee minuten wordt er even gestopt zodat er met grote slokken aan de flessen bier gelurkt kan worden. We maken ons snel uit de voeten als een oudere dame met een ritueel slachtmes wat toertjes rond de tempel begint te lopen terwijl de rest mantra's brullend haar achterna gaat.
Het gouden paleis lijkt gebouwd te zijn om toeristen te verbazen. Terwijl ge door de hallen en zalen slentert kunt ge u niet voorstellen dat in deze steriele omgeving ooit een koning heeft kunnen wonen. Het mist een zeker karakter maar is wel mooi.
Van alle andere shrines en tempels die we die dag bezoeken zal de grootste boeddha in Myanmar ons waarschijnlijk het meest bijblijven. In een immense hal ligt een beeld van 54.88 meter (wat wil zeggen dat zijne groten teen 1.83 meter lang is. Ik ben juist iets groter).
's Avonds zijn er drie treinen in de richting van het Inli Meer maar deze zitten allemaal vol. Eerste en tweede klas zijn allemaal gereserveerd en we kunnen geen derde-klas ticket bestellen omdat die niet kunnen verkocht worden aan toeristen. Onze discussie met de stationschef verloopt niet al te vlot omdat ongeveer elke drie minuten de stroom over de stad uitvalt en we eerst de kaarsen en fakkels terug moeten aansteken voor we verder kunnen pleiten. Het baat allemaal niet en we krijgen enkel de optie aangeboden om voor de volgende morgen een ticketje te kopen. Dan kennen ze ons nog niet. Wij op zoek naar een nachtbus die ons in die richting zou voeren. Weerom geen geluk. Degene die volgens onze gids over een half uurtje zou vertrekken is juist de hoek omgereden. Dan krijgen we echter een aanbod dat als van de hemel gezonden is. Voor een zeer lage prijs wil een taxichauffeur ons die nacht wel meenemen naar Meiktila, een stadje 400 km. in het noorden en al een pak dichter bij ons reisdoel. Die nacht kunnen we zelfs nog een paar uurtjes slapen op de achterbank terwijl onze chauffeur zich door een kilo of twee kauwtabak werkt om wakker te blijven.
De taxi zet ons om zes uur in de morgen af in het busstation van Meiktila. Volgens de kaart is het nu nog slechts een vijfde van de afstand die we die nacht hebben afgelegd. We kunnen ons bedje aan het Inle meer al bijna ruiken. De mensen aan de busstop volgen echter het idee van de regering om de toerist als een onuitputbare bron van rijkdom te zien en de prijs voor een zitplaats op de bus ligt vier keer zo hoog dan wat er door de Burmezen zelf wordt betaald. Lievemoederen helpt er niet aan. Als we niet betalen is er geen plaats op de bus. Niemand wil zijn prijs verlagen. Marktprincipes werken niet, het is puur racisme. Koppig als we zijn vinden we uiteindelijk wel een plaatsje in een pickup tegen 'slechts' de dubbele prijs. Als we echter hadden geweten in wat voor een gezever we ons stortten hadden we al snel de bus genomen.
De volgende tien uur zitten we opeengepakt met 12 andere Burmezen in de laadbak van de wagen, terwijl elke stop die we maken er meer en meer balen en dozen worden bijgeladen. De wagen stopt ongeveer elk uur om de moter terug te laten afkoelen voor een kwartiertje. In het begin is het nog aangenaam om even de benen te kunnen strekken en uw kop in een vat water te steken, maar naarmate de wagen voller geraakt is dit ook geen optie meer en blijven we dus maar zitten. Als tijdens een stop in de namiddag blijkt dat de twee nieuwe pakken tabaksbladeren er echt niet meer bijkunnen mag iedereen uit de wagen en wordt er terug gepuzzeld. Na lange consideratie blijkt dat alles er toch ingeraakt.. buiten die lange smalle. Jup, de rest van de rit kan ik meerijden op de bumper terwijl ik mij vastklem aan het bagagerek. Dat stond niet in de toeristenbrochure!
