|
|
 |
 |
 |
| "How was your flight?" "Well, aeronautically it was a great success. Socially, it left quite a bit to be desired.". | | - Noel Coward |
|
Eén uur 's nachts in de luchthaven en het enige wat tussen u en de uitgang staat zijn twintig immigratie officieren (echt niet overdreven). We hadden op de vlucht al gemerkt dat wij de enige toeristen waren en alhoewel we redelijk vlot werden doorgelaten door de initiele controle, moesten onze paspoorten toch door elk van de ambtenaren bestudeerd worden (mannen moeten ook iets doen met hun tijd). Vooral het visum uit Pakistan leek grote interesse te wekken. Na het zoveelste gesprek in gebrekkig engels wordt plots duidelijk dat men onder de indruk is dat we gaan immigreren naar Pakistan en dat dat de zaak een beetje ophoudt. Als het misverstand opgeklaard is, is het al een pak na twee uur en gaan wij op zoek naar vervoer naar de stad.
Het eerste beeld van Jemen dat altijd zal bijblijven is een bende karnavalszotten met grote messen in hun riem die op ons afstormen. Nadat we de initiele reactie om op een vlieger naar veiliger oorden te springen onderdrukt hebben, blijken de mannen taxichauffeurs te zijn die ons wel even voor een woekerprijs naar San'a city willen voeren. Ze gaan zelfs zover dat ze de laatste minibus met veel misbaar wegsturen. Op het moment dat het er op lijkt dat we zullen moeten toegeven stopt er een grote nieuwe pickup en wordt er gevraagd of we geinteresseerd zijn in een gratis lift naar de stad.. Ook al heeft ons moe altijd gezegd niet met vreemde mensen mee te rijden (en nooit zeep op te rapen, maar die raadgeving heb ik nooit gesnapt), daar zeggen we niet nee tegen.
In de wagen maken we kennis met Abdul-Malik, een sympatieke vijfentwintig jarige chauffeur voor de Nederlandse ambassade. Het wordt een nacht om nooit te vergeten. De vermoeidheid is snel vergeten als we door de straten rijden die verlicht worden door miljoenen kleurige lichtjes. Heel San'a is versierd met lichtslingers en .... om de 26-ste September, de revolutie van '62 (de start van de Yemen Arabic Republic), te vieren, .... De tweede indruk die we krijgen van Jemen zal altijd bijblijven als we op de tonen van de 'Gypsy Kings' door de verlaten straten van oud San'a manouvreren, terwijl we de indrukwekkende gebouwen die we enkel uit de brochures en van TV kenden nu van dichtbij bewonderen.
Als we dan de wagen moeten achterlaten om het Taj Talil, een hotel in het midden van de oude stad, te bereiken, blijkt de stad niet zo leeg te zijn als verwacht en worden we langs alle kanten welkom geheten. We slapen al voor ons hoofd het kopkussen raakt.
Die morgen geraken we niet op tijd uit bed om naar de parade te gaan, maar ik denk bij mezelf dat ik al genoeg tussen de mensen in de rij heb gestaan op de 21-ste juli om de weten hoe het werkt, dus ik draai mij nog eens om, neem wat dekens terug die Cindy naar goede gewoonte gestolen heeft tijdens de nacht en slaap verder.
Als we dan eindelijk vertrekken ontmoeten we Natalie en Stephan, een Zwitsers koppel dat juist een rondreis van drie weken in Jemen achter de rug heeft. Als ze beginnen te vertellen over wat ze allemaal gezien hebben en gedaan, trekken wij grote ogen en wordt al snel duidelijk dat we eerst wat meer huiswerk zullen moeten doen voor we op de bus springen.
De souks zou zo uit een sprookje van duizend en een nacht kunnen komen, overal vind je verkopers die zilver, stoffen, jambiyas (die grote ceremoniele messen die iedereen hier draagt), en nog een duizend andere zaken verkopen. Overal waar we kijken vinden we een vriendelijke lach en een oprecht welkom. Maar het nieuws dat er twee nieuwe toeristen in de stad zijn gearriveerd gaat blijkbaar snel. Voor we het goed en wel beseffen hebben we twee mannen op sleeptouw die enorm behulpzaam willen zijn. Het wordt al gauw duidelijk dat dit touroperators zijn die op zoek zijn naar nieuwe klanten. We gebruiken hun diensten dan ook graag om een beetje onze weg in de stad te vinden en ons een paar andere (goedkopere) hotels te tonen vooraleer we terug gaan naar de Taj Talil voor een goede siesta.
Als we 's avonds terug naar beneden komen vinden we de receptionist met een dikke kaak en een wazige blik in zijn ogen.. Nee, hij heeft geen bezoek gebracht aan de tandarts, maar is, zoals meer dan 80% van de mannen in Jemen op dit moment, in het midden van een Qat party. Het sociaal kauwen van deze drug legt elke namiddag het land plat en zorgt ervoor dat de spreekwoordelijke 'kalmere pas van leven' hier tot een stilstand komt. Er zal vanaf nu geen dag voorbijgaan of we worden wel uitgenodigd om mee wat blaadjes te komen kauwen (elk zichzelf respecterende Jemeniet zal makkelijk een grote bussel Qat takken afknabbelen, wat er ook voor zorgt dan 50% van de landbouwgrond gebruikt wordt voor Qat boomgaarden), maar Natalie had ons al gewaarschuwd: meer dan misselijkheid en een lopende stoelgang voor een dag of drie moeten we met ons gestel niet verwachten.. ik zal wel bij mijn favoriete vergif blijven: Cutty Sark natuurlijk.
Die avond dineren we op uitnodiging van Abdul-Malik, en alhoewel dit één van de chiqueste restaurants is van het land, wordt ook hier het bestek vervangen door brood. De gebraden vis, foul en kebap wordt gegeten door ze op te scheppen met stukjes brood die afgescheurd worden van een groot, versgebakken, plat brood. Lekker!
Misschien een woordje over brood in Jemen..Of noem het gewoon Khobs zoals iedereen hier.. Ze kennen er duidelijk alles van.. In de vorige landen kregen we meestal zo'n slap kebap broodje dat om drie uur 's nachts nog altijd een mesthoop van je maag maakt.. maar hier.. ohmygod.. In eerder welk zelfrespecterend restaurant dat ge gaat eten is er een persoon die zich enkel bezighoudt met het bakken van brood (niet veel verschillend zoals die rijstkokers in dure sushi restaurants), wat er voor zorgt dat ovenvers hier een evidentie wordt.. lekker warm knapperig brood is iets wat zwaar gemist zal worden..
Nadat we ons geherlocaliseerd hebben in het 'Gulf of Aden' hotel in de nieuwe stad voor de helft van de prijs, bezoeken we het rotspaleis, zo'n 20 km. buiten de stad gelegen. Dit is de nationale trots van Jemen (hun manneke Pis bij wijze van spreken). Als blijkt dat we 10 keer zoveel moeten betalen als een Jemeniet, stellen we ons tevreden met het bewonderen van het paleis van buitenaf.
De trouwerijen die hier elke vrijdag plaats vinden volgens de LP kunnen we na twee uur ronddolen niet vinden dus zoeken we een minitaxi terug naar de stad. Het busje dat ons oppikt is echter een familie die juist terugkomt van een picknick en graag nog de overschotjes met ons deelt. Onderweg stoppen we voor een prachtig uitzicht over de Wadi Dhar vallei met het rotspaleis, en demonstreert de chauffeur nogmaals dat ge ook in deze streken met een auto overal kunt komen. Als we op de rand van de klif afhotsen en ik zeker ben dat we over de rand zullen eindigen, wordt er bruusk geremd en uit de wagen gesprongen om stenen onder de wielen te leggen... Nadat ik fotootjes heb getrokken wachten we tot het busje op een veilige afstand van de afgrond is gemanouvreerd voor we aan boord klimmen.
