|
|
 |
 |
 |
| I slept in black tents, blue tents, skin tents, yurts of felt and windbreaks of thorns. One night, caught in a sandstorm in the Western Sahara, I understood Muhammed's dictum, "A journey is a fragment of Hell" | - Bruce Chatwin The Songlines |
|
Oman, waar wielen terug profielen hebben.
De Omani's zijn duidelijk liever-lui-dan-moe types en zullen eerder hun verstand gebruiken i.p.v hun spieren. Zelfs de douanebeambte beaamde wat de taxichauffeur verklaarde en zei dat twintig rial per persoon de gaande prijs was om in Salalah te geraken. We misten echter de uitgewisselde knipoog niet en hadden in Tarim ons licht omtrent vervoersprijzen reeds opgestoken. Dus we trekken onze zakken terug op onze rug en wisselen de oplichters voor.... de woestijn. Links, rechts en voor ons vinden we enkel een droge, hete rotsvlakte. We zien de grenspost nog altijd als we al door onze magere voorraad water zitten. Onderwijl heeft onze taxichauffeur ook niet stil-gezeten. De twee wagens die we doen stoppen zijn goed geïnstrueerd en vragen nog schandaliger prijzen. Als een tiental minuten later de taxichauffeur als een gier op zijn prooi neerstrijkt, ben ik gaargebakken en zie hem inderdaad als een reddende engel.... dit geldt echter niet voor mijn choeke. Ze moet er niet van hebben in het zak gezet te worden en geeft hem in niet misteverstane bewoordingen (zelfs te verstaan als men enkel Arabisch spreekt.... Er waren veel gebaren bij) waar hij zijn aanbod kan steken. Mijn argumenten dat het een 'sellers market' is en dat hij zijn geld toch zal hebben (als we naast de weg ineenstorten) vallen voor dovemansoren. En dus sjokken we verder,
Cindy met een resolute blik in haar ogen, ik laat mijn blik iets minder resoluut dwalen over de onvergeeflijke woestijn. Dan keert echter ons geluk als een pickup aan de horizon verschijnt. Deze heeft geen banden met onze nemesis, maar gaat spijtig genoeg niet naar Salalah. Hij wil ons echter wel een lift geven tot het volgende tankstation waar we volgens hem zonder problemen een lift zullen kunnen vinden. En hier keren de rollen om. We zien de chauffeur nog drie keer voor hij afdruipt, met een aanbod van tien, zeven en vijf Rial. Aan ons verdient die aasgier echter niets daar we na twee uur onderhandelen iemand vinden die akkoord kan gaan met vier Rial per persoon.
Drie uur in het land en er is al zeven keer geprobeerd om ons in het zak te zetten. Het onderhandelen voor beginners is duidelijk gedaan. We zullen op onze tellen moeten passen.
Als Wadi Rum de 10 is op de schaal van woestijnen, dan is deze tussen de grens en Salalah een dikke nul. Waarschijnlijk lachen andere woestijnen dit lelijke eendje uit. Het is eigelijk een vlakke rotswoestijn en de weg is gemaakt door drie keer over en weer te rijden met een pletwals. Dit maakt dat we een drie-'sterren' chauffeur hebben, naar het aantal barsten bijgecreeerd in zijn ruit op het 200 km. traject.
Als we na 5 uur bollen in Salalah arriveren is ons eerste gedacht dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen en reeds twee maand te vroeg in Indië zijn aangekomen (we zijn dan ook al 36 uur wakker, he). De buurt met de goedkoopste slaapgelegenheden is inderdaad lil' Indië en Cindy komt dan ook schaterend terug als ze de kamer gaat onderhandelen in hotel Bin Jadid (de vroegere Al-Arooqah residences): De patron heeft het 'Apu' accent en kopjesschudden goed onder de knie.
Terwijl we door de grote oase kuieren genieten we van een prachtige zonsondergang die alle kleuren van het spectrum tentoon spreidt.
Salalah is in het toeristencircuit voornamelijk gekend voor zijn welriekende wierook. Dit is wel lichtelijk iets anders dan dien platten boecht die ze in de kerk branden! Deze souk is een echte verleider voor het reukorgaan. De grondstof voor de wierook wordt verkregen uit de wierookbomen die groeien in de valleien rond de stad.