Het begint te schemeren als we eindelijk aankomen aan de afslag naar het meer. We zijn blijkbaar zo bestoft en bezweet dat men het verschil niet meer kan maken tussen ons en een Myanmareens en we mogen voor het locale tarief mee naar het dorpje aan het meer (niet dat we deze keer hoog van onze toren hadden geblazen. we waren dood en doodop). Als we de laatste twaalf kilometer hotsen en botsen richting Nyaungshwe snappen we waarom Myanmar zich de titel van 'gouden land' aanmeet. Het is niet omdat de meeste stupa's en daken van tempels hier met goudkleurige verf zijn beschilderd, maar als de zon hier ondergaat krijgt het land een gouden gloed die rechtstreeks uit de aarde lijkt te komen. Ik val stil, Cindy valt in slaap. Ieder het zijn hé.
Rustdag. We slapen uit, genieten van een uitgebreid ontbijt en kruipen terug in ons bed. Niet veel actie vandaag.
Vandaag ontdekken we de omgeving rond Nyaungshwe. We wandelen door rijstvelden en kleine dorpjes op zoek naar het befaamde meer. Na al de effort die we hebben moeten doen zouden we wel graag een blik werpen op die waterplas. De dorpjes bestaan meestal uit een dozijn paalwoningen waar de enige actie komt van knorrende varkens, snuivende buffels en peuters in hunne pure. Ons doel bereiken we echter niet. Het meeste verkeer rond het meer gebeurt over het water en overland eindigen de meeste paadjes in een dorpje of een beek. Na een paar uur vruchteloos zoeken geven we er de brui aan en gaan terug naar Nyaungshwe om een boot te zoeken die ons naar het meer kan brengen.
Dat is geen moeilijke opdracht. Er is aanbod genoeg en na wat onderhandelen nemen we de uitbater van ons favoriete waterkraam in vertrouwen. Hij zal ons morgen een ganse dag rondvaren. Dan rest ons alleen nog een hoed te kopen voor Cindy zodat ze geen zonneslag oploopt vooraleer we terug aanschuiven voor een zoet-zure kipschotel met noedels. Het kost ons misschien wat meer moeite om het gerecht met handen en voeten te bestellen in het lokaal restaurant maar de smaak en prijs is zoveel beter dan in de eethuisjes waar 'ici on parle français' en 'Hier sprecht mann deutsch' aan de deur hangt.
We moeten er al vroeg uit om de ticketontvangers te vroeg af te zijn (en zes dollar in onze zak te kunnen houden) dus is het nog donker als we de vijf kilometer naar het meer afleggen via kleine kanaaltjes. Als de zon zijn eerste stralen over het meer gooit vinden we de uitgestrekte watermassa. Het meer is ongeveer 25 kilometer lang...
Eerste stop is de ochtendmarkt. Zo'n vroege vogels zijn wij precies ook niet. Verschillende vissers zijn blijkbaar de ganse nacht in de weer geweest en bieden een assortiment vissen aan die hun doodsstrijd nog niet afgerond hebben. Verser gaat ge niet vinden. De kleine markt kan ons maar matig boeien en we klimmen op een heuvel waar we een stupa hebben gezien. Als we een uurtje later terug beneden komen vinden we de gids niet in de beste stemming. Hij was ons al een half uur aan het zoeken. We bieden maar snel een kokosnootpannekoek aan als zoenoffer..
Blijkbaar heeft men ons verward met echte toeristen en de boot stopt dan ook bij een paraplumaker, een smid, sigarenrollers, een zijdeweverij en een zilversmid. Dit vertoon van traditionele ambachten interesseert ons maar matig. maar dat geeft ons wel de kans om de dorpjes die voornamelijk bestaan uit paalwoniningen te verkennen en een gesprekje te voeren met Burmezen die niet zo gewend zijn aan de toeristen.
Een apart zicht op het meer zijn de boten waarvan de roeispaan wordt voortbewogen met het been. Deze typische stijl van roeien is ontstaan om door de kanalen, die een dichte vegetatie hebben onder het wateroppervlak, te manouvreren. Deze wieren tieren welig en overal waar we komen zijn mensen de waterwegen aan het vrijmaken en scheppen de waterplanten in hun boot. Als voeder voor de beesten vermoeden we.
De laatste stop is de Nga Phe Kyaung of de jumping cat monestary. Als we een boeddhistische monnik vragen waarom het zo wordt genoemd krijgen we als uitleg. 'Cat jumps through hoop, is all...vely funny'. En inderdaad, als de oudste monnik een tiental minuten de Burmezen heeft toegesproken die zijn gekomen om te luisteren, haalt één van de andere monikken een hoepel boven en laat daar de poezen die op de grond liggen doorspringen. Een rare plaats voor een circusact.