Terug in de stad zoeken we iets te eten.. Nu als ge dacht dat de Chinesen wereldkampioen zijn is het snelst bereiden van een maaltijd ,moet ge maar eens naar hier komen.. men kookt hier op een reuzenbunzenbrander met blauwe vlam.. als ge bestelt, hebt ge uw eten GEGARANDEERD binnen de minuut voor uw neus staan (niet noodzakelijk wat ge gevraagd hebt, maar dat is een ander verhaal) en ge kunt er zeker van zijn dat het nog een 10 minuten zal pruttelen.
Dan gaan we een barbier binnen voor een scheerbeurt. Spijtig genoeg gelooft die jongen in dezelfde misplaatste scheerwijsheid als ons vader: "na een bepaalde tijd wordt een scheermesje niet meer botter" en scheert hij mijn hele scalp en kin met 1 (reeds gebruikt) mesje. Dit zorgt ervoor dat mijn hoofd vol schrammen staat als ik uiteindelijk uit die folterkamer kan ontsnappen. aauuch..
Nu we het toch over wijsheden hebben.. ik kan bevestigen uit ervaring dat de oude waswijsheid: "vanaf een bepaald moment worden je kleren niet meer vuiler" wel veel waarheid bevat.
Later die avond onderhandelen we voor een trip naar Shihara, een toeristen trekpleister in de bergen in het noorden van de provincie San'a. Als we een prijs overeen gekomen zijn die volgens de baas all-in is, vraag ik of de 6 km. trip naar de top die, voor een woekerprijs moet afgelegd worden in een jeep van de Bedouinen, er ook bij zit. Hij bekent dat dit door de toeristen die ter plaatse arriveren nog zelf betaald moet worden. Dit geeft ons idee van het vertrouwen die ge in zulke individuen kunt stellen en we lichten dan ook snel de hielen.
Als we die avond voorbij de Bab El Jemen lopen (de grootste poort naar oud San'a) kan ik het niet laten een oude Jambiya op de kop te tikken die al verschillende generaties gezien heeft en die volgens de trotse verkoper in meer dan 1 buik geploft is.
Eerst naar de immigratiedienst. Toen we het visum in Damascus hebben aangevraagd, was ons gezegd dat dit slechts voor een maand geldig was vanaf de dag van aanvraag en we voor die periode in en uit het land moesten zijn of een verlenging moesten aanvragen in Jemen. Nadat we een half uur van het kaske naar de muur zijn gestuurd komen we te weten dat eenieder die Jemen binnenkomt sowieso een maand mag blijven, maar wel moet zorgen dat hij/zij een driehoekige stempel in zijn/haar paspoort krijgt. Dit kan gedaan worden in elk politestation voor 200 Rial.
Zuchtend gaan we dan op zoek naar de stempel. In de buurt van het hotel lopen we Suleyman, een van de touroperators, 'toevallig' tegen het lijf. Daar hij toch niets te doen heeft (ah, ja.. wij zijn waarschijnlijk de enige toeristen in 100 km. omtrek) zal hij ons de rest van de dag helpen deze papiermolen op te lossen.
De politieman van dienst is redelijk snel om de 200 Rial aan te nemen in ruil voor twee papieren die we invullen.. Als we de stempel dan hebben in ontvangst genomen wil hij nogmaals 200 Rial.. Als we hem er dan op wijzen dat hij die al ontvangen heeft, krijgen we als reactie "ah ja.. dat is waar.. was ik vergeten".. "jaja, zal wel" denken we bij onszelf.
Aan de ambassade van Oman is het nodig om een visumaanvraag in getypte vorm terug te brengen. Daar we geen goesting hebben om de ganse stad af te crossen op zoek naar een engels typemachine geven we de ambtenaar een copie van de paspoorten en 600 Rial baksheesh om dit voor ons in orde te brengen.
Weerom staan we versteld over het gebrek van assistentie aan Belgen in het buitenland. Daar we voor een nieuw visum voor Iran weeral een aanbevelingsbrief van onze ambassade nodig hebben zoeken we het kantoor van de Belgische consul op. Dit blijkt gevestigd te zijn in een reisbureau en de consul zal de komende dagen niet aanwezig zijn daar hij met een tourgroup in Aden zit. Dit is helemaal niet met onze goesting, waarom heeft Nederland hier meer dan 30 man rondlopen op een ambassade met vaste openingstijden en moeten wij hier naar halve excuses luisteren van een touroperator? De persoon achter de balie verzekert mij dat hij zijn best zal doen om het op te lossen en voorwaar als we terugkomen in het hotel worden we opgebeld en meegedeeld dat de consul ons morgen zal ontvangen.
Een ander stukje papier dat we nodig zullen hebben is een permissie om door Jemen te reizen, zonder komt ge nog geen 25 km. uit San'a (het Zwitsers koppel schatte dat ze tijdens 3 weken reizen wel 100 checkpoints hadden gezien). Deze permissie is pas te verkrijgen na veel gezever op het bureau van toerisme en beperkt rondreizen meestal tot een paar gouvernaten. Als Suleyman echter belooft dat hij aan een permissie voor een maand om vrij rond te trekken in heel het land kan geraken zonder dat wij er moeite voor moeten doen, nemen we dat graag aan.
Voor de rest van de dag zoeken we terug ons bed op.. Al die bureaucratie kan redelijk vermoeiend zijn.
Als we in de valavond door onze (lees Cindy haar) grommende magen (jaja.. ik denk dat ze er vier of zo heeft) terug uit het hotel worden gedreven op zoek naar eten ontdekken we het beste wat culinair Jemen ons te bieden heeft: juice en kebaps. Vooral de cocktail juice en de limoen juice doen ons keer op keer terugkeren. Aan het recept van de cocktail juice zult ge niet veel hebben. Voor de bereiding worden een drietal vruchten gebruikt die bij ik bij ons in Belgie nog nooit gezien heb, alhoewel ik in de Delhaize toch vaak mijn fruit in de exotische afdeling kocht. Na veel rondhangen in deze buurt komen we wel te weten hoe die verfrissende limoen juice wordt bereid. Voor een mixer neme men:
- 2 en een half limoenen
- 100 g suiker
- gecondenseerde melk (indien gewenst)
- 1/4 mixer ijs, de rest opvullen met water
- goed mixen en door een vergiet kappen..
niets is verfrissender op een warme dag (tenzij misschien een goeie Mohito)
Terwijl wij met de gast van het juicekraam een klapke aan het doen zijn, merken we commotie op een pleintje iets verder gelegen.. Als we gaan kijken blijkt een Jambiya-dans aan de gang te zijn. Dit houdt in dat vier mannen redelijk ongecoordineerd rond mekaar zwalpen en om de vijf botten beginnen te roepen en hun jambiya in het rond zwaaien. Na een vijftal minuten hebben we er nog altijd geen lichaamsdeel per ongeluk afgesneden zien worden en is de fun er voor ons ook af (temeer omdat de omstaanders meer interesse tonen voor Cindy dan voor het dansen) en zoeken we het hotel terug op.
Als we 's morgens de ambassade van Oman bellen blijkt er niets in orde te zijn met onze visum aanvraag. Na vermeld te hebben dat een zekere ambtenaar toch bakshees heeft ontvangen gaat het allemaal een beetje vlotter en willen ze graag de rest van het formulier voor ons invullen over de telefoon.. "Het visum zal klaar zijn in drie dagen" wordt ons verzekerd.