Het verschil tussen Jemen en Oman is zoals dag en nacht. Het is misschien het best omschreven als we zeggen dat alhoewel we veruit de properste mensen waren in Jemen, we zeker de vuilste mensen zijn in Oman.
Na een goede kip Massala te hebben verorberd (woohoo, terug wat variatie in het menu, en geen middernachtelijk foul-uitbarstingen van de andere kant van het bed meer) ontdekken we een cinema. We stormen hier binnen zonder echt op de posters te letten. 'eight legged freaks' is figuurlijk een rampenfilm. Een voorspelbaar plot kan niet rechtgetrokken worden door 25 kilo special FX. En een film over spinnen zal mijn vrouwke (en dus ook mij) nog een halve nacht wakker houden.
Nadat we bustickets voor Muscat hebben bemachtigd gaan we op zoek naar het cultureel centrum. Eén ding moet ge weten over museums in Oman. Niet WAT in het museum te zien is, is belangrijk (meestal toch enkelbanden, geweren en koffiekannen), maar de vraag OF ge er geraakt. Elke paar jaar verhuizen ze de rommel naar een andere plaats (met als excuus dat er niet genoeg plaats is voor de nieuwe collectie koffiekannen vermoeden we), richtingaanwijzers naar deze gebouwen zijn ongekend en voorbijgangers hebben het woord 'museum' niet in hun woordenboek staan (ah nee, ze hebben thuis al koffiekannen). Al met al een masochistische oefening om in deze contreien te proberen wat cultuur op te pikken. Nu moeten we wel eerlijk toegeven dat dit museum de moeite was. In de hal vond ge foto's van de tweede tocht van Thesiger door 'the empty quarter'. Grappig was de foto van het kerkhof van Salalah. Een uurtje ervoor hadden wij een gelijkaardige foto genomen.
Verder was er een foto van een local met als onderschrift een quote uit Arabian Sands: 'They were prepared to tolerate me as a welcome source of revenue, but never doubted my inferiority' (vert.: ze waren bereid mij te tolereren als een bron van inkomsten, maar twijfelden nooit aan mijn minderwaardigheid). Wel, wel, ook al zijn de Khanjars (de Omaanse naam voor zilverbeslagen djambias) vervangen door Nokias in de 8000 reeks en de kamelen door glimmende Subaru SUV's, andere zaken zijn bij het oude gebleven en we zijn precies niet de eerste buitenlanders die de rol van melkgeit toegewezen krijgen.
Dan haasten we ons terug naar het hotel om een gehuurde wagen op te pikken. De editor van de reisgids was immers vol lof over de wilde zee in het kuststadje Mughsail. Wij delen haar enthousiasme niet! Zo'n tamme bedoening. Als dit één van de topattracties is, gaan we nog in slaap vallen tijdens bezoeken.
Dan maar de bergen in om naar het graf van Job te gaan zien. Ge weet wel, die gast die bleef geloven, ook al speelde God zo hard met zijn voeten. In de Koran is dit ook een hoofdfiguur (ge verschiet er eigenlijk van hoe parallel de verhalen lopen met de Bijbel) en is dit dus een belangrijke bedevaartplaats voor Moslims.
Als we over de heuvels naar het graf rijden is onze eerste indruk dat we bij de Efteling arriveren. Het aanblik van die Frankincense bomen en minaretten doen inderdaad verwachten dat Langnek elk moment komt piepen. Het graf is een drie meter lange bedoening (blijkbaar was één van de pesterijen ook reuzengroei zodat Job overal met zijn kop tegenliep). Maar de echte attractie is het zicht over de valleien en Salalah in het licht van de ondergaande zon om vijf uur... Vijf uur!!?!?.. shit, onze bus vertrekt om zes uur... en we hebben nog niet gegeten. Meer motivatie heeft mijn mieke niet nodig, en slingert ons huurautootje als een volleerde rallypiloot naar beneden. (Ik heb altijd gezegd dat ze de verkeerde job heeft gekozen, ik moet de eerste gast nog ontmoeten die haar kan kloppen in 'Daytona').