Een andere monnik komt met blinkende ogen naar mij en roept 'Bush start WAAAHH, Bush start WAAAAAAAHH!'. Na een tijdje kan ik eruit opmaken dat Bush een 48 uur ultimatum voor de overgave van Saddam heeft afgekondigd. Als tegen die tijd de Irakese leider zich niet heeft vertoont valt hij het land aan. De wapeninspecteurs die met zoveel bloed, zweet en tranen het land zijn ingeraakt vluchten terug naar omliggende naties. Ze hebben blijkbaar toch niet kunnen opleveren datgene waar Amerika op hoopte. Een tragedie. Dit is echter niet zoals de monnik het ziet. Hij gelooft volledig dat Bush de voorvechter is van de vrije wereld en de bevrijder van onderdrukte naties. Na Irak zal hij nog wel langs hier komen en ons bevrijden voorspelt hij mij.
only two things are infinite.. the universe and human stupidity.. and I am not sure about the universe..
- Albert Einstein
Als we rond zes uur terug varen laat de drukke dag zich goed voelen en genietend van de laatste zonnestralen dommelen we in slaap. Als we bijna terug in Nyaungshwe zijn maakt onze chauffeur ons wakker en zet ons uit de boot. We moeten de laatste halve kilometer nog te voet afleggen om de controlepost langs het water te vermijden.
De mensen van ons guesthouse serveren ons nog het ontbijt dat we die morgen gemist hebben. Dan is het tijd om de rugzakken terug op het bultje te gooien en onze weg te zoeken naar de hoofdbaan. We moeten niet lang wachten of we krijgen een lift aangeboden. We worden opgepikt door een contraptie die bestaat uit twee wielen, een moter en een aanhangwagen. Cindy zit vooraan bij de chauffeur en ik kruip achterop de lading... Wat steengruis blijkt te zijn.. Heel de trip zit ik in het centrum van een grote stofwolk en er lijkt maar geen eind te komen aan de twaalf kilometer..
De bus naar Mandalay is een uurtje te laat maar daar zitten we niet mee daar de zonsondergang die avond exceptioneel is. Die nacht kunnen we de vruchten plukken van onze lange dag. We zijn zo moe dat we bijna direct in slaap vallen en pas wakker worden als we Mandalay binnenrijden..

Vandaag is het mijn beurt om met een kopvallig te zitten. Een ganse dag snotteren en hoesten terwijl ik door twee WC-rollen werk om mijn druppende neus af te dammen. Ik voel mij zoals die grootmoeder in bed in Allo, allo.
Cindy daarentegen is zo fris als een hoentje en trekt een ganse dag door Mandalay. Om half acht 's avonds wordt er eindelijk op de deur geklopt en staat ze bestoft en bezweet te puffen en ze vertelt:

ikke heef veel gefietst, amaai..nu wil ik wel slaapjes doen, maar eerst nog gaan eten, want honger heb ik gekregen van zoveel te fietsen...en ik had grote dorst, dus ik ben al een pintje gaan pakken ook..ge vindt dat toch ni erg he ?