De consul van het koninkrijk Belgie in Jemen is ... een Jemineese touroperator. Als dit geen belangenconflict is dan weet ik het niet. We zaten nog maar vijf minuten in zijn kantoortje en we waren al op de hoogte van de tours die hij organiseerde en hotels die hij bezat, over de introductiebrief geen woord. Als we hem dan aan het verstand weten brengen dat we het alleen wel zullen klaren en nu graag de brief hadden alstublief, dankuwel zegt hij doodleuk dat hij die niet kan schrijven als we niet rechtstreeks van hier naar Iran vliegen. Ik leg hem beleefd maar dringend uit dat dit geen probleem betekende voor de ambassade in Turkije en ik dus niet inzag waar het probleem lag. Na nog wat aandringen maakt hij zuchtend de brief op, maar vermeldt hierin dat we overland naar Iran gaan.. waar moeit die jongen zich mee? Als we dan willen vertrekken MOETEN we eerst nog een mango juice drinken en als hij dan een belg aan de telefoon krijgt moet ik met die jongen een klapke doen, al kennen we mekaar van haar noch pluim. Als dit onze vertegenwoordiging is Jemen kan ik geloven waarom die Jemenieten altijd lachen als we zeggen dat we van Belgie zijn.
| By the time we are, in our superior wisdom, decided to make a start, we discover that those who have gone fearlessly on before, have, in their blundering way, traveled a considerable distance. If you start now, you will know a lot next year that you don't know now, and that you will not know next year, if you wait. | | - The William Feather Magazine |
|
In de ambassade van Iran worden we zo mogelijk nog vriendelijker ontvangen dan in Jemen en wordt ons verontschuldigend uitgelegd dat een toeristenvisum wel twee weken in beslag neemt daar het formulier door Teheran moet worden goedgekeurd. We leggen uit dat dit is geen probleem is daar we toch eerst een rondreis in het zuiden hebben gepland vooraleer terug te keren naar San'a.
Als we rond vier uur weer door de oude stad dwalen, maken we de vergissing om de constante vraag van 'Sura, sura?' in te gaan.. Voor we het goed en wel beseffen hebben we meer dan vijfentwintig kinderen verzameld die op de foto willen met kippen, auto's, schapen,.. wel cute, maar als we en na een twintigtal foto's bedankt zeggen, blijkt dat zij nog maar juist begonnen zijn en gaan nog meer vriendjes halen. Uiteindelijk moeten we het op een lopen zetten.
Later zien we Natalie en Stephan terug in de Qat kamer in Taj Talil. Hier ontmoeten we nog een Italiaans koppel dat er ook 3 weken Jemen op heeft zitten. Die avond leren we de do en dont's van Jemen. Juist wat we nodig hebben om onze trip wat richting te geven.
De komende twee dagen zal Suleyman onze gids zijn in het westen van Jemen en het eerste wat we bezoeken is .... een vuilnisbelt. En deze keer zijn de oranje ventjes die San'a schoon houden nergens te bespeuren. Ook bezienswaardigheden zijn even schaars als de oranje ventjes. Suliman beweert dat dit nieuw Thile (uitgesproken Thule) is. We vermoeden dat hij uit zijn nek aan het kletsen is en krijgen zekerheid als we nog dertig kilometer moeten rijden om oud Thile te zien. Waarschijnlijk moest hij hier nog iets regelen en heeft hij dit gauw in het 'programma' geschoven.
Als onze lift richting Thile ons afzet aan een kruispunt en we weigeren in te gaan op de vraag 'bakschees' van een groepje kinderen worden we bekogeld met stenen en wordt Cindy op haar been geraakt. Dit is een duistere kant van het land dat ervoor zal zorgen dat je over je schouder kijkt de volgende keer dat je iemand nog iets weigert.
We vergeven Suliman echter graag zijn folieke als we Thile zien. Dit stadje vol gebouwen in de oude Jemense stijl is een droom. Ik kan aleen maar verwijzen naar de foto's daar woorden tekort schieten. De stad die een jaar geleden hoofdzakelijk op toeristen teerde, maakt nu echter een verlaten indruk. Naar alle waarschijnlijkheid zijn wij hun enige klanten die dag, en veel verdienen ze ook niet aan ons (enkel een sjaal van 300 Rial voor mijn choeke die het beu is om aangegaapt te worden). Dit is echt het moment om het land te bezoeken voor degenen die het vals gevoel van onveiligheid kunnen overwinnen: alle prijzen zijn door het overaanbod ingestort en ge kunt op uw gemak Jemen ontdekken (we bezochten die dag vijf grote trekpleisters en hebben geen enkele andere toerist gezien.. het Zwitsers koppel dat we ontmoetten in San'a had de eerste veertien dagen van hun rondreis geen enkel West-Europees gezicht gezien, enkel lachende Jemenieten).
Van Thile is het verder naar Hababa. Volgens de persoon die zich had aangesteld als onze locale gids een makkelijke wandeling van een uurtje. Twee uur later komen we aan, niet omdat de geschatte afstand niet klopte, maar omdat we zoveel keren stopten om het landschap te bewonderen en te fotograferen. Dit is een tafereel dat je nooit zou vermoeden in dit land. We lopen over groene heuvels via velden in terrasbouw met in de valeien kleine typische Jemeneese stadjes. Met een beetje fantasie zou je u in Thailand wanen.
Uiteindelijk zie we Hababa liggen in een vallei. De stad was zeer schoon van ver, maar ver van schoon. Bij het binnenlopen spelen we een bijrol in een locale film. Ik denk wel niet dat twee bestofte backpackers het grote doek zullen halen.
De oude stad zou het evenbeeld kunnen zijn van Thile als het niet zo verwaarloosd en vervuild zou zijn. Zelfs het waterbekken dat in menig toeristenfolder pronkt is nu een groene stinkende poel.
Dan is het met de taxi verder naar Shibam, dit stadje is geen echte attractie zoals zijn naamgenoot in het oosten. De eer die deze plaats te beurt valt is een vermelding in een verhaal van 'duizend en een nacht', een unicum voor Jemen. Hier speelde zich het verhaal af van de historische scheet. In dit verhaal verstoort Husyan een trouw door een scheet van enorme proporties te laten. Ongeloofelijk beschaamd vlucht de arme sukkel en rijdt met zijn paard tot India waar hij vele jaren verblijft voor hij terugkeert. Als hij in het stadje arriveert vangt hij in de buitenwijk een gesprek op tussen dochter en moeder. Als het kind vraagt hoe oud ze is antwoordt de moeder dat ze geboren is in het jaar van De Scheet Van Husyan. Dan beseft de man dat hij nooit van het stigma zal afgeraken en keert Sibam de rug toe om nooit meer terug te komen.
Dit is precies wat wij ook doen, maar niet voor we het tweelingstadje Kawkaban (uitgesproken Kokaban) hebben bezocht. Dit ligt een 500 meter hoger op een klif boven Shibam en wordt door drie zijden omringt door loodrechte rotsen, alleen via een kronkelende weg kan dit arendsnest bereikt worden. Als we omhoog slingeren in de taxi wens ik dat onze chauffeur iets minder Qat zou knabbelen daar zijn ogen meer omhoog hangen dan op de baan.
Een bezoek aan Kawkaban is zeker een aanrader, de oude stad is nu half verlaten en in vervallen staat, maar ge kunt toch nog een idee vormen van deze trotse nederzetting. Gedurende 500 tumulueze jaren kon dit stadje nooit ingenomen worden. De enige weg omhoog (een steil pad van Sibam) was makkelijk verdedigd en vele aanvallers ondervonden dat hun gesofisticeerd wapentuig nutteloos was tegen de Jemenieten die stenen naar beneden gooiden. Pas in 1960 werden de verdedigers verslagen door zware bombardementen van het YAR, wat het stadje in verwoeste staat achterliet.
Terug beneden vinden we snel een shared taxi richting At-Tawila. Hier ondervinden dat een Qat party kan doorgaan in eender welke omstandigheid. Terwijl we ons wanhopig vasthouden om in de laadbak van de pickup te blijven zitten, knabbelen de rest van de aanwezigen gezellig op hun blaadjes.
