Na veel wikken en wegen besluiten we het erop te wagen en trekken een dag of twee naar Jerusalem met als argumenten dat het Heilige land toch een verleidelijke bestemming is, we nu toch in de buurt zijn en de ambras met Arafat zich hoofdzakelijk in het noorden afspeelt.
Dit houdt echter in dat we het populaire Midden Oosten spelletje 'de passport shuffle' moeten spelen. De doelstelling van het spel is Israel te bezoeken zonder spoor achter te laten in het paspoort. Ge verliest zwaar indien ge toch het Israeli stamp stigma oploopt, daar de overgrote meerderheid van de Islamitische landen u de toegang zullen ontzeggen. Voor de gemiddelde Belg misschien geen probleem, maar wij hebben echter nog een vijftal landen op het programma staan die over de stempel zouden vallen. Volgens mensen die we onderweg (zal altijd de beste bron van reisinformatie blijven.) is het mogelijk om via de King Houssein grensovergang met de juiste combinatie van smeken, smeergeld en geluk het spel te spelen en de stempels op waardeloze stukjes papier te laten eindigen i.p.v. in het kostbare paspoort.
De Jordaanse grensbeamte kan er niet van over dat wij gaan proberen om Israel binnen te geraken met de combinaties van visa's die in ons paspoort staan. Hij maakt de sombere voorspelling dat we over een paar uur wel terug aan zijn loket zullen staan, maar neemt toch vlot de tien JD 'exittax' aan om de stempel op twee papiertjes te zetten.
Terwijl we twee uur zaten te wachten op een bus om ons over de 30-m lange King Hussein Bridge (stom) te voeren ontdekte ik dat als ge lang genoeg stil bleef zitten ge uw voet zwart van de vliegen kon krijgen. Welk een grootse ontdekkingen een verveelde mens allemaal niet kan doen! Misschien ook mijn voeten nog eens wassen bij de volgende gelegenheid.
De Israelische grenspost maakte een heel wat georganiseerde indruk. De Mossad-look is duidelijk 'in' dit jaar: spiegelglazen en grote volautomatische geweren met infrarood vizier en laser-targetting in de handen van adolescenten. In de grenspost hebben we niemand gezien die ouder is dan 30 jaar. En zo gedroegen ze zich ook: als een bende kinderen die oorlogje aan het spelen was. Zoals verwacht zorgt het paspoort voor redelijk wat opwinding bij de zichtbare en onzichtbare beambten (we zijn zeker dat er kamera's zijn). Heel de daypack wordt gescand, we worden apart ondervraagt en een Jordanier komt mij 'toevallig' iets vragen in het Arabisch. Als ik hem hierbij dan vragend aankijk en Cindy vraagt 'wa zeit em' (zijn zelf een beetje paranoid geworden en hadden besloten om enkel nog in het plat vlums te communiceren) loopt hij door en zien hem later tegen één van onze ondervragers uitleggen dat ik, of de waarheid spreek, of ik cum lauda ben afgestudeerd van een Al Qaida kamp.
Wat ze er ook van denken, we krijgen onze stempel (op een apart stukje papier, woohoo) en geen body cavity search. Als we dan ook nog de laatste zijn om de servicetaxi op te vullen, kunnen we ons geluk niet meer op en rijden zeven uur nadat we 120 km. terug in Amman gestart zijn een oorlogsgebied binnen. De eerste indruk van oud Jerusalem is redelijk imponerend met al dat kaki, uitgerust met Amerikaanse wapens, in de straat.
Nadat we ons logement voor de nacht hebben gereserveerd op het dak van hostel Petra vlakbij de Jaffa Gate wandelen we door drie milennia geschiedenis.
De stad is onderverdeeld in vier wijken (Armeens, Joods, Moslim en Christenen) elk heeft duidelijk zijn eigen karakter. Terwijl we zo ronddwalen merken we dat de stad een derde dimensie kent. Overal is het mogelijk om naar omhoog of naar beneden te gaan en de verkenning door te zetten over daken of in ondergrondse gaanderijen.
Daar het redelijk laat is, kunnen we alleen de kerk van de heilige Sepulchre nog bezoeken. Deze plaats wordt uitgebaat door vijf verschillende christelijke stromingen (de Rooms Katholieken, Orthodoxen en Kopten kan ik mij nog herinneren). Het is daarom misschien dat dit meer op een kruising van een bouwwerf en een tweede-hands meubeldepot trekt dan op een kerk. Alhoewel dat dit gebouw waarschijnlijk de belangrijkste kerk is van heel het Christendom. Het is hier immers dat men de vijf laatste stadia van de lijdensweg van Jezus (de rozenkrans) terugvindt (de andere negen vindt men verspreid door de stad). Ik moet bekennen dat ge toch de kriebels krijgt als ge een kaarske brandt voor tante non op de steen waar Jezus vermoedelijk opgebaard is geweest.
Buiten het graf ontmoeten we Bernt, een vriendelijke Duitse priester, die zijn beklag doet over de terugloop van de bedevaarders. 'Vroeger moest ge drie uur aanschuiven om vijf seconden in de tombe door te brengen, vandaag zag ik er iemand vijf minuten bidden.'. ik kan het niet laten de discussie aan te gaan en voor ik het weet zijn we een half uur verder en heb ik niet gemerkt dat mijn choeke door de benauwde atmosfeer in de kerk zich altijd maar zwakker en zwakker is gaan voelen. Zelfs als ze zegt dat ze zich niet zo goed voelt en even naar buitcn gaat voor wat frisse lucht gaat er bij mij nog altijd geen alarmbelletje rinkelen en slenteren de priester en ik haar achterna. Als we dan bij de inkom arriveren en ik een groep soldaten zie opspringen en naar een punt buiten mijn gezichtsveld zie rennen, snap ik onmiddellijk wat er gebeurd is. Cindy is flauwgevallen, en ligt verkrampt op de grond. Na een twintigtal seconden komt ze langzaam terug bij haar positieven en ontspant. Ze is echter met haar hoofd zwaar op de grond terecht gekomen en het minste dat ze zich beweegt, voelt ze zich misselijk. Omdat we nu vrezen voor een hersenschudding laten we de hulpdiensten oproepen.