Terwijl ik de buschauffeur probeer te overtuigen om nog niet te vertrekken, staat Cindy in de keuken een paar Indiërs af te jagen om voor een meeneemmaaltijd te zorgen. En 't was lekker. Als je je installeert om elf uur op een bus te zitten, kan je je moeilijk iets voorstellen dat minder comfortabel is. Tot ze de Indische film starten. Het is heel goed mogelijk dat dit een kaskraker is. We zien hem later liggen in verschillende winkels en hij had alle elementen (de typische homo, de dwerg en slechte vechtscènes) om een succes te zijn. Maar vier uur in een bus met localen die denken dat het roepen van suggesties en meevechten vanuit hun stoel het verloop van de film zal wijzigen, werkt na een tijdje meer op de zenuwen dan op de lachspieren.
Als we eindelijk om vijf uur in Muscat arriveren, slaapt de stad nog en zijn die gasten van de bus zo sympathiek om ons nog wat te laten knorren op de achterbank.
Om zeven uur worden we er echter zonder pardon uitgegooid en zoeken we snel een hotel aan de Corniche (havenwijk) in de Mutrah wijk om verder slaapjes te doen.
Het is weeral laat als we uit het bed geraken en daar dit de eerste keer is dat we een ligbad hebben in drie maanden duurt het nog langer voor we eindelijk de Corniche afwandelen.
Buiten lijkt het op een scene uit de tijdmachine van H.G. Wells, met dat verschil dat de Morloks nu tenminste boven de grond mogen leven. Het valt op dat hier al het werk wordt gedaan door Chinezen, Afrikanen en Indiers. De Omani's houden zich enkel bezig met rondrijden, op het gras zitten en naar de moskee gaan.. een mooie levensstijl als ge van die dingen houdt. Aan het einde van de Corniche is een klein pretparkje met een logo dat veel op de kangoeroe van Walibi trekt, eigenaardig. De molentjes interesseren ons echter niet en we beginnen te klimmen naar de reuzen wierookbrander op een heuvel in het park. De reden dat de poort gesloten is, vinden we al gauw als we door het beeld van een TV ploeg wandelen.. snel wegwezen want de struize van dienst is niet gelukkig..
In het park rond de wierookbrander vinden we allemaal kleine kraampjes met snuisterijen en kleren die meestal uitgebaat worden door Chinezen. We raken aan de klap met één van de mannen en hij neemt ons mee naar een plek waar een verhalenverteller de kinderen van de expat verkopers bezighoudt met meestal redelijk griezelige vertellingen. De kinderen hangen aan zijn lippen en het duurt niet lang of wij worden ook meegevoerd in zijn sprookjes en legendes.Vooral dit verhaal is mij bijgebleven (heb wel het verhaal op een belgische lijst geschoeid)
De koffiekoeken van de schrik
Er was een gerucht over deze bakkerij, nl. dat deze koffiekoeken verkocht met als één van de ingredienten menselijk bloed. Op een dag in de late avond, als alle andere bakkerijen hun deuren al lang gesloten hebben, komt er een man binnen in de winkel en koopt een doos met zes koffiekoeken. Wanneer hij buiten komt in de donkere onverlichte steeg beseft hij plotseling dat het precies voelt alsof iemand hem aan het volgen is. Toen hij zich omdraaide was er niemand, maar hij begint toch bang te worden en opent de doos met koffiekoeken. Als hij de doos opent merkt hij dat er nog maar vijf koffiekoeken in de doos zitten. De man was geschokt en op dat moment hoort hij duidelijk iets in de steeg. Hij begint wat sneller te stappen en als hij op de volgende hoek het deksel van de doos haalt merkt hij dat... er nog een koffiekoek verdwenen is. Nu is de man echt bang en hij begint zich naar huis te haasten. Wanneer zijn huis in zicht komt en hij een beetje kalmer wordt opent hij de doos nogmaals en merkt tot zijn grote schrik dat er weer twee koffiekoeken verdwenen zijn. Dus in volle paniek doet hij het deksel terug op de doos en opent deze terug en ziet dat de laatste twee koffiekoeken ook verdwenen zijn en hij nu naar een lege doos aan het staren is. Hij kijkt verschrikt links en rechts en als hij terug naar de doos kijkt komt hij tot de conclusie dat zijn zes koffiekoeken tegen het deksel van de doos kleven. Duh..