De weg van Shibam naar At-Tawila kronkelt tussen een van de mooiste valleien in Jemen. We vergeten al snel de kou als we bij zonsondergang door de dorpjes met de typische hoge huizen en de terrassen rijden. Het mooiste komt op het laatst als At-Tawila in zicht komt en majesteus tussen de mistsluiers opdaagt. En geen enkele foto is gelukt.. damn..
Suleyman leidt ons door de smalle straatjes van dit bergstadje naar een goed verstopt guesthouse. Hier worden we gelogeerd in de ontvangstkamer die normaal gebruikt wordt voor trouwerijen. Cindy is direct in de zevenste hemel..
We leggen At-Tawila vast op de gevoelige plaat, delen wat aspegic uit aan een ouderling die precies nogal wat last heeft van de Qat party van de vorige dag en stappen dan in een taxi, helemaal voor ons alleen, richting Al-Mahwit. Deze keer nemen we geen risico en willen zeker zijn dat we even kunnen stoppen om van het landschap te genieten en wat fotootjes te maken.. en we hebben zeker geen spijt van de 'splurge'.
De volgende geplande stop op het programma is Manakha (uitgesproken Managa).
Op het eerste gezicht zit er niets anders op dan te backtracken over San'a om dit geroemde bergdorpje te bereiken. Dan vinden we een lijn of twee in de LP die een 60 km. lange zandweg beschrijft die van Al-Mahwit naar de baan San'a-Al Hudayda (waar Manakha opligt) doorsteekt. Juist wat we nodig hebben. Suleyman raadt ons af om de afstand in twee dagen te wandelen en vindt ons twee plaatsen in een pick-up waarna we afscheid nemen. De trip gemotoriseerd doen betreuren we ons zeer snel omdat 1) het uitzicht FA-BEL-ACHTIG is 2) de chauffeur een ex-Parijs-Dakar piloot is die ontslagen is nadat de doping commissie zijn overdreven gebruik van qat heeft ontdekt. De LP beweert dat er 4 a 5 uur nodig zijn om de trip te maken, onze driver zette een tijd neer van 2 43' 13'' en had ondertussen nog tijd voor een pipi-stop (op aandringen van Cindy) en een bid-stop (op aandringen van 10 moslims). Dat wil ik die mannen van het Camel team wel eens zien nadoen. Cindy goed mottig en ik die mijn vullingen terug moet laten vastzetten is de prijs die we betalen.
Indien ge u ooit op hetzelfde traject zou terugvinden raden we aan naar de wadi te wandelen in de morgen.. Eenmaal beneden kan je makkelijk een wagen vinden die je zal meenemen (meer verkeer dan Brussel op spitsuur), laat u dan afzetten een paar kilometer nadat de canyon begint, en wandel de resterende tien km. Ik verzeker u dat ge het u niet zult beklagen.. en vanaf Khamis Bani Sa'd is het geen probleem een lift te vinden naar San'a of de kust.
Vanaf Khamis Bani Sa'd vinden we een taxi bereidt om ons tot Manakha te brengen voor 800 Rial. Het volgende anderhalf uur merk ik dat ik zelfs na de helse rally nog angstzweet overheb. In het pikkedonker zoekt de chauffeur zijn weg via kronkelende banen naar omhoog (dat weet ik omdat mijn oren constant poppen) onderwijl inhalend in de bochten. Ik denk dan ook dat de gemiddelde leeftijd van de taxichauffeurs hier niet erg hoog ligt in tegenstelling tot hun verzekeringspremie (als ze er al een hebben). Is het echter geluk (hij luistert toch continue naar Koran tapes), ervaring of gebruikt hij 'The Force', we raken heelhuids in Manakha, of dat is toch waar hij beweert dat we zijn. Ook al is het laat, de rit door de bergen heeft goed wat adrenaline teweeg gebracht en doet ons vermoeden dat er iets niet klopt. Een snelle rondvraag leert ons inderdaad dat we in Al-Maghraba staan en Manakha nog een 10-tal km. en 200 rial verder ligt. Als we de chauffeur dan voor de keuze stellen ons naar onze afgesproken bestemming te voeren voor 800 rial of genoegen te nemen met 600 rial ontstaat een discussie waarbij de politie van pas komt om de gemoederen te bedaren. De chauffeur kiest uiteindelijk voor optie nr. twee en wij vinden een andere wagen om verder naar de top te rijden. Deze chauffeur neemt echter het zekere voor het onzekere en wil zijn geld op voorhand. hehe.
'The hills are alive with the sound of farting'. Het ontbijt bestaat uit foul (gerecht met als hoofdingredient geprakte witte bonen en erwten, iets wat hier op elk moment van de dag gegeten kan worden) van ongekend potent kaliber, iets wat ons doet besluiten dat het mogelijk is een echo te krijgen met onze onwaarschijnlijk luide gasontladingen.
Het Haraz gebergte biedt een sprookjesachtig uitzicht waar Disney direct een patent op zou nemen indien ze het zouden ontdekken. Op de meest ontoegankelijke rotspieken vind je hier forten, moskees en hele dorpen terug. De meeste van deze trotse nederzettingen hadden nog nooit het hoofd gebogen voor een aanvaller tot de uitvinding van het vliegtuig. Heel speciaal.
Indien ge hier ooit zou komen en maar één dag zou hebben kan je bijvoorbeeld de volgende wandeling proberen:
In de morgen vertrekken en van Manakha de meest oostelijke route volgen naar de vallei via de weg langs de rotswand. Dit is het meest scary stuk als ge hoogtevrees zou hebben, maar ik ben erdoor geraakt, dus voor u zou het zeker geen probleem zijn. Dan wandel je tussen Ar-Zayya en Lakamat As-Sawda (hier kunt ge geraken via een detour, maar is eigelijk niet de moeite) door de terrassen, terwijl ge een prachtig uitzicht hebt op de bergen.
Na een tijdje begint de weg lichtelijk te stijgen richting Ash-Shariqa. Van daar kan je nu zonder problemen doorsteken naar Az-Zahra (en onderweg eens snel om de hoek piepen naar Bani-Qiyar in de verte). Met de zon in de rug heb je nu onovertroffen zicht op de vallei.. als je op dit punt merkt dat je de kamera vergeten bent kunt ge beter springen.. Nu kan je terug wandelen naar Manakha, of terug wat stijgen naar het dorpje Bani Murra, met bijhorend rotscitadel. Aanrader!!.. Dan verder naar Lakamat al-Qadi voor een zeer mooi en ontoegankelijk fort-dorp. Dan op tijd terug naar Manakha, (want de nacht valt snel in de bergen) voor eten, drank en dans in het Manakha toerist hotel. De dag is een gegarandeerd succes.
Vandaag vertrekken we met een iets minder ambitieuze wandelroute in het achterhoofd, want we willen tegen de avond al aan de kust staan. De poging om Jabal Masar te bestijgen moeten we snel laten varen als ons wordt duidelijk gemaakt dat we nog een uur of vier voor de boeg hebben voor we de top bereiken. Dan maar terug naar Al-Hajjara, maar onderweg maken we wel even tijd om de kinderen die terug komen van school hun engels te ondervragen. En ik moet zeggen, zij kunnen al een stuk beter Engels klappen dan wij Arabisch.
Terwijl we onze weg zoeken naar Al-Hajjara krijgen we om de vijf botten een kiezelregen op onze kop. Als we dan rondkijken zien we dat vanaf een rotspiek een paar trouwgangers (jaja donderdag is trouwdag in Jemen) aan het schieten zijn met AK-47's op het rotsblok boven ons. Dit is een traditie waar ze ons graag deelgenoot in maken en als we dan eindelijk naar hun positie zijn geklommen leggen ze ons trots de fijnere details uit van hun wapens en moeten we allemaal op de foto.