Eerst heb ik mij op ons hotel geïnformeerd over de nieuwe geldende inkomprijzen: ook hier heben ze een globaal ticket-systeem ingevoerd, dwz dat we 10 USD of FEC moeten betalen om gans Mandalay te zien. Manadalay Hill en Mahamuni Paya zijn gratis geworden. Vlak bij ons hotel ligt ook nog een pagoda, de Eindawya Paya..dus bezocht ik deze eerst. Deze was al direkt prachtig, dus ikke fotootjes trekken, mijn voeten al redelijk verbrand,ah ja, want om 2 uur in de namdiddag zijn die stenen redelijk heet en schoenen in een boeddhist tempel is een grote no-no..aan de klap geraakt met ne monnik die zijn engels wou oefenen en gezegd dat ik misschien deze avond om 7 uur nog eens zou langskomen. Dan moest ik op zoek naar iemand die fietsen verhuurde. Niet moeilijk, er stond een adres in de LP. Afgedingeld naar 500 Kyats en dan op weg naar de Mahamuni tempel.Da was al direkt een redelijk eind weg. Raar genoeg liepen hier niet veel toeristen rond, maar wel monikken die rara..ook hun engels wilden oefenen..ik dus weeral aan de klap geraakt en maar uitleggen dat ik niet zoveel tijd had omdat ik heel Mandalay in 2 uurtjes nog moest zien, maar dat verstonden ze precies niet zo goed. Ik vond het wel erg dat mijn choeke niet mee was, want er was weeral een stuk waar geen vrouwen mochten komen, en dus kon ik geen goeie fotootjes nemen..damn. Nadat ik rond de tempel was gewandeld, zocht ik op mijn kaart welke richting ik uit moest voor de volgende tempel. Dan ben ik redelijk wat verloren gereden (ik mag da, want ik ben een vrouw.. goed excuus !!) en heb ik de weg maar gevraagd. Tuurlijk wijzen een paar klein mannen mij de verkeerde weg, dus ik rijd nog meer verloren. Dan kwam ik gelukkig ne vriendelijke monnik tegen die zijn engels wou oefenen en mij wel wou begeleiden op weg naar het klooster. Daar heb ik dan maar snel wat fotootjes getrokken en niet lang gebleven want de klok tikte. Daarachter heb ik mijn weg goed terug gevonden. 32 straten rechtdoor rijden, dan links afslaan en dat blijven volgen voor 24 straten..redelijk wat kilometers af te leggen met mijn fietsken, dus heb ik maar volle bak gegeven..ik stak brommerkes en traktors voorbij (ik wist trouwens ni dat mijn conditie zo goed was..ofwel ging het bergaf, da kan ook). Ik volg een pijl naar het gouden klooster, maar het blijft bij deze ene pijl en vind het klooster niet. Ik vind wel een universiteit voor monikken. Tuurlijk hadden ze mij direkt in het oog. Mevrouw, mag ik met u een klappeke doen, mijn examen engels is volgende week en ik wil wat oefenen, vind ge dat erg? Euhh, tuurlijk niet..schiet maar. Hij wil mij zelfs een rondleiding geven in de universiteit, maar ik heb geen tijd meer.. ik moet dringend de Manadalay Hill gaan beklimmen. Eerst moet ik nog voorbij een aantal pagoda's waar ik niet binnen mag (ik heb geen 10 USD-biljet gekocht..) Dus daar ook nog wat fotootjes van nemen van buitenaf dan. Dan kom ik een klein jongetje tegen dat zegt dat ik toch één tempel binnen mag zonder ticket. Vriendelijk jongetje. Nu nog de laatste stop: Mandalay Hill voor het zien van de zonsondergang. Schoentjes uitdoen en dan de trappen op. Telkens ik denk dat ik aan de top ben, schuilen er nog wel ergens trappen achter een hoek. Ik begin te twijfelen of ik wel verder omhoog zou gaan, want hoe hoger ik kom, hoe minder zicht ik lijk te hebben. Ik besluit om toch maar naar de top te gaan kijken en daar blijkt toch dat er geen bomen meer in de weg staan..in de plaats staat het er vol met toeristen..raar, ik ben er nochtans maar 3 tegen gekomen op de trappen.. Dan valt mijn oog op een parking vol met bussen..daar komen ze dus vandaan.. ah, en daar staat een lift..die hebben ze dus allemaal genomen..lamzakken !!Ge zou beter ook de trappen nemen en afzien gelijk iedere normale mens..Na mijn zonsondergang-fotosessie ga ik terug naar beneden. Een monnik wijst er mij op dat ik voorzichtig de trappen naar beneden moet gaan, want soms valt de verlichting uit, en het is inderdaad zo, maar gelukkig had ik mijn zaklamp mee ! Nu moest ik mij haasten om mijn fiets binnen te doen, want ik had beloofd die tegen 7 uur binnen te brengen. Omdat ik nog tijd over had (heel snel gefietst), en zone dorst had besloot ik om eerst nog een pintje te pakken en te checken of ik daar met mijn choeke straks kon gaan eten.Goedgekeurd. Nu maar terug naar het hotel om mijn choeke gerust te stellen. Bestoft en bezweet klop ik op onze deur.

what shall it profit a man if he saves his own soul and loses the whole world
Burmese Days - George Orwell
En het uitgekozen restaurantje voldeed zeker. Dit was waarschijnlijk de beste maaltijd die we gevonden hebben in Myanmar, ook al waren het hamburgers. Hier leren we ook dat het geliefde Myanmar bier blijkbaar uit België komt. Dit was iets wat mijn smaakpapillen mij al heel de tijd probeerden te vertellen maar ik niet wou geloven. Op de reklame van het bier vind ge op de achtergrond immers muntstukken terug die geslagen zijn in Bruxelles. Het is goed om eindelijk nog eens een biertje te slurpen met de juiste hoeveelheid CO2.