Terwijl wij wachten op de ambulance kan de priester het niet laten om mij verder te onderrichten in de betekenis van de kerk en wijst op de ironie dat Cindy op dezelfde trappen aan het lijden is dan deze die onze lieve Heer beklom met zijn kruis. 'ja', denk ik bij mijzelf, 'waarom kan dit nooit niet gebeuren op een normale plaats.' (de vorige keer dat ze haar bewustzijn verloor was tijdens een theatervoorstelling, waarbij mijn kreet 'is er een dokter in de zaal' een enorm lachsalvo teweeg bracht).
Drie rabbi's, potske, baard en floskes incluis, komen na een tijdje het plein opgestormd. Jup, het waren de dokters. Meer typisch Joods zou je onze ambulanciers niet kunnen voorstellen. Ook hun handelingen beantwoorden aan de stereotiepen, in de ambulance is de dokter van dienst immers meer bezorgd om zijn rekening in orde te krijgen dan om zijn patient. Terwijl ik zorg dat Cindy een beetje confortabel ligt en warm heeft, blijft die jongen mij lastig vallen met ons paspoort dat hij niet gelezen krijgt.
Adessa blijkt een doe-het-zelf ziekenhuis te zijn. Terwijl mijn mieke in bed ligt moet ik op zoek naar dekens en kussens in de kassen, pukebakjes zoeken en paperassen rondbrengen. De neurologe leek zelf meer rijp voor de psychiatrische afdeling, met de tick-nerveus incluis.
The border means more than a customs house, a passport officer, a man with a gun. Over there everything is going to be different; life is never going to be quite the same again after your passport has been stamped.
-Graham Greene
Op het einde van de avond hadden we al de goodwill van de medische staf wel opgebruikt door foto's te trekken (it's against the law), Cindy haar nekverband verwijderd (she could die) en de medische papieren na te lezen (you don't understand!) en ontslaat Cindy zichzelf uit het ziekenhuis daar ze zich al een stuk beter voelt en ze juist aan de dure testen wilden beginnen. Buiten een zware financiele aderlating hebben ze ons daar niet veel kunnen helpen.
In open lucht slapen is nu misschien niet het beste idee, dus we upgraden onze accomodatie naar een dubbele kamer.
Terwijl Cindy zich nog eens omdraait, ga ik eens kijken hoe Jerusalem ontwaakt. De stad is verlaten op de schoolgaande Katholieke (allemaal in uniform) en Moslim (meestal versleten kledij) jeugd na.
Ik trek door de Via Delarosa (waar de eerste negen stadia van de rozenkrans zich afspelen) naar de leeuwenpoort, Dan is het krochen om de olijfberg op te geraken (nu weet ik tenminste waarom het olijfBERG genoemd wordt), maar het is zeker de moeite waard als ik Jerusalem in de eerste zonnestralen zie verschijnen. Op de weg naar beneden, langs het immense Joodse kerkhof, kom je langs het graf van Maria, tuin van olijven, terhemelvaartplaats en nog een paar andere zaken die ge beschreven vindt in de beste toeristische gids voor Jerusalem: de Bijbel..
Terug in de stad bedenk ik bij mezelf hoe spijtig het is dat Cindy er niet bij is. Dit zou ongetwijfeld haar favoriete stad zijn. Niet door de geschiedenis of oude gebouwen, maar omdat ge op elke hoek een WC tegenkomt, en nog gratis ook!
Als ik één van de kerken van de rozekrans binnenga vragen ze mij 'are you a member', waarop ik lachend antwoord 'Jesus, he knows me, and he knows i'm right... I am VIP in this club'
Als ik terugkom in het Petra hostel is Cindy juist wakker en gaan we via de souks terug naar de Damascus poort. Hier zoeken we een bank en betalen de ambulance. Terwijl Cindy de gebeurtenissen van de vorige avond naar thuis doormailt en de verzekering op de hoogte brengt, profiteer ik ervan door nog een laatste maal in oud-Jerusalem te duiken. Een bezoek aan de 'Dome of the Rock' wordt botweg geweigerd door de Joodse security. Toegang tot de Klaagmuur is echter geen probleem, op voorwaarde dat ik al mijn electronica eens demonstreer. Het is inderdaad makkelijk om een MP3 speler met een bom te verwarren. De muur is een onvergetelijk zicht. Honderden Joden, de ene nog zotter uitgedost dan de andere, lopen rondjes en zwaaien met hun palmblad. Er is ongetwijfeld een goede reden voor dit alles, maar als leek begint ge nu te snappen waar Cirque de Soleil zijn ideeen vandaan haalt.
We zijn verplicht om een gewone taxi naar de grens te nemen, Voor ge het land uitmoogt moet er nog een exittax van 30 Euro de man afgeschoven worden. Ge zou denken dat als ze zo moeilijk doen om u binnen te laten, ze toch voor wat minder geld van u af wilden zijn.
Buiten merk ik dat de vliegen zich van de strenge veiligheidsmaatregelen niets aantrekken en mijn voeten zijn voor de komende twee uur weer hun vaste stek. Terug in Jordanie is het nog even spannend als we de gevreesde stempel boven ons paspoorten zien zweven, maar na een kleine discussie belandt hij toch op een ongevaarlijk stukje papier.