De kunst van het verhalenvertellen is nog altijd niet verleerd in het Oosten. Het is goed om te zien dat er nog mensen zijn die wat fantasie prefereren boven een hometheater met dolby surround.
Dan, met de magie van mistgesluierde valleien en mythische draken in het achterhoofd dwalen we door de bazaar en snuiven de heerlijke geuren van de verschillende wierookshops op. Voor we naar bed gaan is het nog even langs het internet om thuis te laten weten dat we weeral in de 'beschaafde' wereld zijn en dat we het er niet zo tof vinden.
Eerst naar het nationaal museum. Koffiepotten, zwaarden en enkelbanden zijn de hoogtepunten en kunnen slechts voor een korte tijd boeien.
We dwalen nog wat rond in de stad en pikken een cassette adapter op zodat we onze mp3's in de huurauto's kunnen spelen.. de gebruikelijke tjingeltjangel van de radio krijgen we toch in elk ander vervoermiddel dat we de afgelopen drie maanden al hebben genomen. Wilt ge geloven dat ik na al die tijd nog liever Britney Spears zou horen dan nogmaals een Arabier die juist een sjot in zijn private delen heeft ontvangen.
Siesta is hier nog heilig. Alles wordt dicht gegooid om 2 uur.. en niet zonder reden. Op zeeniveau is het op deze breedtegraad snikheet. Spijtig genoeg zijn ook alle taxi's een koeler plaatsje aan het zoeken zodat we door de hete stad moeten sjokken tot we een lift krijgen van een buschauffeur. Op de hotelkamer gaat de airco direct op en liggen we nog een half uurtje te puffen op bed.
Dan is het tijd om te herlokeren. We hebben immers een goedkoper hotel ontdekt in de buurt. Daarna regelen we nog even de huurwagen voor de volgende dag
Omdat volgens de dure Muscat infolijn het natuurmuseum ook in de avond open is en wij twee goedgelovige sukkelaars zijn, nemen we de bus naar het oosten van de stad en beginnen aan de 'museumzoektocht'. Twee uur en tientallen mensen die ons van de ene kant naar de andere kant van de wijk hebben gestuurd
| I seek a thousand answers, I find but one or two | - The Bad Touch Against the grain |
|
later moeten we onverrichterzake terugkeren naar het hotel. Het enige wat we er aan overhouden is een goede indigestie van de Harvee's... Ze bakken de grootste hamburgers met de meeste smos die ik ken en de oude slogan: "if it is not in your face it doesn't belong there" gaat nog altijd op.
Eenmaal terug aan de corniche lopen we nog even door de bazaar en huren een paar VCD's. Deze kopiëren we op de laptop zodat we af en toe 's avonds toch een filmpje kunnen zien.
Na een goeie nachtrust en de huurwagen te hebben opgepikt beginnen we met hernieuwde moed aan onze zoektocht naar het verborgen museum. Drie banken, het ministerie van koffiekannen en twee officiële gebouwen (waar we uitgejaagd worden voor we kunnen vragen waarvoor ze dienen) moeten we binnenstappen voor we eindelijk op goed geluk het museum van natuurgeschiedenis binnensukkelen. Zoals gewoonlijk was de zoektocht beter dan het museum. Het enige imposante was het skelet van een spermawalvis (nee, ik weet ook niet wat dat arme beest gedaan heeft om zo'n naam te verdienen. Waarschijnlijk chronische natte dromen)(juiste benaming is ook wel potvis) tegen het plafond. .
Na deze leerrijke ervaring (???) is het terug de auto in en moeten we een 40-tal kilometer rijden vooraleer we het Barka fort zien. Deze dingen zijn over het algemeen makkelijker te vinden dan musea en dergelijke omdat ze meestal nogal boven het stadje uitsteken. Het fort staat hier en daar wat in de stellingen en mag normaal niet bezocht worden, maar op voorwaarde dat we geen fotootjes trekken (de opzichter is duidelijk beschaamd over de status van het fort..) mogen we toch binnen.