Dan is het terug naar het hotel voor de zakken en met de taxi naar Al-Maghraba. Hier moeten we voor een tweede keer ambras maken als blijkt dat het eten dat we besteld hebben in prijs verdubbeld is tegen dat we moeten betalen. Een echt oplichtersdorpje!
Met een shared taxi naar Al-Hudayda rijden is 2000 meter dalen in hoogte en 15 graden in temperatuur stijgen. De gids beweert dat het voor toeristen hier onmogelijk is om te slapen zonder airco. En we moeten hem gelijk geven.. Bezweet en stoffig moeten we akkoord gaan met de woekerprijzen en een kamer nemen in het Al-Borg hotel (hopelijk worden we niet ge-assimileerd in de nacht).
We zijn juist op tijd om te laat te zijn voor de zonsondergang.. spijtig. We zetten ons dan zoals zoveel mensen op de golfbrekers en luisteren naar de branding terwijl we dromen van verdere reizen.
Vrijdag is marktdag in Bayt Al-Faqih. Dit is de grootste markt van Jemen met meer dan 1000 verkopers.. Hier kan je echt alles vinden.. kleren, Qat, henna, fruit, kamelen, goud en zilver, werktuigen, meubelen, gekleurde kuikens, ... Als we hier dat kleed voor Cindy niet vinden zullen we het nergens vinden. Maar terwijl ik overal sta te wachten terwijl zij de waren keurt (het leven is hier niet zo verschillend van thuis), begin ik al door te krijgen dat ook dit aanbod niet groot genoeg zal zijn om haar goesting te vinden en wordt ik terug herinnerd aan die stelregel die ik half vergeten was: 'Met een De Bleser winkelen is lijden'. We hebben tenminste goed gegeten..
Dan is het verder naar Zabid, één van de oudste universiteiten in de wereld, een UNESCO world heritage site. Na vijf minuten in het dorp rondgewandeld te hebben komen we tot de conclusie dat de Jemenieten die UNESCO mannen redelijk wat Qat en baksheesh moeten hebben gegeven om deze titel los te krijgen.. Het dorpje is een hete, stoffige wirwar van straatjes tussen slecht onderhouden huizen. Van de 68 moskeeen zijn de meeste gewone huizen. Alleen de citadel met de Al-Iskandar moskee kan ons wat langer boeien omdat we de oppasser zover krijgen om ons vanuit de minaret wat fotootjes te laten nemen (waar we zekerheid krijgen omtrent het feit dat de grootste reden om naar dit dorpje te komen het stof is..).
We besluiten het stranddorpje Al-Khawkha (uitgesproken Al-Kocha) rechts te laten liggen en direct door te rijden naar Ta'izz. We hadden immers gehoord dat de temperatuur daar te hoog was om wat dan ook te doen en zelfs de Rode Zee te warm was om voor afkoeling te zorgen.
Als we dan in Ta'izz aankomen heeft mijn choeke barstende koppijn en nemen we het eerste het beste hotel om even aan de drukte te ontsnappen en te ontspannen.
Vandaag nemen we even een break van "whas your name", "where you from" en "hello Kalem?" en komen enkel nog uit het hotel om te gaan eten en te internetten. We merken dat we zonder problemen de klok rond kunnen slapen.. Zou dit die befaamde 'reismoeheid' zijn? lees het tweede deel van de Icewind Dale trilogie en begin met spelen van Crono Trigger
verlengde break, Zwaar verslaafd aan Crono Trigger en lees het laatste deel van de spannende Icewind Dale trilogie.. (Niet de kwaliteit van zijn eerste boeken, maar zeker beter dan zijn huidige werk.. een must voor elke RPG-er)
Een zoektocht naar een kleed voor Iran loopt uit op een geleid bezoek door de bazaar met een 'toevallige' voorbijganger, zodat en we natuurlijk eindigen in die persoon zijne shop... Het duurt een uurtje voor we ons daar uit kunnen klappen.. Natuurlijk veel te laat om nog fotootjes te trekken.
Die paar dagen dat we tot rust hebben kunnen komen merken we iets raar op. De laatste weken waren we een beetje meer over Belgie aan het praten. Je weet wel: hoe dit of dat eten smaakte, hoe goed het bedje sliep, hoe leuk het was te rommelen, .... Vandaag merken we dat dit gevoel van heimwee verdwenen is en plaats heeft gemaakt voor een merkwaardige rust. In plaats van de verschillen met Belgie te zoeken in een land, beginnen we nu de overeenkomsten te zien en ons vreemd genoeg onmiddellijk thuis te voelen waar we vanaf nu ook naartoe reizen. Het is niet langer zo dat wij ons een vreemdeling in een vreemd land voelen, maar . Deze Switch laat mij toe te beweren (door het gebrek aan een hoed): 'wherever I lay my headcloth is my home'. We zullen het hier later met verschillende langdurige reizigers nog over hebben en merken dat zij dezelfde ervaring hebben meegemaakt ergens langs de weg.
De zoektocht naar de toeristische dienst loopt uit op een fiasco. Dit (mythische??) gebouw wordt door elk van onze drie reisgidsen op totaal verschillende plaatsen aangegeven. Ook weeral een manier om een stukje van de stad te ontdekken. Onderweg zien we in de verte wel weeral een mooie moskee in opbouw en als we onze weg ernaar zoeken via een achterbuurtje komen we op een veldje met golfplaten krotten. Ook hier zijn vluchtelingen uit donker Afrika terecht gekomen die proberen een nieuw leven op te bouwen.
In de late namiddag gaan we terug de souks in en negeren de gebruikelijke 'toevallige' ontmoetingen. We proberen de al-mudhaffar moskee te bezoeken, maar krijgen de deur op de neus. Meer geluk hebben we bij de al-ashrafiya moskee. Hier laat de Iman ons tegen een beetje bakshees binnen in de kleine witte moskee. In de abd-al-hadi moskee worden we zowat binnengesleurd door de kinderen en worden we rondgeleid in hun privé speelplaats: het kerkhof in de moskee.
Terug buiten hebben we een mooi overzicht over de stad ware het niet dat er altijd wel wat electriciteitsdraden of lelijke gebouwen in de weg stonden voor een goede foto. Als een local dit merkt nodigt hij ons uit op zijn dakterras voor thee. Na een tijdje gepraat te hebben begint hij plotseling in zichzelf te mummelen. Het duurt even voor onze frank valt. De jongen moet bidden om vijf uur, maar wil onbeleefd zijn en de gasten wegsturen. Met een excuus maken we ons dan maar uit de voeten en laten hem naar de moskee van zijn keuze gaan.
Vandaag is het echt een jemen recordboek dag. We zoeken de dikste boom, oudste moskee en waarschijnlijk vuilste stad op..
Eerst rijden we met de shared taxi naar At-Turba, een stadje boven de 2000 meter met een geroemd uitzicht. Dit kan ons maar matig boeien en het is meer de hygiene (lees gebrek eraan) dat ons zal bijblijven dan het zicht op de donkere vallei.
Dezelfde taxichauffeur is aan het wachten en is maar al te blij als we weeral twee plaatsen in zijn taxi inpalmen. De laatste plaats gaat naar een zeer luidruchtige dame die blijkbaar een paar goede belgenmoppen kent, want elke keer als ze naar ons wijst en dingen zegt moet heel de bus lachen.. exclusief wij natuurlijk.. We laten ons afzetten aan de khabir shajara.. wat letterlijk wil zeggen 'dikke boom'.. zo'n 22 mensen zijn er nodig om er rond te geraken.. Toen we aankwamen vonden we echter enkel wat Qat knauwers
Dan wandelen we verder door de wadi en worden getrakteerd op een mooi uitzicht terwijl vlak boven onze hoofden adelaars cirkelen. Als het al begint te schemeren springen we terug in een busje omdat we zeker de moskee van Jifrus niet willen missen. Deze laadt ons over in een boer zijn 4x4 en we hobbelen verder in het laatste avondlicht naar de moskee. Hier krijgen we een rondleiding van een Imam in opleiding in ruil voor een beetje bakshees. De moskee die we 's morgens al van ver op de hellingen hadden zien liggen is echter niet zo indrukwekkend van dichtbij.