Als we die avond samen de kaart van Mandalay nog eens bestuderen lijkt deze ongeveer even nuttig als een stadsplan van Antwerpen als ge op de noordpool staat. Dit is zonder twijfel de meest nutteloze LP tot nu toe (Jemen meegeteld!!). We besluiten om ons geluk te wagen zonder reisgids.
Vanmorgen is de wereld gek geworden, mijnheer... Bush valt Irak binnen.. De monnik wint spijtig genoeg onze weddenschap.
Veel tijd om het nieuws te volgen hebben we niet. Wij, twee Zweden en twee zure mensen worden in een pickup geladen en sito-presto naar de busstand gevoerd. Vandaag ondervinden we dat het stratenplan van heel Myanmar slechts bestaat uit twee straten die een kruis vormen. Deze hoofdbanen lopen van onder naar boven vanaf Yangoon naar Mandalay en van links naar rechts van Bagan naar het Inli Meer. De wegen kruisen in het stadje Meiktila. Alhoewel er op de kaart ook andere wegen stonden, hebben we daar nooit gebruik van gemaakt. Ik stel me ook vragen bij de bruikbaarheid daar de twee 'hoofdbanen' allesbehalve waren. Elke verplaatsing die we doen (Yangoon-Inli, Inli-Mandalay, Mandalay-Bagan en Bagan-Yangoon) brengen ons door Meiktila. De directe weg van Mandalay naar Bagan is volgens de kaart slechts een 120 km., maar toch zal de bus over Meiktila rijden wat meer dan 250 km.bussen zal zijn. Spijtig genoeg hebben de bussen het comfortniveau van eurolines wat er voor zorgt dat zelfs Cindy gewrongen zit en ik eindig met twee blauwe knieën na de negen uur durende rit.
Medeleven is iets wat de Burmezen onbekend is. Dankzij de vele schoppen die ik in mijn jeugd van ons vader op mijn achterste heb mogen ontvangen (verdiend volgens hem, onverdiend volgens mij) ben ik geëindigd als een redelijk lange slungel. Onveranderlijk loop ik met mijn hoofd dan ook regelmatig tegen takken, verkeersborden, deurstijlen en andere laag geplaceerde obstakels (geen nood, mijn scalp is door de jaren redelijk stevig geworden). Elke maal dat ik een dergelijk ongelukkige ontmoeting meemaak terwijl we in Myanmar zijn is er jolijt alom. Ze zijn hier blijkbaar verzot op slapstick. Charlie Chaplin zou hier een hit zijn, mocht hij niet verboden zijn door het regime. Eerst dacht ik dat men alles wat de rare vreemdeling deed als lachwekkend beschouwde. Maar dan werd het mij duidelijk dat men in het geval van leedvermaak niet discrimineert. Als we vandaag een Burmees uit de bus zien springen en zwaar op zijn fretter zien gaan davert het voertuig van het lachen. De Burmezen komen niet meer bij.
De boedhistische monnik die zich op een stoeltje in de middengang heeft geplaceerd, is duidelijk nog een eindje weg van de universele waarheid. Als we stoppen voor het middagmaal bestelt hij drie grote schotels en schrokt die naar binnen, terug op de bus gaat hij dan maar een boek lezen, nog geen kwartier later gaat hij gedurende een uur over zijn nek en konstant teken te doen dat hij een nieuwe plastieken zak nodig heeft. Dan valt hij in een diepe slaap, maar zodra we stoppen wordt hij wakker en begint het spelletje opnieuw!!
Het vermaak aan boord wordt deze keer verzorgd door een Pool tegen de pensioengerechtigde leeftijd die met zijn vrouw op de zetels achter ons zit. Hij (en vooral zijn vrouw) lijkt een anachronisme te zijn op deze trip. Ze gedragen zich alsof ze vijf-sterren reizen en natuurlijk voldoet het transport, eetstops, wegen en derdelijke niet aan de verwachtingen. Vooral de stijgende graad van irritatie als ze hem vragen vanwaar hij komt is grappig. Elke maal hij antwoord met 'Poland', knikken de Burmezen en zeggen 'Holland'. Niet verwonderlijk, dit zijn toch de eerste Poolse reizigers die wij al ontmoet hebben.