Het eerste wat ons opvalt als we het fort binnenwandelen is dat het naar vis stinkt.. nee schrap dat.. heel de stad stinkt naar vis. Met toegeknepen neus klimmen we wat rond en hangen de peuter uit vooraleer terug te gaan naar de wagen.
70 kilometer verder vinden we het Nakhal fort. Dit wordt door ons uitgeroepen tot het beste fort van Oman. Het heeft alles wat een goed fort nodig heeft: geheime gangen, mooi uitzicht en zwaarden en geweren die ge van de muren kunt halen. We spelen zelfs een paar beroemde Errol Flynn scenes na.
Als we dan om onbegrijpelijke reden door de bewaking worden buitengezet (blijkbaar waren er toch camera's) gaan we maar picknikken aan de A'Thowarha bron. Onze overheerlijke maaltijd wordt prompt onderbroken door een kudde geiten die duidelijk teveel bonen in hun dieet hebben steken. Als we de bijna droge stroom volgen in de vallei komen we een duits koppel tegen. Hier wordt het pas duidelijk hoe lang geleden het is dat we met andere Europeanen hebben gesproken en hoe hard we dat gemist hebben.
Dan haasten we ons terug want we hadden op de heenweg nog een knoert van een moskee gezien die we zeker nog met een bezoekje willen vereren. De Qaboos moskee is makkelijk de grootste moskee die we op onze trip al gezien hebben en is neergezet door de huidige Sultan van Oman.
Ik denk dat onze Albert nogal jaloers zou zijn als hij hier op bezoek komt. Als echter blijkt dat wij geen moslim zijn (ah nee.. ik heb mijne wiewie nog..) wordt ons de toegang tot het ding ontzegd. Zit er dus niets anders op dan rond te gaan en via een zij-ingang nog eens te proberen. Hier slagen we tenminste in om een paar kiekjes te maken voor ze ons terug naar de auto escorteren en vriendelijk doch dringend uitwuiven.. damn.
Beu om overal de deur gewezen te worden keren we terug naar het hotel en kijken we nog naar het eerste deel van bandits voordat we naar dromenland verhuizen.
De poorten van het aquarium van Muscat waren gesloten dus wandelen we onverrichterzake terug naar het hotel. Daar de gebruikelijke zoektocht een beetje was uitgelopen is het dan ook al na de middag vooraleer we op de bus naar Nizwa springen. De stad is weeral een voorbeeld van typische Omaanse geldversmossing. De stad is keurig in orde, waar de oude manier van leven wordt bewaard, zij het dan op een kunstmatige manier. De souks is meer een toeristenattractie uit duizend-en-een-nacht dan de gebruikelijke bruisende belevenis.
Het fort is echter al dicht als we aankomen en na een beetje rondvraag blijkt dat er geen accommodatie is in de stad zelf. Dus zoeken we een taxi om ons een drietal kilometer verder af te zetten bij een redelijk duur hotel. Na het tweede deel van Bandits zetten we de airco nog wat harder en kruipen in bed.
Die morgen is de geiten- en runderen souks volop aan de gang als we terug komen in Nizwa. Het is hier dat we de grootste concentratie toeristen vinden in heel Oman en de tunieken van de boeren zijn juist iets te proper om te geloven dat die mannen een hele dag met hun beesten bezig zijn. We nemen nog een kijkje in het fort vooraleer we op zoek gaan naar een huurauto.
Een auto huren op vrijdag is een onbegonnen zaak. Als we na veel vijven en zessen eindelijk een verhuurzaak vinden is die natuurlijk gesloten.
De afzettersprijzen van de taxi's wijzen we resoluut van de hand en als ze ons niet willen vertellen waar de shared taxi's stoppen gaan we maar liften. Het duurt toch een uurtje vooraleer we een plaatsje veroveren in een wagen richting Bahla. Hier zijn we juist op tijd om iedereen naar de moskee te zien trekken, wat wil zeggen dat alles gesloten is (fort incluis) en er de komende paar uur niet veel moeten verwachten.