De terugrit daarentegen is meer boeiend. Het is nu totaal donker en we hebben geen idee welke richting we uitmoeten. Gelukkig is er nog een boer die terug naar de hoofdweg moet en in ruil voor een gat blauwe plekken wordt ons een nachtwandeling uitgespaard.
'On the road again'.. Eerst bezoeken we de enigste Zoo die Jemen rijk is.. Dit draait wel anders uit dan verwacht.. De Zoo heeft meer de look-and-feel van een kinderboerderij met wilde beesten dan van de gekende Zoo ervaring uit Antwerpen. Voor een beetje Baksheesh worden de leeuwen en lynxen boven hun stresslevel getreiterd en moogt ge mee in de kooien om de beesten van dichtbij de bekijken, Cindy is de afgunst van de Jemineese mannen als ze alle beesten durft vastpakken, terwijl hun vrouwen wegschieten.. Zou ik er dan toch een goeie koop aan hebben gedaan? De piece de resistance van de zoo is een geit (wat anders?) die 'Mohammed' en 'Allah' in het arabisch op haar vel geschreven heeft.
Als we in de laadbak van een shared taxi richting Ibb bollen, herinner ik mij volgend raadsel: "wat is het laatste wat door het hoofd van een vlieg gaat als hij tegen het windscherm van een auto smakt?"
"zijn gat..".. ik laat u raden waarom uitgerekend op dit moment ik hieraan moest denken..
Vanuit Ibb is het verder naar Jibla, nu een klein stadje, maar ooit, in het begin van de tweede millenium, de hoofdstad van koningin Awra haar rijk. Als enige koningin die Jemen ooit gekend heeft loop haar verhaal verbazingwekkend parallel met Zenobie van Palmyra en Cleopatra van Egypte. Dat ze geen gemakkelijke slaper was bewees ze met haar paleis met 365 kamers, één voor elke nacht. De moskee waarvan zij alleen de funderingen heeft weten leggen is het hoogtepunt van een bezoek aan de stad.
Aan de ingang van de moskee pikken we een kleine gids op die verbazingwekkend veel weet over de koningin en ons meeneemt naar het gelijknamig museum, waar hij alles uit de vitrines haalt en kundig demonstreert. Het museum is weeral een collectie van oude rommel, maar op het dak krijgen we een onbetaalbaar zicht over het oude Jibla.
Als we met een shared taxi door de bergpassen naar Hamman Damt bollen moet ik weeral erkennen dat de beste manier om Jemen te zien toch met eigen vervoer is. Als ik terugdenk aan de panorama's die hier de gevoelige plaat ontsnappen komt het water weer in mijn ogen. Eenmaal in de vallei horen we plots een geklop aan het rechter voorwiel en begint de wagen heftig naar rechts en links te slingeren.
Als we in een beekje naast de weg tot stilstand komen zien we dat het beetje profiel dat nog op de band zat voor het grootste deel is losgekomen. Was dit een half uurtje eerder gebeurd dan hadden we de bergpas op een iets dramatischer manier verlaten. Als blijkt dat een djambia toch niet het juiste materiaal is om aan auto onderhoud te doen, houdt de taxichauffeur een minibus aan en laadt zijn klanten over.
Het hotel dat we binnenstappen in Hamman Damt ligt duidelijk een paar keer boven onze budget, maar het droevige smoeltje van mijn schatje doet wonderen en we betalen slechts een derde van de initiele vraagprijs voor een prachtige kamer met een ligbad. Nog altijd boven budget.. maar dat willen we graag door de vingers zien met deze extra luxe.
Een scheerbeurt voor 12 fr. voor mij en enkele juices voor 4 fr. voor mijn choeke besluit een lange maar geslaagde dag.
Hamman Damt (kortweg Damt voor de locals) heeft de allure van een oud Wild West stadje met goudkoorts. Langs de ongeasfalteerde wegen zie je door het stof overal gebouwen uit de grond rijzen. Nu maar hopen dat de warme bronnen en vulkaan de toeristen en het beloofde 'goud' kunnen lokken.
De trip naar de uitgedoofde vulkaan neemt echter geen dag in beslag zoals gepland, maar een half uurtje. Het is een echte toeristenattractie geworden met een trap naar de top.. Rond de krater is alles afgespannen en loop je via een vlak wegeltje rond het meer. Wij dus terug naar het hotel waar we ons de rest van de voormiddag amuseren met het kijken van Amerikaanse comedies, in het arabisch ondertiteld natuurlijk. Het is vreemd hoe zelfs de 'Prince of Bel-Air' grappig wordt als ge vier maand zonder kijkbuis zit.
Terwijl we aan een juicebar verder aan de kaartjes schrijven, krijgen we veel interesse van de locals. Vooral het kaartje voor den badminton (5 dames in badpak, wat kunt ge die mannen anders sturen??) heeft veel succes. Als we weerom aangeboden krijgen om Qat te kauwen, haal ik de bar tevoorschijn en beweer dat rum veel lekkerder is. Big mistake.. iedereen wil wel eens rieken aan het glaasje dat ik heb ingegoten, maar niemand wil het drinken.. en daar ik categoriek tegen verkwisting ben, kruip ik redelijk beschonken in de laadbak terug naar Yarim. Onderweg blijkt dat mijn "Wilde Westen" vergelijking niet ver van de roos was.. weerom verrast Jemen ons met een onverwacht uitzicht en rijden we door een landschap met canyons and geerodeerde rotsen, wat ge alleen maar zou verwachten in een western.
Als we het beu zijn om al dat moois voorbij te rijden zonder ervan te kunnen genieten, stappen we uit in een klein dorpje. Als de chauffeur de volle prijs naar Yarim wil en er geen lievemoederen aan helpt, zijn we redelijk slecht gezind en proberen we de kinderen die zich naar goede gewoonte al rond ons verzameld hebben weg te jagen. Big mistake nr. 2. Voor we het weten worden we met stenen bekogeld en moeten we het dorp uitvluchten, in een taxi springen en rijden we tot in Yarim. ZO goed was het landschap ook weeral niet.
Als de chauffeur van de shared taxi naar San'a zijn geld op voorhand wil zien delen we hem mee: jalla jalla, felusch, la jalla jalla, la felusch, wat vrij vertaald betekend: gaan, geld, niet gaan, geen geld (wow.. dit is ons niveau van communiceren na 3 maand Arabische landen, zijn wij talenwonderen of wat??).. Verstaan doet hij het echter wel, en tot zijn groot ongenoegen ook de rest van mensen die bij in de taxi zitten en dit een goeie manier vinden om de chauffeur te dwingen wat sneller te vertrekken i.p.v. te wachten tot zijn taxi is volgelopen. Baten doet het echter niet want we zitten daar nog een half uur met onze vingers te spelen, tot hij zijn negende passagier heeft gevonden voor we op weg gaan.
We zoeken het vertrouwde Aden Golf hotel weer op en na een paar kebaps en juices als diner kruipen we nog eens vroeg in ons bed.
Vrijdag liggen de moslims op hun lui gat.. en doen wij nekeer hetzelfde.. In de avond komt de oude stad terug een beetje tot leven en weten nog een paar souveniers op te pikken voor ik mijn voet serieus omsla en ik terug naar het hotel moet pikkelen.