Als we Bagan binnenrijden moeten alle toeristen aan een controlepost tien dollar betalen. Nu komt blijkbaar het beste in onze Pool naar boven en trekt hij alle registers open: maar wat als hij de site zelf nu niet wil bezoeken (yeah right, dertien uur botsen en hotsen om dan op een hotelkamer te kruipen.. dat gaan ze geloven), is er geen korting voor ouderlingen, ex-communisten, getrouwde koppels, ... als dat allemaal niet lukt probeert hij nog met 'en moet ik ook voor mijn vrouw betalen, die kijkt niet graag naar die dingen..'
Het stadje heeft te kampen met een redelijk slecht toeristenseizoen wat ons een goede korting oplevert. De Pool is er echter van overtuigd het onderste uit de kan te halen en we zullen hem de rest van de avond alle hotels en resthouses in het stadje tegen elkaar zien uitspelen terwijl zijn vrouw op de stoep met twee kollosale rugzakken staat te wachten en een dankbare prooi is voor de muggen die in de schemering uit het niets lijken op te duiken
Jonas en Ilen, twee Noren die elkaar tegen het lijf zijn gelopen in Viet Nam en sindsdien samen optrekken, nodigen ons uit om pizza te gaan eten. Terwijl we wachten op onze luxemaaltijd wordt het dorpje overspoeld door een libellenzwerm. Deze abnormaal grote variëteit heeft een enorme voorliefde voor de lampen en zal met veel enthousiasme seppuku plegen en zijn laatste doodsspartelingen op de tafel of in uw kleren uitvoeren. Dit is blijkbaar niet de eerste keer dat het gebeurd want de patron zet de hoofdzekering af, blokkeert alle ramen en deuren en zet kaarsjes op de tafel. Dit mag dan wel romantisch zijn, maar de halfwarme pizza's en pasta's waar ge af en toe nog iets bewegend kunt uitvissen zijn toch de gehoopte gerechten.
De rit van gisteren heeft nog effect op mijn botten en omdat we door de aspegic zitten moet ik wel iets lokaals proberen. Cindy bezoekt de apotheker en komt terug met een wondermiddel: MIXAGRIP werkt tegen maleise, spierpijn, hoesten, slijmen, neusobstructie, koorts, rillingen, duizeligheid en hoofdpijn. Ik sla direct drie tabletten achterover onder het motto, als ge iets doet, doe het goed.
We huren een koppel fietsen en trekken erop uit. In het boedhistisch geloof heeft alles te maken met merit. Een soort punten scoren. Doet ge slechte dingen in uw leven dan verliest ge punten, doet ge goeie dingen dan krijgt ge erbij. Als ge sterft wordt de balans gemaakt en besloten of ge terug komt als man of als konijn, rat of vrouw (even erg als konijn volgens de boeddhisten). Hoge ambtenaren hadden vaak hun positie bereikt door corruptie en omkoperij. Goed genoeg beseffend dat dit allemaal slechte punten waren gebruikten ze meestal een groot deel van hun kapitaal om een stupa of twee neer te zetten in de buurt van Bagan. Dit zou de merit-balans wel terug in de goeie richting doen slaan. Het stupa's optrekken is nog steeds volop aan de gang zodat ge meer dan 100 grote toeters vindt en een duizendtal kleinere.
We hebben nog maar een fractie van de stupa's bezocht of ik moet het bijltje erbij neergooien. Alles draait en ik voel me zo moe als een hond. Ik bol terug naar het hotel en Cindy fietst verder. Als Cindy 's avonds terugkomt merk ik het niet eens. Als ze dan de bijsluiter van die maxigrip eens leest hebben we de dader gevonden. De bijwerkingen lezen als een horrorverhaal. vermoeidheid, duizeligheid, .. .. Pas op als ge in deze streken medicijnen neemt, soms is de remedie erger dan de ziekte. Die avond gaat Cindy alleen dineren met Ilen en Jonas en maakt in het café kennis met een paar ketting-rokende, karaoke-zingende monikken.