Een taxichauffeur die nog wel even tijd heeft wil ons wel naar Jabrin brengen. Dit fort zou volgens de gids toch open moeten zijn. Nougatballen.. samen met een heel bus pissed off Duitsers (ik zweer dat ik één van die mannen 'Donnerwetter' heb horen zeggen) komen we tot de conclusie dat ze de openingsuren hebben veranderd en dat ook dit fort gesloten is op vrijdag. We krijgen al snel een lift van een toeristengids terug naar Bahla. Hier is de dienst juist afgelopen en we springen in een shared taxi terug naar Nizwa, pikken de bagage op in het hotel en gaan terug naar de stad
We eten in Bin Atique, volgens de gids de beste locale keuken in heel Oman. Dat is een hele zware bewering, maar als Cindy haar siyadiya samakh (koningsvis met tomaten, kruiden, rijst en vissoepje) en ik mijn Dijaj khasoosi (kleine stukjes gefrituurde kip met ajuin en tomaat en kruiden) hebben binnengespeeld zijn we er volledig mee akkoord. Zelfs de authentieke fastfoodstijl van bediening is er: ze zullen het eten er binnen drie minuten hebben staan, maar u ook buiten werken zodra het op is.
We kunnen nog een kwartiertje internetten en laten weten waar we zitten voor de bus naar Ibri arriveert. Alhoewel er verschillende lege plaatsen zijn op de bus verklaart de chauffeur dat hij vol is. Dit is natuurlijk met de zin van de taxichauffeurs die geld hebben geroken. Gelukkig kunnen we ze tegen elkaar uitspelen en vinden we nog twee mensen bereid de taxi te delen zodat we tegen een lichtelijk hogere prijs toch naar onze bestemming kunnen geraken.
Een wagen begrenzen door hem te laten beepen als ge over 120 km./u. gaat, is een even idioot idee als een ademtesttoestel te plaatsen in de Rio in Katelijne en creëert natuurlijk juist het tegenovergestelde effect. Taxichauffeurs zijn er dan ook van overtuigd dat hun kunde rechtevenredig is met het aantal decibels die geproduceerd worden door de begrenzer. Spijtig genoeg hadden we een 'heel goeie' driver richting Ibri, zodat we al snel schele koppijn hebben.
Wanneer we in Ibri arriveren is het al goed donker en wordt het allemaal even gecompliceerd. Uit vier bronnen krijgen we vier verschillende verhalen te horen over transitpermits en 'green cards'. Het punt waar ze het wel allemaal over eens zijn is dat ge zonder de juiste papieren de Emiraten niet binnenkomt. Even twijfelen we of we er nu niet beter een nachtje over slapen, maar dan krijgen we een lift aangeboden van een Omani die richting Dubai gaat en besluiten om toch ons geluk eens te proberen en eens te gaan kijken wat ze aan de grens zeggen. De nachten zijn nog niet ZO koud.
De keuze van chauffeur valt wel een beetje tegen maar 'beggars cannot be choosers'. De jongen heeft een echte Michael Bolton fetish en is ongelooflijk fatalistisch. Als hij voor de honderste keer 'inch Allah, when I die, I die' zegt en uitlegt dat hij er volledig klaar voor is indien Allah het in zijne kop zou krijgen dat hij hier en nu moest komen te sterven, draai ik mij snel om naar mijn vrouwke en zeg dat ze haar veiligheidsgordel moet aandoen. Vertrouw op Allah, maar bindt uwen kameel vast, is mijn devies.
Wat later wordt het nog even relatief (vergeet niet: Michael Bolton komt non-stop uit de speakers) stil in de wagen als onze chauffeur verklaart 'I like boys' en mij een oneervol aanzoek doet. Miljaar, miljaar, en dat juist op een moment dat ik vooraan in de wagen zit. Cindy, mijn (in theorie) steun en toeverlaat, komt niet meer bij van het lachen. Op zo'n ogenblikken leert ge uzelf goed kennen: wat zou jij ervoor over hebben om niet in het midden van de woestijn uit de wagen gezet te worden? Hoe ver wilt ge gaan?
|
|
 |
|
|