We pikken het Oman visum op en bellen naar de Iran ambassade om te horen of dit visum al in orde is... nee.. ze hebben wel een herinnering naar Teheran gestuurd en verwachten dat dinsdag alles in orde zal zijn.. Merde.. dat wil zeggen dat we drie dagen verliezen. Niets aan te doen..
In de namiddag gaat Cindy met Suleyman 'shoppen'... zware vergissing..
| On a long journey even a straw weighs heavy. | | - Spanish proverb |
|
als ze terug komt en trots haar inkopen toont kan ik alleen maar bedenken dat mijn leven als pakezel begonnen is.. als ze dan nog met de rekeningen afkomt blijkt dit de duurste dag van ons bezoek aan Jemen te zijn. Ik zal de volgende keer maar meegaan.
Mijn voet ziet nu goed blauw en is ongeveer het dubbele van zijn normale grootte
website - kaartjes - website - kaartjes - website - kaartjes - website - kaartjes - website - kaartjes - WC papier gekocht...
We zijn een ganse dag bezig om de website op te laden over een ultratrage connectie die om de vijf botten op zijn gat gaat. Nog een geluk dat godverallah niet in mijn repertoire zat (dat nochtans redelijk uitgebreid is), want dan had ik wel eens ambras kunnen krijgen.. Mijn voet is al een beetje minder gezwollen.. Voor de rest weinig te rapporteren
Na een drietal telefoons met de ambassade van Iran blijkt dat er nog altijd geen confirmatie van Teheran is, maar dat ze ons morgen zeker iets zullen laten weten. Zijn die mannen in de leer geweest bij de Belgische ambassade?
Terwijl we nog maar eens naar een optimale verdeling zoeken voor de zaken in de rugzak merken we dat een mp3 speler en mondharmonica verdwenen zijn. Dit moet in de hotelkamer van Taiz gebeurd zijn dus schakelen we Suleyman in, in de hoop onze spulletjes nog terug te krijgen. Nadat Cindy aangifte heeft gedaan en de politiemacht (alle drie) van Taiz langs het hotel gaat is er nog altijd geen nieuws. Suleyman blijft op het politiekantoor om de zaak verder op te volgen zegt hij (om Qat te kauwen denken wij).
Als hij later op de avond onverrichterzake terugkeert (maar met een groene mond) helpen we hem nog wat verder met het opzetten van een website en proberen hem wat HTML te leren. Die avond kom ik tot het besluit dat mijn persoonlijk credo 'Ik kan iedereen HTML leren. zelfs ons moeder als het moet' een zware deuk krijgt..
Als we met wat schrik naar de ambassade van Iran bellen krijgen we gelukkig te horen dat we het visa kunnen komen oppikken. Even wachten en de met de nodige stempels in ons paspoort staan we buiten. Hier krijgen we direct een lift aangeboden van een werknemer. I.p.v. naar Bab Al Jemen zitten we al gauw in zijn woonkamer en krijgen we iets aangeboden dat de Jemenieten normaal alleen met Eid eten (voor de vlamingen: als het kermis is): hamburgers.. We doen het echter alle eer aan.
Dan neem ik met de gastheer nog een goeie chai terwijl we de laatste politieke ontwikkelingen in Jemen bespreken (niet super interessant.. gaat vooral over geiten en qat..) terwijl zijn vrouw (die ik nooit gezien heb!!) en Cindy ergens apart mekaar gaan sjminken, parfumeren en nargila roken. De uitnodiging voor Qat in de namiddag sla ik echter af.
Om één of andere reden betalen Jemenieten slechts de helft van de prijs wanneer ze met de bus gaan.. dus omdat we morgen een 1000 km voor de boeg hebben sturen we Suleyman om onze ticketten te kopen. Zijn wij goedkoop of wat? Daarna hebben we onze laatste maaltijd in het Palestijns restaurant. Ik mis het eten nu al.
Iets wat we altijd vol afgunst bekeken hadden, waren die grote lange-afstand bussen van JEMITCO. Elke maal dat zo'n witte geblindeerde mastodont onze shared taxi voorbij zoemt, bedenken we wat een wereld van verschil dat toch moet zijn. Als Salomon ons dan nog garandeert dat ge precies met de vlieger gaat is de beslissing snel gemaakt en zeggen we 'fudge this' tegen de shared taxi. Voor één keer gaan we in stijl reizen.
De werkelijkheid is iets minder sprookjesachtig. De enige overeenkomst met het vliegtuig is het feit dat ge geen GSM moogt gebruiken (???). De bussen mogen wel van Duitse makelij zijn, maar die gründlichkeit is toch niet opgewassen tegen het Jeminees terrein. Van buitenaf leken die bussen te glijden, eenmaal binnen krijgen we 11 uur lang een rit in een Walibi attractie (misschien was de onuitputtelijke voorraad pukezakjes wel de tweede overeenkonst met een vliegreis) met onderweg maar een drietal stops. Na een half uur gaan we qat inslaan. Hierbij stapt de buschauffeur zelf met ongeveer een halve boom op de bus. Die is een serieuze party van plan. En inderdaad, in de namiddag neemt het hotsen en botsen nog wat toe. Later is er nog een pipistop, maar enkel voor de mannen. Cindy die al water tot haar ogen heeft staan mag niet van de bus. Zij moet nog twee uurtjes geduld oefenen. Pas aan de derde stop, de bidstop, krijgt zij de kans om een toilet op te zoeken. Terwijl de mannen voor een half uurtje naar de moskee gaan, trek ik de woestijn in. Als ge nu ooit 'the middle of nowhere' (ned. vert. Nieverans) zou zoeken dan moet ge maar eens naar 15.8591N 47.6436E afkomen. Dat sterke gevoel van desolate eenzaamheid, dat zo goed beschreven wordt in 'Arabian Sands' van Thesiger , heb je hier zonder problemen gevonden.
Terug op de bus doet Cindy nog een familieruzie van formaat ontstaan als één van de vent zijn vrouwen in het oog krijgt dat hij toch wat te geinteresseerd is in mijn choeke.
Wat opvalt als we door de woestijn rijden zijn de grote hoeveelheid mitrailleursnesten en tanks. Toch wat overkill voor zo'n zandbak.
Als we dan uitstappen, is het precies een jungle; we waden door een tapijt van Qat-bladeren en stoned 'apen'. Terwijl wij buiten nog 'The lion sleeps tonight' aan het zingen en dansen zijn (we zitten juist aan het ahum-ahum stuk) krijgen we ons eerste aanbod om in Shibam te geraken. 2000 rial lijkt ons wel wat veel voor 50 km., en na wat rondzoeken vinden we een shared taxi bereidt om ons voor 70 (sabeen) rial de man te voeren. Daar de taxi toch leeg is, bieden we aan om 300 te betalen als hij nog een paar maal zou willen stoppen voor fotootjes. En dat was zeker geen weggegooid geld.
De wadi Hadramout is een uitgesleten canyon met een breedte varierend tussen één en tien kilometer en het contrast kon niet groter zijn. Bovenop de hellingen kan je 600 km. of meer in elke richting rijden voor je enig teken van leven tegenkomt.In de Wadi echter kom je precies in één van de scenes uit Jack Vance zijn 'Oude aarde': weelderige vegetatie, forten en kastelen uit een tijdperk waar je nog nooit van hebt gehoord, wolkenkrabbers gemaakt van modder en om de vergelijking volledig te doen opgaan dragen de vrouwen op het veld hoeden van soms meer dan een meter hoog.
Maar het mooiste komt op het laatst als Shibam in zicht komt. Deze stad verdient de titel 'Manhattan van de woestijn'. Ze bestaat uit 500 torenhuizen met vijf tot zeven verdiepen op slechts één vierkante kilometer. Dit is uniek. De enige manier dat dit beeld je ongeroerd zou laten, is als je er voorbij zou rijden in een ambulance met een acute appendicitis en het deken over je hoofd.