Het duurt nog een ganse dag voor de bijwerkingen van de mixagrip wegtrekken. Aan de positieve kant kan ik echter rapporteren dat ook de griepverschijnselen verdwenen zijn. De rest van de dag lees ik echter Burmese Days van Georges Orwell. Dit is het verhaal over Engelse expats in een klein dorpje in Burma in het begin van deze eeuw. Een echte aanrader als ge Myanmar zou bezoeken (je kan het boek oppikken in Bagan voor 2 USD). Op het platteland is de tijd de afgelopen honderd jaar precies blijven stilstaan.
De belofte van bananenpannekoekjes als ontbijt in het hotel van Jonas en Ilen doet ons besluiten om te verstekken.
Cindy gaat in de namiddag op zoek naar het haventje waar naar het schijnt elke dag een boot vertrekt naar het zuiden. Dit is echter nieuws voor de mannen die op de kaai werken. Volgens hen hangt het verschijnen van een boot naar het zuiden van veel factoren af, maar zeker niet van een tijdsschema grappen ze onder elkaar. En zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat er een zou verschijnen dan is het nog niet gezegd dat we als westerlingen mee mogen. Dit wil zeggen dat we geen alternatief hebben voor de bus en met tegenzin boeken we ticketten voor de rit naar Yangoon voor de volgende dag.
In de avond voel ik mij al wat beter en gaan op zoek naar een festival waar de twee Noren al heel de dag uithangen. Volgens de beschrijving zou dit een inwijdingsritueel zijn voor de jonge monikken waarbij ze op het einde kaal naar huis gaan. Ik dus maar hopen op een gratis scheerbeurt. Na lang zoeken denken we het gevonden te hebben, maar als we de bron van het lawaai zien vinden we enkel een bewaker die ligt te slapen met een tiental blikjes myanmar bier rond hem terwijl zijn transitorradio op 'Studio Yangoon' staat.
De Shwedagon stupa is 's nachts nog mooier dan overdag. In het licht van de vele spots wordt ge toch stil van dit gouden monument. We zoeken onze weg door het straatje dat volgepakt is met winkeltjes (Boeddha heeft blijkbaar nooit zijn Farizeeërs uit de tempel gegooid) die alles verkopen van wierrook tot houten muzikale kikkers. In één van de kleine gebouwtjes vinden we een Rad van Fortuin. Het is een enorme gebedsmolen die zal stoppen aan êên van de volgende 'prijzen'
  • May you win a lottery
  • May you be free of five ennemies
  • May you be a learned person
  • May you meet with those who loves you
  • May pass your examination
  • May your wish come true
  • May you be a lucky person
  • May you be well and happy
Voor elk wat wils dus. Terwijl we nog eens de rustige sfeer rond de stupa inademen moeten we goed opletten waar we onze voeten zetten. De meeste pelgrims hebben immers hun matje al uitgerold en liggen te knorren rond het bouwwerk.

Die ochtend besluiten we dat het ontbijt de verhuis waard was. Alles kan een mens gelukkig maken hé. Goed aangesterkt kiezen we een paar fietsen uit en brengen de rest van de dag door in Bagan. Dit is waarschijnlijk de beste site die we bezocht hebben in het gouden land. Zover het oog reikt zie je stupa's. Vooral als je op de grotere bouwwerken klimt is het een adembenemend zicht.
Het zwoegen door de hete namiddagzon wordt beloond door het feit dat we de meeste sites verlaten vinden en voor een keer niet worden lastig gevallen met aanbiedingen van postkaarten, armbandjes, levende en gebraden kippen en andere snuisterijen.
In één van de dorpjes is er in een tempel een ceremonie aan de gang. De vrouwen komen terug met een grote glimlach op hun gezicht, een pot met gezegend water op hun hoofd en een briefje met goede voorspellingen in de hand.
De kaart die we bij hebben bevat blijkbaar (zoals het overgrote deel van het LP hoofdstuk over Myanmar) een paar fouten want we raken verdwaald. Als man staat mijn eer nu natuurlijk op het spel en ben ik verplicht om, zonder enige hulp van buitenaf, ons terug op bekend terrein te leiden. Deze koppigheid komt ons bijna duur te staan. Het duurt twee uur, terwijl we op steeds kleinere paadjes begeven en meer met de fiets aan de hand wandelen dan we er op rijden voor ik in de verte de hoofdbaan ontdek en we ons via de velden terughaasten. We zijn juist op tijd terug aan het hotel om de vertrekkende bus tegen te houden en erop te springen. Daar gaat de gehoopte douche.
Een voordeel van zo'n ganse dag te fietsen is het feit dat ge als een blok in slaap valt en niet veel merkt van uw gekrampte zitplaats en puttenbaan.
Om zes uur in de ochtend komen we aan in het busstation waar we tien dagen geleden vertrokken waren. Bussen richting centrum zijn schaars dus delen we een taxi met een Burmese familie naar ons vroegere hotel. Hier duren de onderhandelingen voor een kamer niet lang want we zijn allebei op onze benen aan het zwaaien van vermoeidheid.
De rest van de dag leven we in de stijl van de oude Engelse expats: bij gebrek aan gin drinken we maar whiskey bij de brunch, kruipen terug het bed in om door de hitte van de namiddag te raken, zijn lusteloos om meer te doen dan wat te lezen en elke twee uur onder de douche te kruipen en als het avond wordt wandelen we naar het dichtbijzijnste restaurant om nog wat eten in ons kas te slagen, maar voornamelijk om meer star cola te vinden om de whiskey aan de lengen.
Terug op het hotel zijn we juist op tijd voor het nieuws. Benieuwd hoe het Crazy Bush vergaat, schakelen we naar de staatszender. Het belangrijkste nieuws van de dag is onveranderlijk het werk, de maaltijd en de stoelgang van senior generaal Tha Shaew. Deze militaire dictator probeert door continue verschijningen in de krant en TV de status van monarch te verkrijgen. En blijkbaar hebben ze al royale connecties: zijn vrouw heeft duidelijk coiffuretips met Fabiola uitgewisseld. Dan is het tijd voor nieuws over de oorlog. We krijgen de berichtgeving in stukjes, eerst legt de commentator in het Burmees uit wat er gaat komen en dan volgt een stuk beeldmateriaal in het engels. Als men over de Europese publieke reactie op deze aanval praat zien we beelden van geweldloze demonstraties in Barcelona. Rome, Parijs en Londen. De mensen lopen er verslagen bij met hun protestborden. Dan komen de beelden van de uit de hand gelopen betoging in Brussel: stenen gooien. oproer. waterkanonnen.. Ik kom niet meer bij van het lachen. Is dit echt hoe we ons willen laten kennen in het buitenland..
Een hond had die avond precies een aversie tegen ons hotel gekweekt. Terwijl het beest vlak onder ons raam zat, jankte het met overgave de halve nacht. Iemand die beweert dat ge dieren niet kunt haten moet eens een tijdje in Azië doorbrengen. zucht.
Onze laatste dag in Myanmar brengen we terug door in de hoofdstad. We dwalen door de marktjes, kopen nog wat foodstuffs voor de volgende dagen en zetten ons met een grote kruik Myanmar bier voor een TV die op CNN staat om nog maar eens een episode van de Bush-capedes te volgen.
Die avond is het tijd voor ons grote geplande gala diner. Tien maand getrouwd en nog steeds samen na een 25 landen, dat vraagt om een feestje (en bier.. veel bier!!) In het Karaweik restaurant is er een buffet en optreden in de luister van de oude koloniale garde. Cindy doet haar sari aan en ik doe wat speeksel op mijn bottinnen en we zijn vertrokken. Wonder boven wonder laten ze ons binnen. Ik voel me bepaald onwennig tussen de andere toeristen die blijkbaar een kostuum speciaal voor deze gelegenheid hebben ingepakt. Alhoewel er een grote keuze was aan gerechten en dranken vonden we dat het toch niet kon tippen aan het straateten.. met uitzondering misschien van het aarbeienijs. We gaan elk zeven keer terug.
Onze tijd en visum voor Myanmar is op en het is weer tijd om het volgende land op te zoeken. We nemen een taxi naar de luchthaven waar Cindy probeert om de overschot aan FECs nog terug in te wisselen.. Dit lukt niet en het enige dat we bereiken is dat we 'dumb tourist' naar ons hoofd krijgen gegooid door de persoon achter de balie. Afscheid nemen hoeft niet altijd emotioneel te zijn blijkbaar. We investeren het geld dan maar in een fles Bailey's, huidsmeersel en drie ijsjes de man. We worden verrast door de boardingcall en smodderen de halve vlieger vol met smeltend ijs als we ons aan boord begeven.

All the above is, of course, a gross simplification. There are deeper reasons to travel - itches and tickles on the underbelly of the unconscious mind. We go where we need to go, and then try to figure out what we're doing there.
Shopping for Buddhas - Jeff Greenwald