Als we onze zakken uit de auto halen is het prijskaartje voor de rit 700 Rial. De chauffeur beweert dat hij 'saba mia' heeft gezegd. Als we daar geen vent hadden gezien die frieten aan het bakken was (???), had er waarschijnlijk een grotere rel geweest. Nu maken we snel een compromis en spoeien ons om een plastic zakje friet te verorberen.
Shibam is een nachtmerrie voor de budgettoerist. Alhoewel de gouden jaren voor deze stad al twee jaar in het verleden liggen (we zien nog twee andere toeristen snel wat fotootjes schieten voor ze doorrijden), proberen ze ons toch nog absurde prijzen aan te rekenen voor eten en accomodatie en moeten wij alle moeite doen om aanvaardbare bedragen te onderhandelen.
Dit is misschien een goed moment om eens te vertellen wat ik meest ben beginnen haten tijdens de trip. Het zijn niet die lange busreizen, WC's waar nog geen hond op zou willen gaan, of beesten waar ge groene zwerende boebels van krijgt. Nee, dat zijn allemaal kleine ongemakken vergeleken met DDT (De Domme Toerist). DDT is een echt vergif voor een budgetreiziger en is lokaal gekend als een 'maloof', wat vrij vertaald wil zeggen 'hij-die-ge-gemakkelijk-bij-zijn-pietje-hebt'. Het is DDT echter die ervoor zorgt dat ge van alles maar ook alles de prijs moet vragen en onderhandelen voor ge iets koopt of in een taxi stapt. Hoe vaak zijn we niet gaan eten, vragen van alles de prijs, behalve voor het colaatje, en als de 'fatura' dan komt blijkt de drank meer te kosten dan al de rest samen. Het feit dat die mannen het zelfs proberen bewijst toch dat er toeristen zijn die betalen. Ik vermoed dat dit de mensen zijn die met hun koelbox richting Noordzee vertrekken, verkeerde afslag nemen en na tien dagen in Jemen arriveren. Daar hier ook een strand is waar enkel vreemdelingen liggen, denken ze op de goei bestemming te zijn gearriveerd.
Die nacht is er precies opzet mee gemoeid. Als om twee uur de vogels eindelijk hun bek willen houden, begint een invasie van mini muggen, die echter evenveel lawaai maken en dubbel zo hard steken als hun Europese familie. Als tegen vijf uur mijn persoonlijke vendetta is afgelopen en de meerderheid van de beestjes tegen de muur plakt begint de Muezzin vanuit de aangebouwde minaret te kelen. Ik geef het op.
Als we een taxi aanhalen richting Sayun kost het ons 90 (tisseen). Onze les geleerd van gisteren herhalen we het getal drie keer met stijgend volume, om eventuele 'misverstanden' uit te sluiten, waarbij de chauffeur steeds instemmend knikt. Alleen bij de laatstse TISSEEN! Mummelt hij iets anders. Als we hem nog een beetje pushen klinkt het 'tissa mia', negen honderd Rial. Sorry jongen, maar deze ezels vallen geen twee keer over dezelfde steen. Na nog een paar verdere pogingen vinden we nog een eerlijke jongen die ons wel voor een faire prijs naar Sayun wil voeren.
Als we rond de middag in de stad arriveren zijn we juist op tijd om de winkels te zien sluiten en iedereen en masse de moskee in te zien trekken.
Geen ramp, dat geeft ons de tijd om de stad te bezoeken zonder 'hello friend' en 'whas your name'. De poorten van het paleis van de sultan zijn natuurlijk gesloten en moeten we ons tevreden stellen met wat fotootjes van buiten. Ook het moslim kerkhof is off-limits voor anders godsdienstig georienteerden.
Later wijst Cindy mij nog op een persoon van 'Hongarije', vreemd, hij ziet er toch redelijk lokaal uit. Neen, na de vent verder geinterpolleerd te hebben blijkt hij gewoon hongerig te zijn, wat we gauw verhelpen door die sukkelaar ook een mix juice te bestellen (uit ondervinding weten we dat geld hier toch direct wordt omgezet in qat). Hier in het oosten van Jemen is dat echt eten en drinken tegelijk.
Het gaat normaal al niet vooruit in de namiddag, maar op vrijdag boegeert er buiten de kaken van de Jemenieten echt niets meer. We vrezen even dat we hier vast zitten en kijken al uit naar een hotelletje. Iets na de vieren komt er echter terug wat beweging op straat en tien minuten later zitten we zowaar in een shared taxi richting Tarim te bollen.
De laatste stad in Jemen bezoeken we in een recordtijd. Voor de zon onder is willen we immers de ......... ,...... en ..... (deze hoge minaret is het posterkind van Jemen) gezien hebben. Dan is er even onzekerheid of we al dan niet de nacht in Tarim moeten doorbrengen, maar we vinden gelukkig nog een chauffeur die gek genoeg is om 's nachts door de woestijn richting Omaanse grens te bollen.
Uit de Wadi geraken is wat veel gevraagd van ons vehikel, dat toch al een paar jaar over de pensioensgerechtigde leeftijd is. We kunnen dus allemaal uitstappen en duwen. Met mijn vraag of dit korting oplevert, wordt door de chauffeur niet gelachen.
de toiletervaring in de reststop is ook niet alles. Terwijl Cindy op haar hurkjes zit, ziet ze 'vanalles' kruipen in het donker. Ze zal in het vervolg ook wel in de woestijn gaan. Wat later blijkt dat de big bugs ook wel zin hebben om mee aan tafel (lees 'de mat') te schuiven, wat ons doet besluiten dat ge niet met een te volle maag aan een nachtelijke rit moet beginnen en doet afvragen wat die knapperige stukjes in de foul juist waren.
Als we nog even stoppen om bij te tanken moet ik mij weer verbazen over de accuraatheid van dat inwendig compas van de Moslims. Als ik het even nameet op een biddende Jemeniet in de woestijn zit hij recht op recht met Mekka. Hoe doen ze het toch?
Terug in de wagen klagen onze medepassagiers dat het toch koud (ik schat 20 graden Celcius) is. Hierbij moet ik toch even glimlachen en terwijl ik mijn ogen sluit en wegdoezel, geniet ik van dit echt aangenaam Belgisch temperatuurtje.
Iedereen heeft als hij terugkomt in Zaventem wel eens 5 minuutjes moeten wachten vooraleer ze even naar u paspoort keken en u doorlaten...allemaal redelijk onpersoonlijk, niet? Wel, zo werkt het dus niet in Jemen. Afscheid wordt hier heel serieus genomen en er moet bij iedereen gepasseerd worden met de permit en/of paspoorten. Omdat hier niemand engels spreekt weten we pas dat we vooruitgang boeken als onze gids ipv mensen wakker te shotten, die buiten op een matras liggen te slapen, eerbiedig op een deur gaat kloppen. Het duurt dan nog twee uur voor we onze stempel hebben en op het busje richting Oman grenspost kunnen stappen. Een nieuw record om een land uit te geraken.
Jemen kan echter een betovering over u gooien die Merlijn als een grote amateur doet overkomen en dit land was zeker de beste ervaring tot nu toe. Laat u ontvoeren door zijn betovering.. Een aanrader!!
Opsporing verzocht: Hebt u deze man gezien?
Zou u deze jungleprimaat (iemand 'bosaap' noemen op een publieke website zou tegen de regels van fatsoen zijn natuurlijk) op straat tegen komen, dan mag je hem met ons complimenten een toek op zijn voorgevel (smoel.. publieke website .. blah, blah) overhandigen. Deze Fin (gelukkig hebben ze meer verstand van ossen) stond in voor de '99 editie van de LP en als we vijf frank kregen voor elke fout of misquotering van prijzen, dan konden we nog een half jaar langer reizen. Dank u.
|
|
 |
|
|